6292

Hertogdom Bourgondië (1363 - 1404)

Hertogdom Bourgondië (1000 - 1363)

Filips de Stoute (Philippe le Hardi) (1363 - 1404)

Filips de Stoute werd geboren op 17 januari 1342 als jongste zoon van de Franse koning Jan II de Goede uit het huis Valois. Zijn bijnaam dankt hij aan zijn moed tijdens de Slag bij Poitiers in 1356, tijdens de Honderdjarige Oorlog; hij werd toen overigens wel met zijn vader krijgsgevangen gemaakt door de Engelsen. 

Als jongste koningszoon kwam Filips niet in aanmerking voor de troonopvolging. Ter compensatie werd hij in 1363/4 met het Franse hertogdom Bourgondië beleend. Hij kreeg het hertogdom in apanage, d.w.z.hij kreeg het hertogdom in leen, op voorwaarde dat het weer zou terugvallen aan de kroon als er geen mannelijke opvolgers meer waren. 

Filips de Stoute op jonge leeftijd

In 1369 huwde hij te Gent met Margaretha van Male, de dochter van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male. Dit huwelijk was geregeld door Filips broer Karel V. Door deze Bourgondisch - Vlaamse alliantie onder leiding van een Franse prins te smeden, trachtte de Franse vorst de greep op zijn noordelijke grensgebieden te verstevigen. Karel V had blijkbaar veel over voor deze alliantie daar hij als prijs voor het huwelijk Waals - Vlaanderen, dat in 1312 aan het Franse kroondomein was gevoegd, weer afstond, waardoor de steden en kasselrijen Rijsel, Dowaai en Oorschie terug terugkramen bij Vlaanderen.

Filips de Stoute zwoer twee geheime eden: één aan zijn broer Karel V, dat het gebied na de dood van zijn schoonvader opnieuw aan Frankrijk zou worden gehecht en tegelijk één aan Lodewijk van Male, waarin hij het tegenovergestelde zwoer. Hij veronderstelde in 1369 terecht dat er nog veel tijd zou verlopen, zodat hij slechts één van die beloften zou moeten nakomen. Filips de Stoute en Margareta van Male kregen zeker tien kinderen waarvan er zeven de kindertijd overleefden. Bourgondische hertog ging zeer beredeneerd te werk bij het afsluiten van de huwelijksvoorwaarden voor zijn kinderen en streefde telkens drie doelstellingen na: de versteviging van zijn positie in de Lage Landen, de bescherming van de grenzen van Bourgondië en het behoud van de goede relaties met de Franse kroon.

Het Kamerijk-akkoord bepaalde dat Margareta, de oudste dochter van Filips de Stoute en Margaretha, huwde met Willem van Beieren, de zoon van Albrecht van Beieren, de graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen en dat Jan van Nevers, de oudste zoon van Filips de Stoute, huwde met Margareta van Beieren, dochter van dezelfde Albrecht. Dit Bourgondisch - Beiers dubbelhuwelijk zou uiteindelijk, hoewel het op dat moment nog zeer onwaarschijnlijk leek, de bezittingen van Albrecht aan de kleinzoon van Filips brengen. 

Filips’ tweede zoon, Antoon, huwde in 1393 met Johanna, dochter van Walram van Luxemburg, graaf van Saint-Pol en Ligny en bij de erfenisverdeling werd hem Brabant en Limburg toegekend. Na de dood van Johanna in 1407 volgde Antoon op in Luxemburg door als tweede vrouw Elisabeth van Görlitz te nemen, de eigenlijke erfgename van Luxemburg.Ook bij het afsluiten van de huwelijken van zijn andere kinderen handelde Filips steeds doordacht. Door zijn huwelijkspolitiek slaagde hij erin om zijn oostgrenzen te consolideren en met de huwelijksverbintenissen van zijn kleinkinderen beoogde hij zijn westelijke grenzen te beveiligen en de samenwerking met het Franse hof te vrijwaren. Reeds vroeg dus handelde Filips de Stoute niet uitsluitend als Franse loyale prins en, hoewel het Bourgondisch eigenbelang niet domineerde, speelde het toch meteen een belangrijke rol.

Op lange termijn bekeken zouden de doelstellingen van de Franse vorst dan ook nooit gerealiseerd worden en het huwelijk tussen Filips de Stoute en Margareta van Male zou, om het met de woorden van Blockmans - Prevenier te zeggen, uitlopen op een breed proces van eenmaking waarbij de hele Nederlanden onder één scepter zouden komen, een proces dat heel wat van de institutionele organisatie en van de cultuur zou homogeniseren, waarbij deze dynastie generaties lang krachtig en vaak met groot succes zou streven naar een sterk centraliserende eenheidsstaat.

Van 1380 tot 1388 was Filips de leidende figuur in de regentschapsraad die het bestuur over Frankrijk uitoefende tijdens de minderjarigheid van koning Karel VI, Filips' neef. Van deze positie maakte Filips gebruik door in 1382 (Slag bij Westrozebeke) het Franse leger in te zetten om een Vlaamse opstand geleid door Filips van Artevelde tegen zijn schoonvader Lodewijk van Male neer te slaan. Toen de laatste in 1384 stierf, werd Filips graaf van Vlaanderen (met inbegrip van het markizaat van Antwerpen en de stad Mechelen) alsook van Artesië, Nevers en Rethel; op de Franche-Comté had hij eveneens zijn hand weten te leggen. Daarmee was de basis gelegd voor het Bourgondische rijk dat zich uitstrekte van Midden-Frankrijk tot de Noordzee. 

Filips probeerde op verscheidene manieren zijn gezag nog uit te breiden naar de aangrenzende gewesten. In 1390 wist Filips de kinderloze hertogin Johanna van Brabant ertoe te bewegen het hertogdom af te staan aan haar nicht (en Filips' echtgenote) Margaretha van Male. De Staten van Brabant verhinderden de overeenkomst, maar aanvaardden wel Filips' zoon Antoon als opvolger van Johanna. Filips slaagde erin om over deze hertogdommen bij voorbaat een protectoraat te vestigen en Limburg en Overmaas in 1396 volledig in bezit te krijgen.

In hetzelfde jaar kocht Filips het graafschap Charolais. In 1392, toen de Franse koning Karel VI krankzinnig werd, nam Filips opnieuw het regentschap over Frankrijk op zich. Intussen zorgde hij er als graaf van Vlaanderen voor dat hij Engeland, Frankrijks aartsvijand, niet te zeer van zich vervreemdde (Vlaanderen was economisch afhankelijk van Engeland, met name vanwege de wolexport). In 1396 sloot Filips met de Engelsen een overeenkomst waarbij vrij handelsverkeer tussen Engeland en Vlaanderen werd toegestaan. 

Filips liet binnen zijn gewesten de plaatselijke bestuursinstellingen bestaan, maar maakte ze ondergeschikt aan door hem ingestelde, centrale regeringsorganen. In 1385 benoemde hij voor het dagelijks bestuur over zijn gebieden een kanselier, Jean Canard, die werd bijgestaan door een hofraad. Canard bleef in functie tot 1405 en fungeerde als Filips' rechterhand. In 1386 richtte Filips in Rijsel (voor de noordelijke gebieden) en Dijon (voor de zuidelijke gebieden) een rekenkamer in voor de financiële administratie en een raadkamer, een soort hof van beroep dat vonnissen van plaatselijke rechtbanken uit de diverse gewesten kon vernietigen. 

Filips, die hield van pracht en praal, maakte een begin met het weelderige Bourgondische hofleven. Zijn bibliotheek was wijdvermaard om de vele prachthandschriften. 

In 1394, vijf jaar na hun overwinning bij Kosovo, beheersten de Ottomaanse Turken het grootste deel van de Balkan en drongen ze verder binnen in de Peloponnesos. De westerse christenheid reageerde hierop door een kruistocht te organiseren om Zuidoost Europa te hulp te schieten. Filips de Stoute stelde zijn zoon Jan van Nevers aan als Bourgondisch leider van de kruistocht, daar hij uit eigen ervaring wist hoe nuttig een heldenaureool in dienst van het Christendom voor de publieke opinie kon zijn.Toen de kruistocht in 1396 te Nicopolis op een complete catastrofe uitliep en Jan twee jaar doorbracht in Turkse gevangenschap, verhoogde dit aanzienlijk zijn reputatie – net zoals bij zijn vader in Poitiers in 1356 - en hield hij er de bijnaam “zonder Vrees” aan over.

Filips de Stoute overleed in het Brabantse Halle op 27 april 1404.

Bourgondië (1404-1467)

laatst bijgewerkt: 12-11-03

colofon