|
Maria van Montferat (1205) - Jan van Brienne
Maria werd uitgehuwelijkt aan Jan van Brienne, een ervaren krijger van in de zestig. Hij slaagde erin het schamele koninkrijk wat te stabiliseren en er werden zelfs plannen gemaakt Egypte te veroveren, maar de vijfde kruistocht (1217-1221) kwam voor Damietta jammerlijk tot een einde.
Zesde Kruistocht (1228-1229)
In 1215 pakte keizer Frederik II van het Heilige Roomse Rijk het kruis op. Doordat hij zijn macht binnen zijn eigen gebieden wilde stabiliseren, kwam het er niet van om een kruistocht te gaan houden. Frederik II die ook heerste over Sicilië, wilde zijn invloed in Noord-Italië niet verliezen. Paus Honorius III wilde de invloed van de kerk niet zien teruglopen. Er was dus constant een politiek spelletje aan de gang tussen de paus en Frederik II over de invloed in Italië.
Frederik II kon het zich dus eigenlijk niet veroorloven om op kruistocht te gaan. Maar omdat hij het kruis had opgenomen, en zo aan de paus een kruistocht verschuldigd was, deed de paus in 1225 een beroep op Frederik II om zijn belofte gestand te doen. Frederik II wist door allerlei smoezen de kruistocht toch nog twee jaar uit te stellen, maar uiteindelijk in 1227 moest hij wel, omdat de paus hem dreigde te excommuniceren.
Bezig met de voorbereidingen voor de kruistocht en terwijl het grootste deel van zijn leger al op weg was naar Jeruzalem werd Frederik II ziek. Eén van de eerste daden van de nieuwe Paus Gregorius IX was de excommunicatie van Frederik II, omdat hij van mening was dat de ziekte een nieuwe smoes was.
Frederik II die niet wilde laten merken dat zijn macht op een of andere manier was ingeperkt, negeerde de excommunicatie. Toen hij was genezen van de ziekte vertrok ook hij naar Jeruzalem, wat hem een tweede excommunicatie opleverde. Zijn leger was ondertussen al bijna gehalveerd door zware stormen op de Middellandse Zee en door conflicten met de christelijke adel die regeerde in het Kruisvaardersrijk. Zij wilden de macht van Frederik II over hun gebieden, want ook hier maakt hij aanspraak op, niet erkennen.
Toen Frederik er eenmaal was aangekomen en hij een einde aan de conflicten had gemaakt, was zijn leger dusdanig verzwakt dat het aanvangen van een oorlog tegen de moslims in Jeruzalem zeker op een verlies zou zijn uitgelopen. Om geen gezichtsverlies te lijden rukte hij toch op naar Jeruzalem. Hij veroverde de stad maar, wetende dat zij onhoudbaar was, begon hij onderhandelingen met de moslims. Deze waren ook onderling in conflicten betrokken en ook bij hen was een oorlog met de christenen niet erg wenselijk. Het liep dus uit op onderhandelingen. De uitslag hiervan was, dat de moslims Jeruzalem onder hun hoede kregen, maar dat de christenen vrije doortocht hadden naar hun heilige bedevaartplaatsen. Beide partijen waren tevreden en Frederik keerde weer huiswaarts, waarbij hij onderweg weer in een conflict kwam met de Cypriotische adel, die ook een opstand tegen zijn heerschappij voerde.
Op 22 mei 1227 vertrok opnieuw een Friese vloot, nu van het eiland Borkum, om deel te nemen aan de Zesde Kruistocht. De deelnemers leden veel verliezen door een heftige storm. Jeruzalem werd, na de zesde kruistocht, voor korte tijd terug heroverd door Keizer Frederik II maar viel in 1244 uiteindelijk weer in handen van de Sultan van Egypte.
Het verhaal van de Amsterdamse kruisvaarder Jorden en de beul van Egypte speelt zich af gedurende de zesde kruistocht. In 1244 is de nog jonge Jorden, zoon van een godsvruchtig Amsterdams echtpaar in het gevolg van keizer Frederik II, bij de herovering van Jerusalem in handen gevallen van de beul van de sultan van Egypte. Op dat moment is Amsterdam al een beduidende plaats, die 31 jaar van graaf Floris V een tolprivilege krijgt. Jorden groeit op als een haremboy en wordt het favoriete sexslaafje van de sultan. Jorden moet echter niets hebben van deze onchristelijke activiteiten. Het verhaal van Jorden lijkt in zoverre op dat van Jorisz dat de wagenspelers het thema kruisvaarder in handen van de vijand vooral gebruikte om allerhande verschrikkelijke martelingen op te kunnen voeren. Ook Jorden beland uiteindelijk in handen van de beul van Egypte Die uiteindelijk, door het manhaftig doorstaan van alle denkbare tortuur, niets anders kan dan toegeven dat hij het geloof van Jordan er niet uit kan ranselen. En zich bekeerd en Jordan helpt ontsnappen. De beul wordt betrapt en sterft als vers gedoopt christen 'een zalige dood'.
Frederik II (1229 - 1250) en Yolande
In 1229 kon keizer Frederik II door zijn huwelijk met de erfprinses Yolande de titel koning van Jeruzalem opeisen. Na de zesde kruistocht (1228-1229) en een geslaagde onderhandeling met de Ajjubieden sultan Al-Kamil was Jeruzalem korte tijd weer in het bezit van de stad,
De hernieuwde aanwezigheid van de kruisvaarders in Jeruzalem was echter van korte duur. De stad was vrijwel onverdedigbaar en viel in 1244 opnieuw in de handen van de Ajjoebiden. De zevende kruistocht (1248-1254) zou daar geen verandering in brengen.
De zevende kruistocht werd georganiseerd door Lodewijk IX van Frankrijk omdat hij de toestand in Palestina wilde veranderen. Voor het leger werden meestal gelovige en edele mensen uitgekozen. Ook gewone mensen meldden zich vrijwillig aan, omdat ze in Palestina mooie stoffen, bijzondere kruiden en prachtige sieraden konden kopen en weer verhandelen in hun eigen land, of gewoon omdat ze op avontuur wilden. Lodewijk IX en zijn leger vertrokken vanuit Aigues-Mortes, samen met de Vlaamse graaf Willem van Dampierre en veroverde in 1249 de Egyptische stad Damiate.
Van het leger dat aan de kruistocht begon bleven steeds minder mensen over. Dat kwam doordat er steeds meer ziektes uitbraken. Ook hadden ze niet altijd eten en sommige overleden daar ook aan. Verder gingen mensen ook terug naar huis, en er stierven natuurlijk ook mensen in de gevechten. Sommige werden gevangen genomen door de Arabieren. Het leger van de kruisridders werd later verslagen door Mansoera in 1250.
Lodewijk IX en zijn leger werden na de slag gevangen genomen en ze werden na veel losgeld betaald te hebben vrijgelaten. De meeste militairen gingen terug naar huis, maar Lodewijk IX voer naar Syrië. Daar heeft hij vier jaar op versterking gewacht en de kuststeden verdedigd. Hij stuurde de Vlaamse franciscaan Willem van Ruysbroeck naar Möngke, de koning van de Mongolen, om te zorgen dat deze een einde zou maken aan het bondgenootschap met de moslims. Toen dit mislukte, ging Lodewijk IX terug naar Frankrijk.
In de periode 1229 tot 1268 woonde de koning van Jeruzalem in Europa en liet zich door een baljuw vertegenwoordigen. De titel ging over op Koenraad IV van Duitsland en diens zoon Koenraad III van Jeruzalem
In 1269 was er van het koninkrijk niet veel meer over en werd de kroon van Jeruzalem opgeëist door de koningen van Cyprus.
Achtste Kruistocht (1270)
De Achtste kruistocht is gestart door Lodewijk IX van Frankrijk in 1270. De achtste kruistocht wordt ook wel als de zevende geteld, als de vijfde kruistocht en de zesde kruistocht als één enkele geteld worden.
Door de aanvallen van de Mammelukse sultan Baibars op het restant van de kruisvaardersstaten in Syrië werd besloten om deze kruistocht te ondernemen. In 1265 had Baibars de steden Nazareth, Haifa, Toron en Arsuf veroverd. In 1267 deed Lodewijk IX een oproep rondgaan door Europa voor deelnemers en fondsen. In eerste instantie was er weinig animo om deel te nemen aan deze kruistocht.
In juli 1270 tenslotte voer Lodewijk vanuit Sicilië naar Tunis aan de Afrikaanse kust, wat als een ongunstig jaargetijde werd beschouwd. Tijdens de belegering van Tunis werd een groot deel van zijn leger ziek als gevolg van het slechte drinkwater, en op 25 augustus overleed Lodewijk zelf. Één dag voordat Lodewijk overleed arriveerde zijn broer, Karel van Anjou, op het legerkamp. Deze riep de zoon van Lodewijk, Filip de derde uit tot nieuwe koning. Aangezien deze nog te jong was om de kruistocht verder te leiden besloot Karel dit zelf te doen. Karel slaagde er niet in de stad Tunis te doen vallen.
Door allerlei ziektes verzwakte de legermacht snel. Op 30 oktober 1270 werd een overeenkomst gesloten met de sultan van Tunis. Hierin kregen de christenen handelsrechten met de stad en mochten er zich monniken en priesters vestigen. Nadat het beleg was afgeblazen sloot Karel zich met zijn legermacht aan bij koning Edward I van Engeland om Acre in Syrië tegen Baibars te verdedigen. Deze kruistocht wordt de negende kruistocht genoemd.
Lodewijk IX voerde de zevende en achtste kruistocht aan maar hij kon geen verandering in de situatie brengen. Friezen en Hollanders nemen met succes deel aan de belegering van het Duitse Aken. De koning liet op 3 november 1248 weten dat hij de Friezen voor hun trouwe diensten bevestigde in al hun vrijheden en voorrechten die zij van Karel de Grote ontvangen (zouden) hebben. Hij uitte ook grote waardering in deze niet zo goed lopende, maar wel duidelijke bewoordingen: "Opdat de hele natie van de Friezen en hun nakomelingen mogen weten, op welke wijze hun voorouders de roomse kerk en de keizer hebben geholpen en zij hun kracht en deugd duidelijk gemaakt hebben, is naast andere blijken door deze belegering bekend geworden.
Tijdens de Achtste kruistocht voeren in 1269 een 50-tal Friese koggen uit voor deze kruistocht. Zij bereikten Tunis waar de Franse koning Lodewijk IX, die de tocht leidde, aan de pest bezweek. De Friezen en Hollanders zeilden daarop naar Akka (Akko). Tijdens deze tocht maakten ze naam door hun gedrag bij Tunis: "De Friezen, zeer ongeduldig naar hun aard wilden dadelijk ten strijde trekken tegen de heidenen, die in ontelbare menigten de vlakten tussen Tunis en de legerplaats der gelande christenen bezet hielden".
De graaf van Luxemburg, die de Franse koning als aanvoerder was opgevolgd) kon hen ternauwernood in bedwang houden tot hij zijn krijgsmacht had opgesteld, de wachtdienst en de verdediging gereld had. Hij drong er bij hen met klem op aan, niet voor de strijdmacht uit te trekken maar gelijk met zijn ridders op de vijand af te stormen. Door de stormaanval op de heidenen sloegen die op de vlucht en toen er een grote menigte gevallen was, namen de meesten de wijk naar een naburig water dat daar uit de grote zee Tunis binnen vloeide, en daar verdronken er evenveel als er vielen door het Friese zwaard.
Zo behaalden de Friezen een overwinning. Toen de meeste kruisvaarders aarzelingen vertoonde als gevolg de dood van Lodewijk IX en van het dreigend groeien van het aantal heidenen bij Tunis (velen wilden en sommige gingen naar huis) werden de Friezen ongeduldig door het getalm. Ze keerden terug naar hun schepen en vertrokken naar Palestina. Onderweg stierven er velen omdat ze overboord werden gezet. De overlevenden zeilden naar Akka. Daar hoorden zij dat de patriarch van Jeruzalem was gestorven. De aartsbisschop van Tyrus ontving hen met veel eer en wist hen met prediking en aflaten te bewegen naar het bedreigde Tyrus te gaan. Zo bleven de steden en burchten der christenen in vrede zolang Friezen en Hollanders in het land vertoefden. In 1270 maakten ze aanstalten naar Nederland land terug te keren want ze waren nog slechts weinigen in getal en onvoldoende gewapend. Eerst offerden ze veel geld ter verdediging van Palestina, al was de geestdrift daartoe nicht algemeen. Ook op de terugreis stierven velen, anderen werden in Griekenland bestolen.
Negende Kruistocht (1271 - 1272)
Paus Gregorius X riep in 1274 het Tweede concilie van Lyon bijeen en kondigde de Negende Kruistocht aan. Deze kruistocht wordt gezien als de laatste Middeleeuwse kruistocht tegen de moslims in het Heilige Land. Prins Eduard I van Engeland was te laat gearriveerd in Tunis om bij te dragen de Achtste kruistocht van Lodewijk IX van Frankrijk, maar samen met diens broer Karel van Anjou ging hij toch door tot Akko, de hoofdstad van de overblijfselen van het Koninkrijk van Jeruzalem. Ze arriveerden aldaar in 1271, net nadat de Mammelukse sultan Baibars Tripoli had belegerd. In 1269 had deze sultan ook al Antiochië belegerd, de laatst overgebleven stad van het Prinsdom van Antiochië.
Sultan Baibars was ook de eerste sultan die een soort van Mammelukse marine oprichtte. Hiermee probeerde hij in 1271 Cyprus binnen te vallen, waarmee hij Hugo III van Cyprus, ook Koning van Jeruzalem, wilde weglokken, maar zijn vloot werd vernietigd. Eduard van Engeland deed niet veel meer in zijn tijd in Akko dan onderhandelen met Hugo en de niet erg enthousiaste ridders van de Ibelin familie uit Cyprus. Ook onderhandelde hij met Baibars, en zo ontstond de elfjarige wapenstilstand met deze sultan. Baibars probeerde echter Eduard niet lang daarna te vermoorden, door een groep mannen te sturen, die zich voordeden als christenen die gedoopt wilden worden. Eduard keerde terug naar Engeland in 1272, toen zijn vader Hendrik III stierf.
Eduard was tijdens zijn reis naar het Heilige Land begeleid door Theobald Visconti, die in 1271 als Gregorius X paus was geworden. Gregorius riep in 1274 op voor een nieuwe kruistocht, tijdens het Tweede concilie van Lyon in 1274, maar zijn oproep werd niet beantwoord. Karel van Anjou wilde wel, en hij greep voordeel uit een ruzie tussen Hugo III van Cyprus, de Tempeliers en de Venitianen over het wel of niet heroveren van Akko. Hij kocht de rechten van Maria van Antiochië op het Koninkrijk van Jeruzalem, en viel Hugo III aan, die ook rechten op het koninkrijk had. In 1277 veroverde Hugo van San Severino Akko in de naam van Karel van Anjou.
Venetië had ondertussen gepleit voor een kruistocht tegen Constantinopel, waar Michael VIII recent het Byzantijnse Rijk nieuw leven had ingeblazen. In 1281 gaf Paus Martinus IV hier toestemming voor; de Fransen namen de landroute langs Durazzo, en de Venetianen gingen over zee. Maar, na de opstand in Sicilië (Siciliaanse Vespers) op 31 maart 1282, opgezet door Michael VIII, was Karel gedwongen om terug te keren.
Deze kruistocht was de laatste actie die werd ondernomen tegen de Byzantijnen of de moslims. In 1291 veroverden de Mammelukken de laatste van de gebieden van de kruisvaarders en kwam er een einde aan de kruistochten.
Even nog gloorde er wat hoop voor de laatste kruisvaarders op het vasteland van Ourtremer toen de Mammelukken die Syrië beheersten door de Mongolen belaagd werden, maar nadat deze dreiging bezworen was namen de moslimvorsten wraak op de schamele resten van de kruisvaarderstaat. Ook na 1291 toen de laatste stad in het Heilige Land (Akko) onder sultan Khalil in handen van de moslims viel, bleven de koningen van Cyprus de titel koning van Jeruzalem voeren. Zij hielden zelfs twee aparte kroningsplechtigheden en maakten vele plannen voor een herovering van het Heilige Land, die echter nooit uitgevoerd werden. In 1489 kwam ook aan het koninkrijk Cyprus (en het koninkrijk Jeruzalem-in-ballingschap) een einde, toen het eiland door Venetië overgenomen werd. Spoedig daarna zou het belang van de handel op de Levant voorgoed verminderen omdat de Portugezen ander wegen naar het verre Indië ontdekt hadden.
Foulques V
|