5784 Het rijk der Abbasieden (809 - 1258)
Haroen-al-Rashid (786 - 809)
Al-Ma'mun (813 - 833)

Abu Jafar al-Ma'mun ibn Harun (ook geschreven als Almanon en el-Mâmoûn) volgde zijn broeder al-Amin op. De vader van de twee broers was Haroen al-Rashid. Al-Ma'mun was een humanist en wetenschapper. Hij verzamelde wetenschappers van vele religies in Bagdad. en zond gezanten naar Byzantium om Griekse manuscripten te verzamelen die hij vervolgens liet vertalen in het Arabisch. Toen hij de Byzantijnse keizer later versloeg in een veldslag zou één van de vredesvoorwaarden een kopie van de beroemde Almagest van Claudius Ptolemaeus geweest zijn. Er is een krater op de maan genoemd naar hem vanwege zijn bijdragen aan de astronomie. Het Huis der Wijsheid (Bayt al-Hikma) werd opgericht onder zijn regering.

Al-Mu'tasim (833 - 842)

 

Kaliefen 750 - 932 (Bagdad) Kaliefen 932 - 1258 (Bagdad)
Al-Qahir  932 - 934
Ar-Radi  934 - 940
Al-Muttaqi  940 - 944
Al-Mustakfi  944 - 946
Al-Muti  946 - 974
At-Ta'i  974 - 991
Al-Amin  809 - 813 Al-Qadir  991 - 1031
Al-Ma'mun  813 - 833 Al-Qa'im  1031 - 1075
Al-Mu'tasim  833 - 842 Al-Muqtadi  1075 - 1094
Al-Wathiq  842 - 847 Al-Mustazhir  1094 - 1118
Al-Mutawakkil  847 - 861 Al-Mustarshid  1118 - 1135
Al-Muntasir  861 - 862 Ar-Rashid  1135 - 1136
Al-Musta'in  862 - 866 Al-Muqtafi  1136 - 1160
Al-Mu'tazz  866 - 869 Al-Mustanjid  1160 - 1170
Al-Muhtadi  869 - 870 Al-Mustadi  1170 - 1180
Al-Mu'tamid  870 - 892 An-Nasir  1180 - 1225
Al-Mu'tadid  892 - 902 Az-Zahir  1225 - 1226
Al-Muktafi  902 - 908 Al-Mustansir  1226 - 1242
Al-Muqtadir  908 - 932 Al-Musta'sim  1242 - 1258
Links: De grote moskee in Samarra (Irak), gebouwd tussen 848 -852, onder kalief Al-Mutawakkil (847-861), heeft een unieke spiraalminaret. Samarra was 56 jaar de hoofdstad van de moslim-wereld, ten tijde van het kalifaat van de Abassiden.De minaret al-Malwiyya genoemd, dwz.  de spiraal, staat op een kleine 30 m afstand los van de moskee.

Het grondplan vertoont een immense rechthoek van 240x160 m en is daarmee het grootste in de wereld, groot genoeg van capaciteit om er een stadionlading mensen in te laten.  De muren, in rode bakstenen opgetrokken, zijn liefst 2 m dik, zelfs voor de tand des tijds een zware opgave om ze geheel te laten verdwijnen.  De houten dakconstructie van het heiligdom en de zuilengalerij van het binnenhof werden gedragen door 464 zuilen.  De minaret staat vrij van de Dit merkwaardige monument, dat in de verte herinneringen oproept aan de ziggurats uit het pre-islamitische Mesopotamië, bereikt een hoogte van 50 m.

Al-Mutawakkil (847-861) heerste over het Abassidenrijk als een wrede tiran. Zijn wreedheden veroorzaakten gemeenschappelijke haat en zelfs zijn eigen kinderen keerden zich tegen hem. Zijn zoon Al-Muntasir, zwoor met zijn slaaf Al-Rumi, om samen Al-Mutawakkil in zijn slaap te vermoorden. 

Al-Muntasir (861-862)

Al-Musta'in (862 - 866)

Tot Klein-Azië wisten de kaliefs niet door te dringen. De Byzantijnse keizer Basileios (Basilius) l (867 - 886) schoof zelfs de oostgrens van zijn rijk op tot de bovenloop van de Eufraat. 

Al-Mu'tazz (866 - 869)

Al-Muhtadi (869 - 870)

Al-Mu'tamid (870 - 892)
Hij was de zoon van Al-Mutawakkil en regeerde 23 jaar als kalief, doch was slechts in naam heerser over het kalifaat. Tijdens zijn bewind hield hij zijn broer al-Muhtadi in gevangenschap in Samarra. 

Een van de Abassidische gouverneurs, Ahmed Ibn Toeloen (Tulun), maakte van Egypte gedurende korte tijd een onafhankelijk land (dynastie der Toeloeniden, 870-905), al moest hij wel het gezag van de kalief in Bagdad erkennen. Ahmed ibn-Toeloen bouwde in 872 het al-Fustat hospitaal in al-Fustat (oud Caïro), dat zes eeuwen in gebruik is gebleven.

In 909 maakte Egypte zich onder de dynastie der Fatimiden, die behoorde tot de sjiitische stroming van het Isma'ilisme, zich los van het rijk der Abassiden. Zij erkenden de (soennitische) kalief in Bagdad niet en vormden zo een soort "tegen-kalifaat".

In 946 veroverden de Boejiden, een sjiitische clan uit het westen van Iran, Bagdad. Ze lieten de kalief echter leven omdat ze hem konden gebruiken. Zelf hadden ze de macht als militaire oppercommandant. De soennitische kalief stond onder feitelijke controle van de sjiieten.

In 1055 werd Bagdad door de Seldjoeken veroverd. De Turken erkenden de suzereiniteit van de kalief, maar namen wel een groot deel van de (wereldlijke) macht in handen. Later veroverden zij ook Syrië en Anatolië, maar na de dood van hun leider Malik Sjah I in 1092 viel het rijk uiteen in vele kleine staatjes.

Met de komst van de Kruisvaarders aan het einde van de 11e eeuw en de Mongolen in de 13e eeuw zou alles gaan veranderen. 

In 1169 veroverde Salah al-Din (‘Saladin’), de generaal van Noer ad-Din van de Zengiden van Damascus, met zijn zijn oom Shirkuh het rijk der Fatimiden en stichtte in 1172 zijn eigen dynastie, die van de Ajjoebiden (Ayyubiden). Saladin bekeerde de Egyptenaren tot het soennisme en erkende de autoriteit van de Abbasidische kalief in Bagdad, waarmee er een eind kwam aan de scheuring in de Islam en tussen Egypte en Syrië. De kruisvaarders lagen nu ingesloten in een aaneengesloten rijk. 

Na de dood van Nur ad-Din (1174), riep Saladin een oorlog uit tegen diens zoon As-Salih Ismail en veroverde Damascus. Ismail vluchtte naar Aleppo, waar hij weerstand bleef bieden totdat hij werd vermoord in 1181. Vervolgens  veroverde Saladin het grootste deel van Syrië en zes jaar later verdreef hij de kruisvaarders uit Palestina.

In 1258 werd het rijk van de Abbasiden door Huláku (Hulagu, Hülegü) Khan (1217 - 1265) van het Mongoolse Il-Khanaat ten val gebracht. De 'woeste' ruiters richtten een bloedbad aan en vernielden veel van de architectuur en vernietigden daarmee deze beschaving. Vrijwel alle familieleden van de kalief werden in een grote 'ceremonie' door de Mongolen vermoord, maar enkelen konden vluchten naar het vrije Egypte, waar sinds 1250 de Mamelukken aan het bewind waren. Zij verwelkomden de Abbasiden en installeerden één van hen als kalief. Deze zogenaamde Caïro-kaliefen hadden geen macht en vervulden slechts ceremoniële taken bij de troonsbestijging van een nieuwe sultan.

Mongoolse Rijk (1227 - 1300)

Gemaakt: 28-09-05; laatst bijgewerkt: 31-10-07

colofon