3942

Heilige Roomse Rijk (1273 - 1298)

 
Het Heilige Roomse Rijk (1198 - 1273)

Rudolf I van Habsburg (1273 - 1291)

Het Duitse volk verlangde algemeen naar een krachtige figuur, die een einde kon maken aan het vuistrecht. Dat de keuze op Rudolf von Habsburg biel, was te danken aan zijn gevestigde reputatie van verstandig en bedachtzaam man. Voor de vorsten van Duitsland was het van betekenis dat zijn erflanden van bescheiden omvang waren - zij strekten zich uit over het huidige noordwest Zwitserland en de Elzas. 

Links: Het stamslot, de Habsburg, lag op een steile rots aan een zijrivier van de Rijn, de Aare in het Zwitserse kanton Aargau. 
Bij zijn troonsbestijging was Rudolf een man van 55 jaar. Zijn leven had zich tot op dat ogenblik binnen betrekkelijk nauwe grenzen bewogen: het was een leven geweest van moeizaam werken en gretig gebruik maken van alle gelegenheden om de Habsburgse erflanden te vergroten. Stap voor stap ging hij te werk, soms door onderhandelingen en verdragen, soms door geweld en wapengekletter. Nuchter en realistisch was Rudolfs kijk op het leven. Rudolf stond erom bekend dat hij nooit een woord brak. Spaarzaamheid en zin voor orde maakten hem tot een uitstekend bestuurder en organisator. Meer dan eens had zijn leven aan een zijden draad gehangen. Maar hij voerde geen oorlog ter wille van de oorlog. Liever dan zijn eigen leven en dat van anderen te riskeren, ging hij met sluwheid en list te werk.

boven: Keizer Rudolf l maakt zijn entree in de stad Bazel.

Eerst moest het duidelijk zijn wie werkelijk de hoogste macht in het Duitse rijk bezat. Met de machtigste vazallen had Rudolf dezelfde moeilijkheden als zijn voorgangers: bijna altijd was er wel een die de keizer de macht betwistte. Dat was bijvoorbeeld
Ottokar ll (1253 - 1278) van Bohemen en Moravië. Dit land was sinds 1086 een koninkrijk, dat in 1212 van keizer Frederik II het recht van erfopvolging had verkregen. Gedurende de anarchie na de val van de Hohenstaufen had hij ook het hertogdom Oostenrijk bemachtigd en zijn rijk omvatte in 1253 het grootste deel van Centraal-Europa, inclusief Oostenrijk, Karinthië en Stiermarken. Ottokar was een krachtige figuur, die zijns gelijke niet had in het toernooispel en andere riddersporten. Zijn vrijgevigheid was wijd vermaard en zijn feesten onovertroffen. Na zijn militaire successen wilde Ottokar ook Duits keizer worden. Dat de Duitse keurvorsten Rudolf van Habsburg als keizer, kon Ottokar moeilijk verkroppen. Hij weigerde de eed van trouw af te leggen aan de nieuwe keizer. Het was duidelijk, dat óf Ottokar ll, óf Rudolf von Habsburg zou moeten wijken; anders zou er geen regeringsgezag in Duitsland kunnen bestaan. Dit begrepen ook de andere rijksvorsten en zij schaarden zich allen aan Rudolfs kant, toen hij Ottokar in de rijksban deed. 

Het allereerste gevolg was een algemene afval onder de vazallen van de overmoedige Bohemer. Toen Rudolf tegen Ottokar te velde trok vond deze het raadzaam toe te geven. Ottokar moest afstand doen van zijn pas verworven bezittingen en er zich in schikken dat hij zijn erflanden Bohemen en Moravië als keizerlijk leen ontving. Toen bleek dat Rudolf Ottokars Oostenrijkse bezittingen niet als lenen wilde uitgeven aan Duitse vorsten maar deze voor het Habsburgse geslacht als erflanden wilde houden wekte dit weerstand bij enkele Duitse vorsten, waarop Ottokar een geheime coalitie vormde, gericht tegen tegen het keizerlijk gezag. In 1278 kwam het tot een krachtmeting op het slagveld.op het Marchfeld tussen Wenen en Bratislava. Dankzij zijn bekwaamheid als legeraanvoerder behaalde Rudolf de overwinning. Ottokar had zich met vurige moed in de strijd geworpen, maar werd in het gewoel van zijn manschappen gescheiden. Toen hij zich door vijanden omringd zag, moest hij zich overgeven. Een Oostenrijks edelman, die een persoonlijke vijand van de koning was, stak de weerloze gevangene neer.

Nu was Rudolf onbetwist heer en meester over alle landen van Ottokar. Maar hij maakte daar geen misbruik van. Ottokars enige zoon Wenzel liet hij Bohemen behouden. Garanties voor de toekomst schiep Rudol door een huwelijk tussen Wenzel en zijn eigen dochter. Ottokars overige bezittingen vormden sedertdien de Oostenrijkse erflanden van de Habsburgers, welke later nog met Tirol werden vergroot. De Oostenrijkse erflanden zouden in de toekomst de basis vormen voor de macht van het Habsburgse huis.

Een onverzoenlijke strijd voerde Rudolf gedurende zijn gehele regering tegen de roofridders die meedogenloos de vrede in het land schonden. Het vermaardst is zijn belegering van de sterke, bijna onneembare burcht bij Schaffhausen, waar verscheidene roofridders hun toevlucht hadden gezocht. Na de inneming veroordeelde Rudolf hen allen tot de galg.

Adolf van Nassau (1292 - 1298)

De historische achtergrond van de legende van Wilhelm Tell. wordt gevormd door de strijd die in het midden van de 13 eeuw in de drie oudste kantons van Zwitserland woedde, toen  Frederik ll (1218 - 1250) en zijn zoon Koenraad lV (1250 - 1254) hun vijanden bestreden en gedurende het Interregnum, de keizerloze tijd (1250 - 1273). Bij één van die gelegenheden schijnen de drie kantons een verbond tot gemeenschappelijke verdediging te hebben aangegaan. Dit werd vernieuwd in 1291 na de dood van keizer Rudolf l, toen nieuwe tijden van onrust waren te duchten. Zo ontstond in dat jaar de oudst bekende verbondsoorkonde van het Zwitserse eedgenootschap, waarom met gewoonlijk het jaar 1291 als het beginjaar rekent van de geschiedenis van de Zwitserse bondsstaat. Sommige onderzoekers plaatsen het verhaal van WIlhelm Tell in de tijd onmiddellijk voorafgaand aan het verbond van het jaar 1291.

Duitsland (1298 - 1400)

laatst bijgewerkt: 29-10-03

colofon