5515 |
Vlaanderen (1128 - 1200) |
![]() |
Willem Clito (Willem van Normandië) (1128) Willem Clito (* 1101) was de zoon van graaf Robert van Normandië en Sybille van Conversano en de kleinzoon van graaf Robrecht de Fries. Zijn leven stond in het teken van vergeefse pogingen om het graafschap Normandië op koning Hendrik I van Engeland te heroveren. Nadat zijn vader in 1106 bij de slag van Tinchebrai het gezag over Normandië had verloren aan zijn jongere broer |
Enige jaren later meende Willem Clito een nieuwe machtsbasis te hebben gevonden om een aanval op Hendrik te ondernemen. Hij was door zijn huwelijk met Sybille van Anjou graaf van Maine geworden en omdat Sybille de dochter van Fulco V van Anjou was, waren de banden met hem steviger aangehaald. Ook Lodewijk VI was opnieuw bereid om zich bij een coalitie aan te sluiten. Toen Hendrik lucht kreeg van het plan probeerde hij de paus ertoe over te halen om het huwelijk van Willem Clito te laten ontbinden wegens te nauwe bloedbanden tussen de echtelieden. Ook sloot hij een militaire alliantie met de Duitse keizer ![]() |
![]() |
Nadat de Vlaamse graaf Karel de Goede zonder erfopvolgers overleed, maakte Lodewijk VI gebruik van zijn recht om over de opvolging te beslissen, door Willem Clito tot graaf van Vlaanderen te benoemen. Zo kreeg Willem de gelegenheid om te laten zien dat hij als bestuurder over net zo weinig talent beschikte als zijn nog steeds in gevangenschap verblijvende vader. Hij moest het opnemen tegen Diederik van de Elzas, die ook aanspraken maakte op het graafschap Vlaanderen. Hij was een zoon van Gertrudis van Vlaanderen, de dochter van graaf Robrecht I de Fries. Omdat Vlaanderen en Engeland economisch nauw verweven waren - de Vlaamse lakenindustrie verwerkte Engelse wol - was het voor Hendrik een koud kunstje om onrust in Vlaanderen te veroorzaken: hij sneed de woltoevoer af. Willem bleek niet in staat hier verstandig op te reageren. Met de steun van de Vlaamse steden, voornamelijk Gent en Brugge en Aalst, versloeg Diederik zijn tegenstander en kon hij zich in maart 1128 in Vlaanderen als graaf doen erkennen. Toen Willem Clito enkele maanden later bij de belegering van Aalst overleed was zijn positie voortaan onbetwist. |
Diederik van den Elzas (1128 - 1168) Diederik was de zoon van hertog Diederik ll van Opper-Lotharingen (1070 – 1115) en Gertrudis van Vlaanderen. In de strijd tussen Frankrijk en Engeland probeerde hij een neutrale positie te bewaren, hetgeen de Vlaamse handel ten goede kwam. Onder zijn bewind konden de steden zich ontwikkelen en werden de instellingen organisatorisch hervormd. Diederik trouwde met Margaretha van Clermont, de weduwe van Karel de Goede. Door zijn (tweede) huwelijk (1139) met Sybilla van Anjou, de dochter van Onder het bewind van Diederic van de Elzas brak er een strijd uit tussen de verschillende partijen, waarvan de steden handig gebruik maakten om velerlei privileges te verwerven, zoals het muntrecht. De bloeiende lakennijverheid bevorderde de ontwikkeling van de handel en de politieke machtsuitbreiding van de steden Brugge, Gent en Ieper. Brugge werd de stapelplaats voor de zeehandel van noordelijk Europa. Rechts: muurschildering van Diederic van den Elzas in de Gravenkapel van de Onze Lieve Vrouwekerk in Kortrijk. (Foto: Bert Woudstra, 2009) |
![]() |
Filips van de Elzas (1168 - 1191) Filips van de Elzas (* 1142) was de tweede zoon van Diederik van de Elzas en Sybilla van Anjou. Door zijn vader was hij tot regent van het graafschap aangesteld tijdens diens derde reis naar het Heilige Land in 1157. In de praktijk bekleed met de titel van graaf, nam hij sinds dat jaar actief deel aan de regering, ook na de terugkeer van zijn vader in 1159. Toen deze in 1168 overleed, werd hij ook officieel graaf van Vlaanderen. Op binnenlands vlak werd Filips' beleid gekenmerkt door een krachtige stedelijke politiek. Zijn voornaamste verwezenlijking was de uitbouw van zijn graafschap tot een moderne staat. Hij verleende eenvormige keuren aan de grote Vlaamse steden en voerde ingrijpende wijzigingen door op gerechtelijk gebied (vernieuwing van het strafrecht, instelling van de baljuws, die onder meer zorgden voor de rechtspraak, tegen een vast salaris, die op ieder moment afzetbaar waren. Zo kreeg hij meer vat op de bestraffing van allerlei misdaden en overtredingen en zorgde hij voor rechtszekerheid in zijn land. De vrede en veiligheid deden de handel en nijverheid in Vlaanderen enorm goed. Ook steunde hij een reeks opmerkelijke economische initiatieven, onder meer de stichting van de havens Grevelingen, Nieuwpoort, Damme en Biervliet. Filips was een geletterd vorst en zijn hof groeide uit tot een centrum van cultuur. Het grafelijk hof reisde rond, zoals gebruikelijk in die tijd, en verbleef onder andere in het Kasteel van Wijnendale. In 1180 liet graaf Filips het Gravensteen te Gent bouwen als grafelijke residentie. Ook in de krijgskunst wist hij zich een goede reputatie op te bouwen. |
![]() |
Links: het Gravensteen in Gent |
Heel weinig steden bezitten zo’n imposante burcht in het midden van het stadscentrum. Het Gravensteen werd in 1180 uit de grond gestampt door Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Met dit fort kon de graaf zijn heerschappij over de rijke stad en zijn zelfbewuste inwoners bevestigen. De versterkingen van de kruisvaarders, die hij tijdens de kruistocht in het Heilig Land had gezien, dienden daarbij tot voorbeeld en inspiratie. Er kwam een nieuwe muur met 24 torentjes rond het complex en voorzag die muur van een indrukwekkende ingangspartij. Boven de kern van de oude donjon verrees een nieuw machtige vestingbouw. Tegelijk werden twee woningen opgetrokken : één voor de graaf (wanneer deze in de burcht verbleef) en één voor de kastelein (die normaal het gezag over de burcht in handen had). Het kasteel symboliseerde een niet mis te verstaan teken van de grafelijke macht in het woelige Gent en vormde een tegenwicht tegen de 'stenen' van de rijke patriciërs .Graaf Lodewijk van Male (1346-1384) vond dat het Gravensteen hem te weinig comfort bood en liet iets verder een nieuwe residentie bouwen : het Prinsenhof (waar op 24 februari 1500 Karel V geboren werd). Het kasteel van Male, gebouwd in opdracht van Filips van den Elzas, werd ingezegend (1166) door Thomas Moore, de aartsbisschop van Canterbury en deed voornamelijk dienst als verblijfplaats voor de graven van Vlaanderen. |
Filips van de Elzas bezorgde Vlaanderen ook het huidige wapenschild: de klimmende leeuw van sabel, getongd en genageld van keel, op het gouden veld. Er wordt wel eens beweerd dat hij het meebracht uit het Heilige Land, waar hij het in 1177 zou hebben veroverd op een saraceense ridder, maar dat is een mythe. Alleen al het feit dat de Leeuw op zijn zegel uit 1163 verschijnt, toen hij nog geen voet in het Heilige Land had gezet, spreekt dit verhaal tegen. In werkelijkheid volgde Filips gewoon een West-Europese mode; ongeveer in dezelfde periode verscheen er ook een leeuw in de wapens van Brabant, Holland, Limburg en andere vorstendommen. Door zijn huwelijk met Elisabeth van Vermandois (in 1159), dochter van Roland I van Vermandois, verwierf Filips in 1163 het graafschap Vermandois en de afhankelijkheden Amiens en Valois, waardoor Filips' machtsgebied in het zuiden nu tot aan het Franse kroondomein reikte, het Île de France. Het besef dat het Huis van de Elzas in mannelijke lijn zou uitsterven, heeft Filips ertoe gedreven een politiek te voeren die erop gericht was het Franse kroondomein te beheersen. In 1180 liet hij zijn nicht Isabella van Henegouwen huwen met de jonge Franse koning In 1184 hertrouwde Filips met Mathilda, dochter van koning Alfons I van Portugal. Zijn beide huwelijken bleven kinderloos. Toen Filips van de Elzas overleed viel het zuidelijk deel van Vlaanderen, het latere graafschap Artois (Artesië), dat hij als huwelijksgift aan Isabella had geschonken, aan Frankrijk. Na de mislukking van zijn politiek tegenover |
Boudewijn Vlll de Moedige graaf van Vlaanderen (1191-1194), als Boudewijn V graaf van Henegouwen (1171 - 1195) Boudewijn Vlll was de zoon van Boudewijn IV en volgde in 1171 zijn vader op als graaf Boudewijn V van Henegouwen. Tijdens zijn regeerperiode waren Vlaanderen en Henegouwen in een personele unie verenigd. Zijn oom, Hendrik de Blinde, graaf van Namen en Luxemburg, heer van Longwy, Laroche en Durbuy, kreeg nadat hij eerder Boudewijn als zijn erfgenaam had erkend, nog op late leeftijd een dochter. Ondanks zijn erkenning van Boudewijn als zijn opvolger spande Hendrik zich in om zijn erflanden voor zijn dochter te behouden. Na allerhande verwikkleingen slaagde Boudewijn er uiteindelijk toch in het graafschap Namen verwerven (1190), dat in 1195 tot markgraafschap werd verheven. Door zijn huwelijk met Margaretha van de Elzas, zuster en erfgename van de Vlaamse graaf Filips van de Elzas die in 1191 kinderloos was gestorven, werd Boudewijn ook graaf van Vlaanderen. Hierbij ondervond hij veel tegenstand van de Franse koning |
![]() |
Boudewijn lX graaf van Vlaanderen (1194-1205); als Boudewijn VI graaf van Henegouwen (1195 - 1205) Boudewijn was de oudste zoon van graaf Boudewijn V van Henegouwen en Margaretha I van de Elzas, de zuster van Filips van de Elzas.. Hij trouwde in 1186 met Maria van Champagne. Bij de dood van zijn moeder in 1194 werd hij graaf van Vlaanderen en na het overlijden van zijn vader in 1195 erfde hij ook het graafschap Henegouwen. De eerste jaren van zijn bewind verliepen in een aanhoudende strijd met zijn leenheer, de Franse koning laatst bijgewerkt: 12-03-08 |