5127 |
Prinsdom Antiochië (1098-1163) |
![]() |
Het vorstendom Antiochië ontstond toen de Kruisvaarders In 1097 de stad Antiochië innamen.
Over het prinsdom regeerde daarna tot 1111 Hoewel Bohemund Antiochië in zijn bezit had en beschikte over een sterk leger claimde de Byzantijnse keizer |
![]() |
Slag van Melitene (1100)
Nadat het Vorstendom Antiochië in 1098 gestabiliseerd was, sloot Bohemund een bondgenootschap met de Armeens-Ciliciërs. Vervolgens riep Gabriel van Melitene de hulp van Bohemund in, omdat deze en zijn Armeens garnizoen werden belaagd door Danishmenden. Bohemund marcheerde met een leger van driehonderd ruiters en enkele duizenden infanteristen naar het noorden.Bij Melitene vielen de strijders van Malik Ghazi Gumushtekin de kruisvaarders in een hinderlaag aan. Hun expeditie was mislukt en de meeste kruisvaarders werden omgebracht; Bohemund werd gevangengenomen, samen met Richard van Salerno. Onder de doden waren ook de Armeense bisschoppen van Marash en Antiochië. Bohemund werd vastgehouden voor losgeld, maar werd pas vrijgekocht in 1103. Er werd een reddingspoging gedaan tijdens de Kruisvaart van 1101, waar de Lombarden (de Italiaanse vertrouwelingen van Bohemund) onderweg waren naar Niksar, waar zij dachten dat Bohemund gevangen zat, maar het leger werd door de Danishmenden verslagen bij Mersivan. Deze slag was de eerste nederlaag sinds de kruisvaarders in het Heilig Land waren aangekomen, in de nasleep van de Eerste Kruistocht. Na het grote verlies van de kruisvaarders bij de Slag van Harran in 1104, waren alle burchtversterkingen van Antiochië ten oosten van de rivier de Orontes verlaten. Om versterkingen te krijgen van nieuwe pelgrims uit het westen vertrok Bohemund I van Antiochië naar Europa, om daar te gaan werven bij de koningen. Zijn neef Tancred nam het regentschap over en begon geduldig en voorzichtig aan het herstel van de verlaten burchten en weerloze dorpen.Tancred leidde een beleg op het kasteel van Artah, dat ongeveer 50 kilometer noordoostwaarts van Antiochië lag. Tijdens deze operatie kwam Radwan, de emir van Aleppo, het beleg verstoren; Tancred voerde vervolgens een aanval uit op Radwan en zijn leger. De Latijnse prins zou gewonnen hebben, omdat hij het terrein kundig wist te gebruiken; de kruisvaarders wisten met tactische bluf, door middel van aanvallen en terugtrekken de Seldsjoeken te verslaan (slag bij Artah) |
![]() |
Vanwege de Byzantijnse aanspraken op het vorstendom Antiochië belaagden de Grieken de scheepsroutes rond Antiochië. Bohemund zocht daarom steun in Frankrijk bij koning ![]() ![]() |
|
![]() |
Nadat Boudewijn l in de slag van Harran (1104) gevangen was genomen door de Seldjoeken kreeg hij ook het graafschap Edessa onder zijn hoede. Nadat daaruit was verdreven moest hij onder druk van ![]() ![]() Toen emir Ridwan van Aleppo in 1113 overleed heerste er een korte vredesperiode van minstens twee jaar. Rogier van Salerno sloeg geen voordeel uit Ridwans dood. Ook Boudewijn II, graaf van Edessa en Pons, graaf van Tripoli, hielden vooral hun eigen belangen in het oog en sloten geen alliantie met Rogier tegen Aleppo. In 1117 kwam Aleppo onder het bewind van de Artuqidische atabeg llghazi. In 1118 nam Rogier Azaz in, wat voor Ilghazi waarop. llghazi reageerde door in 1119 het territorium van Antiochië binnen te vallen. Rogier trok hem vanuit Artah tegemoet in het gezelschap van Bernard van Valence, de Latijnse patriarch van Antiochië. Bernard raadde aan om in Artah te blijven, daar dit een goed verdedigbaar fort dicht bij Antiochië was en Ilghazi niet in staat zou zijn er langs te trekken. Ook adviseerde hij Rogier de hulp in te roepen van Boudewijn, die inmiddels koning van Jeruzalem was geworden en van Pons. Rogier meende echter dat hij hun aankomst niet kon afwachten. Hij sloeg zijn kamp op in de pas van Sarmada, terwijl Ilghazi het fort al-Atharib belegerde. Een kleine troep onder leiding van Robert van Vieux-Pont probeerde met een uitval het beleg te breken, maar Ilghazi veinsde zich terug te trekken, een typisch Turkse tactiek die ook hier succesvol was: Roberts mannen werden van het fort weggelokt en in een hinderlaag geleid. |
Slag van Ager Sanguinis (1119)
llghazi, die versterkingen verwachtte van Toghtekin, de Buridische emir van Damascus, raakte het wachten eveneens beu en omsingelde tijdens de nacht van 27 juni het kamp van Rogier. Het kruisvaardersleger, dat bestond uit 3700 troepen (700 ruiters en 3000 infanteristen), werd opgedeeld in drie divisies onder bevel van Rogier, Geoffrey de Monnik en Guy Fresnel. Eerst leken de Christenen te winnen, maar de moslims kregen al gauw de overhand. Rogier sneuvelde door een zwaardhouw in het gezicht aan de voet van het grote met juwelen ingelegde kruis dat als standaard diende. De rest van het leger werd vernietigd. De slag ontleende zijn naam aan deze slachting: ager sanguinis is Latijn voor "veld van bloed". |
![]() |
De veldslag bewees dat moslims zonder hulp van de Seldjoeken een kruisvaardersleger konden verslaan. Ilghazi trok niet verder op naar Antiochië waar de patriarch Bernard de verdediging zo goed als mogelijk organiseerde. In augustus werd Ilghazi door Boudewijn en Pons teruggedreven; waarna Boudewijn het regentschap van Antiochië op zich nam. De nederlaag betekende een grote verzwakking voor Antiochië. In het volgende decennium had het herhaaldelijk te lijden onder aanvallen van de moslims en kwam het vorstendom binnen de invloedssfeer van het Byzantijnse Rijk.
De inwoners van Antiochië vroegen of Boudewijn het regentschap over wilde nemen, totdat Bohemund oud genoeg was. In Tarento trad Willem van Apulia op als waarnemend regent voor Bohemund ll. Door de oorlog die hij voerde had hij veel grondgebied verloren. Toen Bohemund 18 werd trouwde hij met zijn dochter Alice, prinses van Jeruzalem. Tarento liet hij na aan zijn neef Willem van Apulia, die het later aan Rogier II van Sicilië verloor, waarna hij voorgoed vertrok naar Antiochië. In 1126 trok Bohemund ll ten strijden tegen moslims die stukken van zijn grondgebied hadden veroverd. De moslims onder leiding van Usamah ibn-Munqidh dolven het onderspit. Volgens geschiedschrijvers kwamen Bohemund en Usamah elkaar persoonlijk tegen in gevecht en Usamah zou geschrokken zijn van de aanvalsdrift van Bohemund. Na deze slag lag Bohemund vaak in conflict met Jocelin I van Edessa over stukken grondgebied die door Rogier van Salerno waren geschonken aan Edessa, maar Bohemund zou hier nooit toestemming voor gegeven hebben. In 1130 sloot hij zich aan bij Boudewijn II die een aanval op Damascus begon. Een aantal maanden later werd Bohemund tijdens de strijd in een hinderlaag gelokt en gedood. Hij werd onthoofd en het gebalsemde hoofd werd in een zilveren doos als trofee naar de kalief gestuurd. Bohemond werd opgevolgd door zijn dochter Constance, als gravin van Antiochië. De Kruisvaarders hadden een groot deel van de omgeving van Aleppo in en hielden de stad (die in 1070 door de Seldjoeken was ingenomen) in een wurggreep door haar toegang tot de kust af te sluiten. In 1124-25 tijdens een zwaar beleg door Christelijke troepen, kwam |
Constance, gravin van Antiochië (1130 - 1163) Constance was de dochter van Bohemund ll en Alice, prinses van Jeruzalem, een dochter van Boudewijn II van Jeruzalem. Zij trouwde met Raymond van Poitiers (Antiochië), de zoon van Willem IX van Aquitanië. Raymond sneuvelde in de Slag van Inab in 1149 tegen Nur ad-Din. Constance hertrouwde met Reynauld van Chatillon, die werd aangesteld als mederegent. In 1160 werd Reynauld opgepakt en naar Aleppo gebracht, waar hij zestien jaar zou verblijven. Constance zat haar zoon voortdurend dwars en weigerde hem de macht over Antiochië te geven. In 1163 werd Constance uit Antiochië verbannen, waarna |
Gemaakt: 29-02-08; laatst gewijzigd: 01-03-08 |