6051

Heilige Roomse Rijk (1198 - 1273)

Het Heilige Roomse Rijk (1152 - 1198)

Filips van Zwaben (1198 - 1208)

In 1198 waren er twee koningen verkozen tot Rooms keizer: Filips, de hertog van Zwaben, de zoon van keizer Frederik I Barbarossa en Beatrix I van Bourgondië en Otto de Welf. Deze laatste kreeg de steun van de paus. Filips was niet tot keizer gekroond, maar toch noemde hij zichzelf Filips II van Zwaben, met verwijzing naar de Romeinse keizer Philippus Arabs (244 - 249). Filips van Zwaben was naast koning van Duitsland (1198-1208) ook markgraaf van Toscane (1195 - 1197) en was al na de moord op zijn broer Koeraad ll in 1196 ook hertog van Zwaben. In 1208 werd hij te Bamberg vermoord door Otto van Wittelsbach, palstgraaf van Beieren, nadat Filips hem de hand van zijn dochter had geweigerd.

Otto lV van Brunswijk (1208 - 1218)

Toen Hendrik Vl in sept. 1197 overleed, braken de Duitse vorsten hun woord en verkozen niet zijn amper driejarige zoon Frederik (ll), maar de Welf Otto IV van Brunswijk, de derde zoon van Hendrik de Leeuw en Mathilde van Engeland, dochter van Hendrik II van Engeland. tot koning. Keizerin Constanza vertrouwde paus Innocentius III de voogdij toe over haar zoon, die reeds in 1198 koning van Sicilië was geworden. De paus waakte nauwkeurig over het bestuur van het eiland en van Zuid-Italië, die in feite een verlengstuk van de pauselijke staten werden. Op 27 november 1198 overleed Constanza, waarna Innocentius lll het regentschap van de jonge koning van haar over nam.

Rechts: Otto lV

  Frederik II (1212 - 1250 koning), (1218 - 1250 keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Jeruzalem
Toen Frederik meerderjarig werd, verkreeg de koningskroon van Sicilië, juist op het moment dat dit krachtige koninkrijk uiteen dreigde te vallen. Doch dit waren zorgen voor later want eerst moest hij al zijn macht aanwenden om zijn erfenis veilig te stellen, namelijk het Heilig Rooms Rijk (Duitsland). Na zijn keizerskroning in 1218 kon hij eindelijk zijn aandacht richten op Sicilië
In 1225 trad Frederik in het huwelijk met de dochter van Jan van Brienne. Ter gelegenheid van het huwelijk beloofde hij de paus om op kruistocht te gaan. Hij vertrok pas in 1228 en was ondertussen al een keer geëxcommuniceerd geweest omdat hij te lang wachtte. De bedoeling van Frederik was om d.m.v. compromispolitiek de heilige plaatsen definitief open te stellen voor het Westen.
In 1229 sloot hij in Egypte de 10 jaar durende Vrede van Jaffa met de sultan van Egypte. Hierdoor kregen de christenen een wijde bewegingsvrijheid in Palestina. Toen Frederik II zich op 12 maart 1229 tot koning van Jeruzalem liet kronen maakt dit een geweldige reactie los bij de Frankische heren. Ook omdat hij nog steeds geëxcommuniceerd was. Ten slotte kreeg hij nog onenigheid met de Tempeliers omdat hij de Duitse Orde meer rechten wou geven in het Heilig Land. Uiteindelijk verliet hij Akko en keerde hij terug naar Sicilië waar hij eerst en vooral de bezittingen van de Tempeliers in beslag liet nemen. In 1244 ging Jeruzalem definitief voor het westen verloren. Ondertussen had hij ook de bijnaam Stupor Mundi gekregen, wat Schudder van de Wereld betekent.
Als keizer van het Heilige Roomse Rijk en koning van Sicilië was Frederik ll zeer geïnteresseerd in wetenschap en onderhield daarom ook een brede correspondentie met de Egyptische Sultan. Vaak schreef hij dan brieven waarin hij dan een brede waaier van vragen stelde. Soms experimenteerde hij echter ook zelf. Er is een experiment bekend waarin hij baby’s in twee verschillende groepen liet indelen en de ene groep kreeg veel aandacht en aanraking en de andere groep werd met rust gelaten. Na twee maanden waren alle baby’s die in de tweede groep zaten gestorven.Hiermee bewees hij dat aanraking zeer belangrijk is in een mensenleven. Ten slotte is er ook bekend dat hij een begaafd valkenier was. Wanneer hij in 1250 sterft laat hij een enorm rijk na aan zijn twee zonen.

Het Duitse rijk groeide in de Middeleeuwen uit tot een lappendeken van staatjes, steden en ministaatjes, waarin de keizer die formeel aan het hoofd van zijn rijk stond het steeds minder voor het zeggen had. Vooral in de dertiende eeuw verbrokkelde het gezag van de keizer door de voortdurende strijd met de paus, zijn geldingsdrang in Italië en door strijd tussen de Duitse adel onderling. Een aantal machtige aartsbisschoppen en hertogen, die formeel gehoorzaamheid aan de keizer waren verschuldigd, maakten misbruik van de zwakke positie van de keizer. Zij zorgden ervoor dat keizerlijke beambten het veld moesten ruimen en dat ze zelf geld konden slaan en recht spreken. Een hertog was oorspronkelijk een militaire aanvoerder van de heerban in een gewest van het Frankische rijk. Later in het feodale tijdperk was de hertog een onafhankelijke vorst en was het een hoge adellijke titel.

Er zijn na verloop van tijd zeven keurvorsten die grote macht bezaten. Zij bepaalden samen wie de volgende keizer werd. Een voorgedragen kandidaat voor de keizerstitel heette dan Rooms-Koning en werd uiteindelijk door de paus tot keizer gekroond. Het moge duidelijk zijn dat de zeven het niet altijd eens zwaren over de kandidaat. Vele politieke spelletjes werden middels stromannen en tegenkandidaten gespeeld. De zeven keurvorsten waren de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz, en Trier, de koning van Bohemen, de hertog van Saksen, de markgraaf van Brandenburg en de paltsgraaf van de Rijn.

De keizer en zijn zeven keurvorsten in wapenboek Gelre.

Interregnum (1250 - 1273)

De periode na de dood van Frederik ll tot Rudolf l von Habsburg (1250 - 1273) wordt het interregnum (= tijd tussen regeringen, regeringsloze tijd) of keizerloze tijd genoemd. Het was een periode van binnenlandse twisten, roversbenden en onveiligheid van leven en bezit.

Koenraad lV (1250 - 1254)

Willem (Graaf Willem ll van Holland) (1248 - 1256)

Richard van Cornwales (1257 - 1272) (geen gezag of invloed in Duitsland)

Alfonso van Castilië en Leon (1257 - 1280) (kleinzoon van Filips van Schwaben. Hij was enkel in theorie keizer en heeft Duitsland nooit bezocht.

Duitsland (1273 - 1298)

laatst bijgewerkt: 28-01-08