2892

Romeinse rijk (238-249)

  Maximinus de Thraciër (Maximinus Trax) (235 - 238 n. Chr.)
Marcus Antonius Gordianus Sempronianus Romanus "Africanus" (157/9-238), kortweg Gordianus I, was keizer gedurende enkele weken in maart-april 238 samen met zijn zoon Gordianus II. Hij was een van de rijkste personen in het keizerrijk maar ook een zeer begaafde en integere persoonlijkheid.

Op zijn zestigste werd hij consul en hij was bijna tachtig jaar oud toen hij werd aangesteld als gouverneur van Noord Africa. Er ontstonden zeer ernstige problemen door de soms absurde belastingdruk ingesteld door Maximinus I 'Thrax'. Deze was zo hoog dat sommige welgestelden, liever dan failliet te gaan, besloten de belastinginners te vermoorden. Vervolgens werd er een dringend beroep gedaan op Gordianus om keizer te worden. 

links: Gordianus l

Na aarzeling accepteerde hij rond 19 of 22 maart 238 samen met zijn zoon Gordianus II deze taak. Deze laatste was, evenals zijn vader hij erg rijk. Hij was een vriendelijke en buitengewoon begaafde persoonlijkheid. Hij had carrière gemaakt als gouverneur van Achaea (Griekenland), quaestor (toezichthouder over de schatkist en financiën, als ook over het leger en de officieren) onder Elagabalus, prefect van Rome en consul onder Severus Alexander.

De twee Gordiani begaven zich naar Carthago van waaruit zij een brief naar de Romeinse senaat schreven om hun plannen bekend te maken. Tegelijkertijd gaven de Gordiani de opdracht Vitalianus, de prefect van de Praetoriaanse garde die zeer trouw was aan Maximinus, te vermoorden. Dat gaf de senaat voldoende moed om het aanbod van de Gordiani openlijk te accepteren. Gordianus I en Gordianus II werden gezamenlijk keizers en kregen de officiële bijnaam "Africanus". Het nieuws dat Maximinus was afgezet werd door de Romeinse burgerij met vreugde ontvangen en rellen braken uit waarbij alle informanten en belastinginners van Maximinus werden vermoord. Toen dit nieuws Maximinus, die op dat moment in Sirmium was, bereikte, begaf hij zich naar Italië om te trachten de opstand te onderdrukken. De Gordiani begingen echter de fatale fout een oude vijand, Capellianus, de gouverneur van Numidië, te willen afzetten. Capellianus kwam in opstand en trok met zijn legioenen naar Carthago en vormde een enorme overmacht. Beide Gordiani kwamen om op 12 april, Gordianus II in de strijd en Gordianus I door zelfmoord. Gordianus I - Wikipedia

Na de dood van keizers Gordianus I en II had de Romeinse senaat een groot probleem. Ze had niet lang daarvoor soldatenkeizer Maximinus I Thrax tot volksvijand verklaard, en deze Maximinus marcheerde inmiddels met zijn leger op naar Rome. Hij stuitte echter op het verzet van de stad Aquileia, waarop zijn officieren, die gingen twijfelen, hem vermoordden. 

In een spoedzitting van de senaat werden Pupienus en Balbinus tot keizers gekozen, beiden waren competente oude heren met een respectabele militaire en civiele carrière achter de rug. Het volk nam dit echter niet zomaar en werd zelfs onrustig. Door de neef en de kleinzoon van de twee gelijknamige Afrikaanse keizers (de latere Gordianus III), tot caesar te benoemen werd erger voorkomen. Pupienus, de militair meer ervaren van de twee keizers vertrok naar Ravenna om een leger op te bouwen en het tegen Maximinus op te nemen. Hij slaagde erin een leger te verzamelen, aangezien hij uit Germania veel soldaten kon halen. Tot een treffen kwam het niet. Maximinus' voorraden raakten op en Maximinus werd vermoord door zijn soldaten vermoord en hielden na een afkoopsom verder rustig. Balbinus was in Rome gebleven, maar daar kon hij de zaken nauwelijks onder controle houden. De terugkomst van Pupienus na de 'overwinning' op Maximinus bracht hierin verbetering, hoewel de beide keizers elkaar onderling voor geen cent vertrouwden. Pupienus wilde voor het geval dat  zijn Germaanse troepen dicht bij zich hebben. De Pretoriaanse Garde moest daar niets van hebben. De praetorianen waren bovendien ontevreden, niet in de laatste plaats omdat de Senaat hen niet geraadpleegd had bij de laatste keizersbenoemingen. Uiteindelijk rukten zij op naar het paleis en sleurden de twee oude mannen, Balbinus en Pupienus, naakt naar het Pretoriaanse kamp, waar ze werden gedood. Dat was de laatste keer dat de Senaat zich met de keizerskeuze had bemoeid. Decius Caelius Calvinus Balbinus - Wikipedia

Gordianus lll (238-244)

Omdat de Pretorianen geen eigen kandidaat hadden, legden ze zich bij de keuze voor de tot caesar aangewezen neef en de kleinzoon van de twee gelijknamige Afrikaanse keizers, Marcus Antonius Gordianus Pius neer. Hij was de zoon van Antonia Gordiana, die de dochter was van Gordianus I en zus van Gordianus II. De naam van zijn vader is onbekend. Sommige bronnen melden dat zijn eigen naam ook onbekend is, omdat hij bekend is onder de naam die hij in 238 van zijn grootvader overnam. Gordianus lll was bij zijn benoeming pas 13 jaar oud en stond gedurende vrijwel zijn gehele regeringsperiode onder controle van capabele adviseurs. Eén van hen, Timestheus, een zeer competente militair, vergezelde de keizer naar het oosten, waar een reeks fraaie overwinningen op de Parthen werd behaald. 

Bij zijn volk werd Gordianus lll zeer geliefd. Het lukte hem om de grenzen van het Romeinse rijk veilig te stellen, een opstand in Afrika neer te slaan, en de Goten en Sarmaten te overwinnen. Toen Thimestus stierf, benoemde hij Marcus Iulius Philippus Arabs ('de Arabier') tot zijn raadgever. Deze was deze direct of indirect betrokken bij de  voor moord op Thimestheus en daarna op die van Gordianus lll in 244. Hetzelfde jaar werd  Philippus Arabs uitgeroepen tot keizer.

Philippus Arabs  (244 - 249) 

Van zijn leven en politieke carrière tot aan zijn keizerschap is weinig bekend. Hij was de zoon van Iulius Marinus en is waarschijnlijk geboren in Arabia Trachonitis of in Damascus, in de destijds Romeinse provincie Syria. 

Zodra hij keizer was kocht hij een ongunstige vrede met de Parthische koning Saphur I om zich op familiezaken te concentreren: Hij gaf zijn broer, Priscus, het gezag (als rector Orientis) over het oostelijk deel van het rijk, gaf zijn 6-jarig zoontje (Philippus II) de titel Caesar en zijn vrouw Otacilia Severa de titel Augusta (verhevene, keizerin). Daarna begaf hij zich naar Rome om zijn gezag over de senaat te vestigen. Deze was hem gunstig gezind.

rechts: Philippus Arabs

Van 245-247 was hij bezig de grenzen met de Donau te verdedigen tegen de Capri en de Germanen, waarna hij in triomf in 247 terugkeerde en zijn inmiddels 9 of 10-jarige zoon tot medekeizer verhief.

Op 21 april 248 opende Philip de festiviteiten ter ere van de duizendste verjaardag van de stichting van Rome (in 753 v. Chr.). Kort daarna echter brak een opstand uit in het grensgebied bij de Donau, die weliswaar werd neergeslagen, maar leidde tot nieuwe invasies van naburige stammen. Ook in het oosten begonnen opstanden als gevolg van het wrede wanbestuur van zijn broer Priscus.

Philippus schijnt zijn ontslag te hebben willen indienen, maar werd daarvan weerhouden door de senator en stadsprefect Trajanus Decius. Deze werd door Philippus als nieuwe commandant van de troepen in Moesië en Pannonië aangesteld om de orde te herstellen. Dat gebeurde, maar de troepen riepen in 249 Decius tot keizer uit en rukten op naar Rome. De troepen van Philippus en Decius raakten in de herfst van 249 slaags met elkaar, waarschijnlijk bij Verona (Italië), en Philippus sneuvelde in de strijd. Onduidelijk is of zijn eigen legionairs, die de overwinnaar gunstig wilden stemmen, hem vermoord hebben.

links: Philippus Arabs knielt voor Saphur I om een gunstige vrede af te smeken.

Trajanus Decius (249 – 251) – Trabonius Gallus (251 – 253)

laatst bijgewerkt: 15-06-07

colofon