7232 | Castilië en Aragon (1516 - 1555) |
![]() |
![]() |
![]() ![]() Carlos, de zoon van ![]() ![]() ![]() |
![]() |
![]() |
Toen in 1516 zijn grootvader Toen Carlos het nieuws van het overlijden van zijn grootvader vernam, vertrok hij onmiddellijk naar Spanje. In 1517 nam hij de titel koning van Castillië en Aragón aan, met toestemming van zijn moeder Links: |
Carlos' grootvader van vaderszijde, keizer In 1520 brak in Castillië een opstand uit, de oorlog van de "comuneros" (gemeenschappen), onder leiding van Juan de Padilla. Carlos was in Spanje niet bepaald populair. Hij werd door velen gezien als een rare buitenlander. Zijn vader was immers een Habsburger uit de Nederlanden en zelf was hij aan het Brusselse hof geboren en had daar zijn jongste jaren doorgebracht. Zijn buitenlands beleid werd ook al als on-Spaans beschouwd. De opstand begon in Toledo en al snel voegden andere steden zich bij de "Santa Junta" (Heilig verbond). Juan de Padilla probeerde de opstand te rechtvaardigen met de bewering dat Johanna's krankzinnigheid een verzinsel was om Carlos aan de macht te helpen. Johanna weigerde vervolgens nog de stukken te tekenen die Carlos aan haar voorlegde. De beweging viel echter al snel ten prooi aan onderlinge strijd en Padilla's leger werd in april 1521 verslagen bij Villalar. Padilla zelf werd terechtgesteld. Johanna's jongste dochter, Catherina, bleef bij haar moeder wonen en vormde haar enige bron van vreugde, totdat zij in 1524 aan haar Portugese neef Johan III werd uitgehuwelijkt. Vanaf dat moment ging het snel bergafwaarts met Johanna. De liefde waaraan zij zo sterk behoefte had, kreeg zij van het haar bewakende personeel niet. Ze verwaarloosde zichzelf, verschoonde zich niet meer, kamde haar haren niet meer en sliep op de vloer. Als ze werd gewassen, dan bekommerde het personeel zich niet om de watertemperatuur. De arme Johanna liep daardoor regelmatig brandwonden op. Haar kinderen namen al sinds 1518 niet meer de moeite hun verwarde moeder te bezoeken, zodat het personeel nooit rekenschap hoefde af te leggen voor de beschamende behandeling die de koningin moest ondergaan. |
![]() |
Op 12 april 1555 overleed Johanna. Haar dood moet voor haar een ware verlossing zijn geweest. Zij werd begraven in de Capilla Real in Granada, in dezelfde crypte waar haar ouders en echtegenoot ook al rustten. Carlos was vanaf dat moment de enige koning van Spanje. Hij zou, zeker in onze streken, veel beroemder worden dan zijn moeder, onder de naam Karel V. |
Door de ontdekking van Amerika werd Spanje het centrum van het eerste echte wereldrijk, maar was ook voortdurend in conflict met Frankrijk over de hegemonie in Europa. Ook de godsdienstoorlogen als gevolg van de Reformatie lieten Spanje niet onberoerd als leidend land in de Contrareformatie. |
I |
Karel V had het niet gemakkelijk. Vijanden, zoals de Turken vielen zijn rijk binnen. Er waren ruzies met Frankrijk, dat midden in zijn rijk lag. Belangrijke edelen waren voortdurend bang dat ze hun macht zouden verliezen. De burgers in de steden en de boeren op het land klaagden over de vele belasting die ze moesten betalen. En dan waren er steeds meer mensen die het niet eens waren met de oude Rooms-katholieke Kerk. Ze wilden de godsdienst veranderen, met een ander woord: hervormen. Maar als vurig katholiek wilde Karel wilde daar niets van weten en trad zeer fel op tegen allen die de Rooms Katholieke Kerk niet langer trouw wilden blijven. In 1529 werden in Granada intensievere inquisitieprocessen gehouden. De banden tussen Karel V en zijn verschillende rijksdelen waren in het begin zeker niet al te hecht. Allerlei machthebbers en machthebbertjes erkenden hem wel als koning, maar wilden de rechten die ze als vanouds bezaten niet opgeven. Karel wilde die versnipperde machtsverdeling vervangen en bestuurlijke, financiële en kerkelijke zaken zelf centraal regelen. Daartegen rees verzet, onder andere in de Nederlanden. Maar ook in Duitsland gonsde het van onrust.Gemaakt: 02-06-04; bijgewerkt: 24-05-09 |