6508

Mongoolse Rijk (1227-1300) 

Mongoolse Rijk van Djenghiz Khan (1206 - 1227); Rusland; Het rijk van de Abbasiden (809 - 1258)
Bij de dood van Djenghiz Khan in 1227 strekte het Mongoolse rijk zich uit van de Gele Zee tot aan de Zwarte Zee en de Donau. De meest noordelijke grens werd gevormd door de Siberische naaldwouden en de zuidelijke grens door de ondoordringbare pieken van het Himalaja-gebergte. 

Na de dood van Djenghiz Khan werd het land dat hij veroverd had verdeeld onder zijn vier zonen. Jochi, Tolui, Chagatai en Ögedei

Jochi (ook wel Jöchi) was de eerste (oudste) zoon van Genghis Khan's vrouw Börte. Hij was de halfbroer van Chagatai, Ögedei en Tolui. Zijn naam is Oud-Mongools voor gast. Of hij ook de eerste zoon van Genghis was, is onduidelijk. Men vermoedde namelijk dat Börte, die rond de verwekking van Jochi door de Merkit gevangen was genomen, mogelijkerwijs daar zwanger was geraakt door een van haar gevangennemers. Daarom werd Jochi door velen als een bastaard gezien en was het min of meer een publiek geheim dat Jochi mogelijkerwijs geen zoon van Djenghiz was. Dit was ook van groot politiek belang. De yassak (Mongoolse erecode) schreef voor dat de khagan uit de nakomelingen van Djenghiz gekozen moesten worden. De afkomst van Jochi werd door zijn politieke tegenstanders tegen hem gebruikt en hij werd veelvuldig herinnerd aan zijn positie. Vooral Chagatai was erg tegen een te grote machtspositie voor Jochi. Ook Jochi's zonen Batu en Berke, machtige leiders, werden hierom van een uitzicht op de titel khagan beroofd. Andere zoons van Jochi waren Orda, Sinkur en Siban. Het rijk van Jochi, waar hij in naam van zijn vader over mocht heersen, was het noord-westelijke deel van het rijk, tot grofweg aan de Kaspische zee. Ook verkreeg hij al in circa 1207 van zijn vader het gebied ten noorden van Mongolië, rond het Baikalmeer, om over te heersen. Jochi had vele ruzies met zijn familieleden. Er waren vooral veel spanningen met Chagatai over zijn afkomst. Op een speciale khuriltai verklaarde Djenghiz tenslotte dat Jochi zijn bloedeigen zoon was, wat de onenigheid tussen Chagatai en Jochi alleen maar opstookte. Deze ruzie werd heviger toen Chagatai een stad wilde plunderen die Genghis aan Jochi beloofd had. Hierop werd Ögedei als rechter aangewezen. Hij was het met Chagatai eens, waarna Jochi zich in 1223 terugtrok op zijn gebied en zich niet meer met zijn vader en broers wilde verzoenen. Waarschijnlijk was hij jaloers was op Ögedei, die als opvolger was aangewezen door Djenghiz. Mogelijk heeft Jochi zich tegen zijn vader willen keren: Djenghiz ontbood zijn zoon maar deze weigerde, waarna Djenghiz zijn zoons Chagatai en Ögedei stuurde met een leger. Voordat het tot een mogelijk treffen bereikte hen het nieuws Jochi was overleden.

Tolui (of Toluy of Toloej, ca. 1190–1232) was de jongste zoon van Dzjengis Khan en Börte. In zijn jeugd was hij, als enige zoon van Dzjengis Khan, één van de belangrijkste aanvoerders van het Mongoolse leger en vocht hij onder meer in de campagnes tegen de Jin en de Khwarezmiden. Hij speelde een belangrijke rol in de Mongoolse slachting bij Merv (1221). Aangezien volgens de Mongoolse traditie de jongste zoon de bezittingen van de vader erfde, kwam Tolui het rijk toe, toch Dzjenghiz Khan voor Ögedei, zijn derde zoon. Vanwege diens politieke capaciteiten was hij geschikter om te regeren over het enorme Mongoolse rijk dan Tolui meende hij. Tolui was khan totdat Hij werd Khan tot de khuriltai, de vergadering van bloedverwanten, in 1229 in Karakorum bijeenkwam. Hier deed Tolui afstand van de troon ten gunste van zijn broer Ögedei om aan de wensen van zijn vader te voldoen. 

Tolui was getrouwd met Sorghaghtani Beki, een Kazachstaanse van Turkse oorsprong) en nestoriaans Christen. Samen kregen zij elf zonen, waaronder Möngke, Koeblai, Ariq Boke en Hulagu. Daarmee was hij de stamvader van de Yuan-dynastie, het Il-khanaat en de laatste khans van Mongolië. 

Oost-Azië

De derde zoon van Djenghiz Khan, Oegadai (Ögedei) Khan, kreeg Oost-Azië en de titel Grote Khan. ( Het rijk van de Groot Khan (1227 - 1260).

Chagatai

Chagatai, de tweede zoon van Dzjengis Khan en Börte, die beschouwd werd als een heethoofd en kreeg Turkestan en noordelijk Iran toegewezen, die samen het khanaat Chagatai gingen vormen.

Na de dood van Jochi in 1227 werd zijn oudste zoon Orda khan van Witte Horde, zijn jongste zoon Batu, werd khan van de Blauwe Horde

Khanaat van de Gouden Horde

Batu (Batoe) Khan veroverde in 1240 - 1241 een groot gebied aan de benedenloop van de Wolga en stichtte het rijk van de Gouden Horde (Khanaat van Kipchak)

Links: de Mongoolse rijken van ca. 1200 tot 1480

Het Il-khanaat (Khanaat Perzië)

In 1259 kreeg Huláku van zijn broer Möngke Khan het gebied toegewezen dat Djenigiz Khan tussen 1219 en 1224 had veroverd op de Khwarezmiden. Dit gebied: het Il-kanaat omvatte het gebied in het tegenwoordige Iran en delen van Irak, Afghanistan, Azerbeidzjan, Turkmenistan en Oezbekistan. Huláku werd de eerste Il-kan (= "onderhorige) en moest dus trouw beloven aan zijn broer. Zijn volgelingen zouden het rijk in stand houden tot 1338.  Huláku (Hulagu, Hülegü)) Khan (1217 - 1265), wilde de gevechten die Djenghiz Khan was begonnen afmaken. Op weg naar Egypte, terwijl zijn leger in Palestina was, overleed Möngke Khan, waarna de Mongolen zich terugtrokken. In de Slag bij Ain Jalut werden de Mongolen, onder aanvoering van Hülegü's generaal Ketboga, verslagen door de Egyptische Mamelukken waardoor ze niet de gelegenheid kregen om Afrika binnen te trekken.

Het sultanaat Delhi

Osmaanse Rijk (1300 - 1400)

Laatst bijgewerkt: 07-01-10

colofon