2961 Italië (1200 - 1300)
Italië (1100-1200); Noormannen in Zuid-Italië (1000 - 1194)

Otto lV (1198 - 1212); Gekroond in 1209

Frederik ll (1212 - 1250); Gekroond in 1220

Koenraad lV (1250 - 1254); nooit gekroond

Groot Interregnum strijders: Richard van Cronwall (1257 - 1273) en Willem ll van Holland (1257 - 1272)

Rudolf l van Habsburg (1273 - 1291); Nooit gekroond maar erkend door de paus in 1274

Adolf l van Nassau (1292 - 1298), Nooit gekroond

Albert l van Habsburg (1298 - 1308); Nooit gekroond

In 1194 was er een eind gekomen aan de Normandische overheersing van Sicilië. Het eiland werd na hevige gevechten geannexeerd door Hendrik VI van Hohenstaufen en gehuwd met Constanza d'Altavilla, de erfdochter van de overleden Roger II, koning van het koninkrijk Sicilië en Apulië. 

Toen Hendrik Vl in september 1197 overleed en de Duitse vorsten niet zijn driejarige zoon Frederik (ll), maar de Welf Otto IV tot koning uitriepen, vertrouwde keizerin Constanza vertrouwde paus Innocentius III de voogdij toe over haar zoon. De paus waakte nauwkeurig over het bestuur van het eiland en van Zuid-Italië, die in feite een verlengstuk van de pauselijke staten werden. Op 27 november 1198 overleed Constanza, waarna Innocentius lll het regentschap van de jonge koning van haar over nam.

Toen Frederik meerderjarig werd, verkreeg de koningskroon van Sicilië, juist op het moment dat dit krachtige koninkrijk uiteen dreigde te vallen. Doch dit waren zorgen voor later want eerst moest hij al zijn macht aanwenden om zijn erfenis veilig te stellen, namelijk het Heilig Rooms Rijk (Duitsland). Na zijn keizerskroning in 1218 kon hij eindelijk zijn aandacht richten op Sicilië. Hier waren de moslims, wier voorvaderen zich daar reeds in 827 gevestigd hadden, in opstand gekomen. In de heuvels rond Palermo en Monreale probeerden ze een eigen islamitische staat te stichten. Als koning van Sicilië kon hij deze situatie niet tolereren en in 1222 begon hij aan een grootse veldtocht om op het eiland de orde te herstellen. Hij omsingelde de verblijfplaats van de opstandelingen en dwong hen zich na twee maanden over te geven, waarna hij hun leider Ibn-Abbad in Palermo liet ophangen. Om toekomstige problemen te vermijden liet hij de moslims die zich niet wilden bekeren tot het christendom overplaatsen naar de stad Lucera. Dit waren er tenminste 20000.

Hiermee had hij 3 bedoelingen:

1. De aanvoer van manschappen, geld, wapens en voedsel uit Noord-Afrika aan de moslims afsnijden.  

2.De zeer vruchtbare grond van deze dunbevolkte regio te bebouwen en dankzij de islamitische landbouwtechnieken er een grote belasting op te kunnen heffen.  

3. Ten derde kon hij de islamitische boogschutters en vechttechnieken zeer goed gebruiken voor zijn eigen leger hoewel hij ze nooit ingezet heeft voor de latere zesde kruistocht. Een selecte groep van deze islamieten vormden zijn lijfwacht en later ook de lijfwacht van zijn zonen Manfred en Konradin. Hierdoor kreeg hij ook de titel ‘Sultan van Sicilië’.

Hoewel Italië in principe aan de paus toebehoorde, liet paus Honorius III zich geen afkeurende woorden ontvallen. Hij ging er van uit dat door hun afzondering deze moslims zich wel snel zouden bekeren. Onder zijn opvolger Gregorius IX echter bleken deze moslims allemaal Italiaans te spreken en nog maar weinig te hebben ingeboet van hun islamitische karakter. Hij reageerde hierop door hen allen te dwingen zich te bekeren. Frederik reageerde hier niet echt op omdat de bedoeling van Lucera militair en economisch was. Hierna verdween Lucera uit de pauselijke belangstelling en dus ook grotendeels uit de geschiedenis.

Sicilië ontwikkelde zich zeer snel onder de Hohenstaufens, met name onder Frederik II van Hohenstaufen, met de bijnaam “stupor mundi” (=schudder van de wereld). Op Sicilië wordt hij trouwens Frederik I genoemd.
Ondanks problemen met de Paus van Rome werd Sicilië nog één keer het centrum van de handel en de cultuur. O.a. de “Constitutie van Melfi”, een voor die tijd moderne grondwet, en de Siciliaanse dichtersschool stammen uit die tijd. Na de dood van Frederik II werd hij opgevolgd door diens zoon Manfred, de laatste van het geslacht Hohenstaufen, die in 1266 sneuvelde door de troepen van de Franse Karel van Anjou. Karel werd tot koning van Sicilië en Napels gekroond en regeerde als een tiran.
In 1282 volgde een grote opstand, de “Siciliaanse Vespers”, die uitmondde in een heuse onafhankelijkheidsoorlog. De Sicilianen riepen de hulp in van Pedro III van Aragon (Peter I} in Spanje, maar het duurde nog twintig jaar voordat de Fransen definitief verdreven werden.

In 1268 kende de paus het Siciliaanse rijk toe aan Karel van Anjou die daarna koning van Napels en Sicilië werd. Dit kon gebeuren na de dood van de erfgenaam van Frederik II, Manfred. Het was al snel duidelijk dat Karel de heerschappij over geheel Italië wilde hebben maar de paus slaagde erin om zijn macht te breken. En na de Siciliaanse Vespers (= de opstand die op 31 maart 1282 in Palermo op Sicilië uitbrak en zich van daaruit over het hele land verbreidde) verloor hij zelfs Sicilië dat aan het Spaanse Aragón werd toegewezen. Na de "Babylonische" gevangenschap was het zo goed als gedaan met de wereldlijke macht van de paus. 

Siciliaanse vespers: Het was een vrij algemeen verzet uit ongenoegen tegen de heerschappij van koning Karel van Anjou. Deze had er met harde hand zijn gezag opgelegd en daarbij zowel de moslims (die er nog steeds een belangrijke plaats innamen) als de aanhangers van de door hem verdreven Hohenstaufen (Manfred en Konradijn), tegen zich in het harnas gejaagd. Hij had ze van hun land en privileges beroofd, hen verjaagd en vervangen door edelen en boeren uit de Franse Provence. Bovendien hief hij zware belastingen met het oog op zijn geplande oorlog tegen het Byzantijnse Rijk. Pedro III van Aragon, die door zijn huwelijk met een dochter van Manfred aanspraak kon maken op de Siciliaanse troon, was volop in onderhandeling met de vijanden van Karel van Anjou, toen onverwachts de opstand uitbrak.
Aanleiding was de belediging door een Franse officier van een Siciliaanse vrouw. Deze was op weg naar de avonddienst (de vespers) in de kerk Santo Spirito te Palermo en werd door de officier gefouilleerd op verboden wapenbezit. Dit ontaardde tot een publiek schandaal. In de kerk werd de officier neergestoken, wat het sein gaf tot een algemene moordaanval op al wat Frans (Provençaals) was. Iedereen die het woord "cicero" niet correct kon uitspreken ging eraan. Er waren zeer veel slachtoffers. De troepen van Peter, die zich in 1283 tot koning van Sicilië liet kronen, slaagden er in de rust te herstellen. Over deze dramatische gebeurtenis heeft Giuseppe Verdi een (zelden opgevoerde) opera geschreven, met de titel "I Vespri Siciliani").

Karel van Anjou verplaatste de hoofdstad van Palermo naar Napels. In 1284 werd het Koninkrijk in twee delen opgesplitst, maar beide claimden de naam Koninkrijk Sicilië.

Italië (1300 - 1400)

Gemaakt: 20-06-04