5130

Graafschap Tripoli (1102-1289)

 

In 1102 stichtte Raymond IV van Toulouse ten zuiden van Antiochië (in het noorden van het huidige Libanon) het graafschap Tripoli. Hij was daar al in 1099 zonder problemen door heen getrokken. De Emirs van Tripoli waren echter niet ingenomen met de plannen van Raymond om er een christenstaat van te maken. Zij riepen de bevolking op tot verzet, wat uitmondde in het vijf jaar durende Beleg van Tripoli. Raymond zou het einde daarvan niet meemaken: hij overleed in 1105.

Raymond had al eerder deelgenomen aan een pelgrimstocht naar Jeruzalem, Volgens Armeense bronnen verloor hij een oog tijdens de tocht, anderen beweren dat hij aan een oog het gezichtsvermogen verloor. Na zijn eerste ervaring bij zijn pelgrims-kruistocht, had hij de wens te kennen gegeven om later aan het einde van zijn leven te mogen sterven in het Heilige Land. In oktober 1096 zou hij vertrokken zijn vanuit Toulouse, met zijn vrouw Elvira en Adhemar van Monteil, de bisschop van Le Puy-en-Velay en pauselijk legaat (gezant met bepaalde volmachten), als zijn belangrijkste gevolg, met een leger dat uit zo'n 25.000 personen zou hebben bestaan.

 

Hoewel hij een hekel had aan keizer Alexius I van Byzantium en hem met tegenzin trouw zwoer, zou Raymond uitgroeien tot de trouwste vertegenwoordiger van de Byzantijnse territoriale belangen. Hij sloot daarom een eed van vriendschap en steun. Zo was hij de enige leider van de kruisvaarders die geen land voor zichzelf veroverde, en probeerde hij tevergeefs Bohemund I van Taranto ervan te overtuigen Antiochië, dat hij mee had helpen veroveren op de Seldjoeken tijdens het beleg van Antiochië in 1098, te overdragen aan Alexius.

Raymond was aanwezig bij het beleg van Nicaea en de slag van Dorylaeum, maar het belangrijkste deed hij bij het beleg van Antiochië. Op weg ernaar toe hoorde hij dat de stad verlaten was door de Seldjoeken en daarop stuurde hij zijn leger vooruit. Hierdoor raakte Bohemund zeer vertoornd, omdat hij deze de stad voor zichzelf wilde.

In 1099 organiseerde Raymond na enkele aarzelingen een veldtocht richting de kust waarna Beiroet, Tripoli, Jaffa en Ramala werden ingenomen. Daarna nam hij deel aan de verovering van de stad Jeruzalem. Toen de stad viel op 15 juli 1099 kreeg hij het koningschap over Jeruzalem aangeboden, maar hij weigerde. In zijn plaats werd Godfried van Bouillon gekozen. Hoewel er onenigheid was tussen de twee, verdedigden ze samen Jeruzalem tegen de Fatimiden en sloegen zij hun aanval af bij Slag van Ascholon.

In 1102 stichtte hij de kruisvaarderstaat Tripoli. Volgens historici was het hem echter niet te doen om een nieuwe titel. Vanaf 1100 hield hij de zuidwaartse expansie van Bohemund's prinsdom van Antiochië tegen in opdracht van Alexius. In de buurt van Tripoli bouwde hij het kasteel Mons Peregrinus (Pelgrimsberg), waar hij overleed op 28 februari 1105.

De emirs van Tripoli boden tegenstand voor de oprichting van de staat. Zij riepen de bevolking op tot verzet, wat uitmondde in het zeven jaar durende beleg door de Kruisvaarders van Tripoli (1102-1109). In september 1104 deed de kalief van Tripoli Fakhr al-Mulk een aanval op het kasteel Mons Peregrinus waarbij een groot aantal kruisvaarders werd vermoord en een vleugel van het het fort werd afgebrand. Raymond raakte zwaar gewond en stierf vijf maanden later, in februari 1105, aan zijn verwondingen. Hij werd vervangen door zijn neef Willem-Jordaan, graaf van Cerdagne als leider. Op zijn sterfbed had Raymond nog een akkoord geregeld met de kalief; als die stopte met het onder vuur nemen van het fort, zouden de kruisvaarders de handel in en om Tripoli met rust laten, de kalief accepteerde dit.

In 1108, werd het steeds moeilijker om voedsel naar de belegerde inwoners te brengen. Veel inwoners namen hun toevlucht naar andere steden als Homs, Tyrus en Damascus. De edelen van de stad, die de kruisvaarders in een eerder stadium hadden verraden, werden geëxecuteerd in het kruisvaarders kamp. Fakhr al-Mulk, was radeloos aan het wachten op versterkingen van Seldjoek sultan Mehmed I Tapar, die eind maart naar Bagdad getrokken was met vijfhonderd manschappen en diversen giften. Tijdens zijn reis deed hij Damascus aan waar hij met open armen ontvangen werd door Toghtegin, de opvolger van de pas overleden Dukak. Eenmaal in Bagdad werd Mehmed I met groots vuurwerk ontvangen en waren de gedachten van Mechmed niet meer bij Tripoli en moest er onderhandeld worden over een dispuut over Mosoel. Fakhr al-Mulk keerde in augustus terug naar Damascus, waar hij vernam dat Tripoli door de overige edelen, die het wachten op de terugkeer van de kalief moe waren, overhandigd was aan al-Afdal Shahanshah, de vizier van Egypte

Het jaar erop, formeerde de kruisvaarders een grote groep buiten Tripoli, geleid door Boudewijn I van Jeruzalem, Boudewijn II van Edessa, Tancred, regent van het Vorstendom Antiochië, Willem-Jordaan en Bertrand, de zoon van Raymond IV's, die pas was aangekomen met verse troepen uit Italië en Frankrijk. In Tripoli werd intussen nog steeds met smacht gewacht op versterking van moslimkant, vooral uit Egypte.

Buiten de stadsmuren bereikten Boudewijn l van Jeruzalem en de overige leiders een akkoord. De stad Tripoli kon nu ingenomen worden en als dit een feit was, zou het Graafschap Tripoli worden verdeeld in twee gebieden: Willem Jordaan zou het noordelijk gebied krijgen als vazal van het Vorstendom Antiochië, en Bertrand het zuidelijk deel als vazal van het Koninkrijk Jeruzalem.

De stad viel op 12 juli 1109 en werd volledig geplunderd door de kruisvaarders. Honderdduizend documenten, boeken en prenten van de Dar-em-Ilm bibliotheek werden vervloekt en daarna verbrand. Veel historische gebouwen werden verbrand.De Egyptische vloot arriveerde acht uur te laat. De meeste inwoners werden tot slaaf verheven, anderen werden verdreven of gedood en van hun bezittingen ontdaan. In de 180 jaar van hun bezetting brachten de Kruisvaarders Tripoli tot de meest bloeiende periode van zijn bestaan in het gehele Midden Oosten. In 1289 werd Tripoli veroverd door de Mammelukken onder Sultan Qalaoun. 

Rechts: de citadel van Tripoli

Bertrand graaf van Tripoli (1109-1112)

Bertrand, liet Willem-Jordaan in 1110 vermoorden en claimde twee derde van de stad voor zichzelf, met daarbij de ander derde onder Genuees gezag. Vervolgens werd Tripoli een kruisvaardersstaat. De rest van de Mediterrane kust was al in handen van de kruisvaarders gevallen, met in de volgende jaren nog de havensteden Sidon (1111) en Tyrus (1124). Bertrand heerste daarna over Tripoli tot aan zijn dood in 1112. Hij  werd opgevolgd door zijn zoon Pons van Tripoli. Toulouse liet hij na aan zijn halfbroer Alfons Jordaan, dat alweer in handen was van Willem IX van Aquitanië.

Pons graaf van Tripoli (1112-1137)

Pons (geboren ca. 1098) trouwde met Cecile van Frankrijk, de weduwe van zijn mentor Tancred, prins van Galilea en Tiberias en een dochter van Filips I van Frankrijk (1060 - 1108). Samen kregen zij een zoon: Raymond II van Tripoli en een dochter: Agnes. Het huwelijk met Cecile was van maatschappelijk belang, omdat het tussen de Noormannen en Provençalen niet goed boterde. Doordat het adellijke geslacht samenging werden de gemoederen tussen beiden kampen gerustgesteld. In 1118 verbroederde Pons zich met koning Boudewijn II van Jeruzalem, de twee hadden hun hulp toegezegd aan Rogier van Salerno, de tijdelijke regent van het prinsdom Antiochië, die in conflict lag met Ilghazi, leider van de Artuklu. In 1119 werd het conflict uitgestreden in de slag van Ager Sanguinis. Rogier was zonder Pons en Boudewijn aan deze strijd begonnen en sneuvelde in deze slag.

In 1124 hielp Pons, Boudewijn ll bij het veroveren van Tyrus, een van de weinige steden die toen nog in moslimhanden was. In 1125 had Pons een groot aandeel in de overwinning bij de Slag van Azaz. Rond 1131 kwam Pons in conflict met Fulk van Jeruzalem (1131 - 1143) die dat jaar Boudewijn II was opgevolgd. Dit conflict mondde uit in de slag van Rugia. In 1137 werd Tripoli aangevallen door de atabeg van Damascus, hierbij kwam Pons om het leven.

Raymond II graaf van Tripoli (1137-1152)

Raymond II was de zoon van Pons van Tripoli en Cecile van Frankrijk, in 1137 trouwde hij met Hodierna van Rethel een dochter van Boudewijn II van Jeruzalem, samen kregen ze een zoon: Raymond III van Tripoli.

Raymond III graaf van Tripoli (1152-1187)

Raymond III graaf van Tripoli (* 1140) ook bekend als Raymond van St Gilles was behalve Graaf van Tripoli ook Prins van Galilea en Tiberias, vanwege zijn huwelijk met Eschiva van Tiberias.  Hij volgde zijn vader Raymond II van Tripoli op 12-jarige leeftijd op. Tot zijn 18e trad zijn moeder Hodierna op als tijdelijk regent. In 1164 veroverde Raymond lll, samen met Bohemund lll van Antiochië de stad Harim, die bezet was door de Syrische heerser Noer ad-Din.

Raymond was een belangrijk bemiddelaar inzake de opvolging van de koning van Jeruzalem, eerst in 1174 als tijdelijk regent van Jeruzalem omdat Boudewijn IV van Jeruzalem sterk verzwakt was door lepra en rond 1185 na de dood van Boudewijn IV.

In 1187 na de slag bij Hattin wist Raymond als een van de weinige edelen te ontsnappen aan Saladin. Terug in Tripoli stierf Raymond na een kort ziekbed rond augustus/september 1187. Raymond had geen kinderen, maar hij wees zijn peetzoon Raymond, de zoon van Bohemund III van Antiochië, aan als zijn opvolger.

Raymond IV graaf van Tripoli (1187-1189)

In plaats van Raymond (lV) stuurde Bohemund III zijn jongere broer Bohemund IV naar Tripoli om het regentschap op zich te nemen, omdat hij zijn oudste zoon liever dichter bij de troon wilde houden. Enkele jaren later overleed Raymond echter al vroeg (1199), nog geen dertig jaar oud. Bohemund IV nam nu ook het regentschap van Antiochië op zich.

Bohemund IV de Guiscard (1189 1233) graaf van Tripoli en vorst van Antiochië (1201 - 1216 en 1219 - 1233)

Bohemund V de Guiscard (1233 - 1251) vorst van Antiochië en graaf van Tripoli

Bohemund VI graaf van Tripoli, prins van Antiochië (1251 - 1268)

De haast onweerstaanbare opmars van de Mongolen van het Il-khanaat werd in de Kruisvaardersstaten met gemengde gevoelens gevolgd. Omdat sommige aanvoerders van de Mongolen nestoriaans waren, verwachtten vele kruisvaarders steun van hen tegen de moslims. Bohemond onderwierp zich als vazal aan de Mongolen en probeerde een bondgenootschap met de Mongolen te sluiten, maar paus Alexander lV verbood dit en de Kruisvaarder bleven neutraal. Op 3 september 1260 werden de Mongolen bij Ain Jalut (slag bij de Goliathsbron) in de Jezreel vallei in Galilea (nu in bekend als de Westbank) verpletterend verslagen door de Mameluk Baibars
De slag bij Ain Jalut was een van de meest bepalende veldslagen die ooit heeft plaatsgevonden. Egyptische en Turkse troepen, in samenwerking met Mongolen uit het Russische deel, hadden de Mongolen voor het eerst tot staan gebracht, waarmee voorkomen werd dat de Mongolen Egypte en de rest van Noord-Afrika binnenvielen.

Na deze overwinning vermoorde Baibars de sultan van Egypte en werd de nieuwe sultan van het Mamelukse rijk. In de hierna volgende jaren wisten de Mamelukken steeds gebieden op kruisvaardersstaten in handen te krijgen en in 1268 veroverden ze na een beleg de stad Antiochië (1268). Bohemund was nu genoodzaakt om zich zuidelijker terug te trekken en moest zijn verdediging voeren vanuit het Graafschap Tripoli. Bohemund overleed in 1275, zonder Antiochië heroverd te hebben. Zijn zoon Bohemund VII volgde hem op.

Bohemund VII (De Guiscard) graaf van Tripoli en bij Titel Vorst van Antiochië (1275 - 1287)

Lucia van Tripoli gravin van Tripoli (1287 - 1289)

Lucia was de dochter van Bohemund VI van Antiochië en Sibylla van Armenië, ze volgde haar broer Bohemund VII van Antiochië na diens overlijden in 1287.

In 1289 werd Tripoli bezet door de Mamelukken, onder sultan Qalaoun. Hij vernietigde de oude haven en liet een nieuwe aanleggen vlakbij het oude kasteel. Ook onder zijn beheer zijn onder andere vele religieuze gebouwen neergezet, die heden ten dage nog steeds bestaan.

Gemaakt: 29-02-08; laatst gewijzigd: 21-12-10

colofon