2125

Byzantijnse Rijk (700 - 912)

  Byzantijnse Rijk (602 - 700); Oost-Europa (700 - 800); Oost-Europa (800 - 900)

De Isaurische (717–802) en Phrygische (820–867) dynastieën hielden Byzantium in Europa stevig overeind tegenover het opkomende Bulgaarse rijk (vooral Constantijn V, 741–775), evenals tegenover de Arabieren, wier opmars dankzij vooral Leo III (717–741) voor Klein-Azië gestuit werd, maar die in 826 Kreta veroverden en onmiddellijk daarop zich grondig vastzetten op Sicilië en in Zuid-Italië. Aldus was het Byzantijnse Rijk nu haast volledig naar het Griekse Oosten toegewend, mede doordat de Franken reeds sedert 754 uit het exarchaat Ravenna de Pauselijke Staat hadden gecreëerd. Voor deze uitwendige verzwakking waren de keizers mede verantwoordelijk door hun aandeel in de beeldenstrijd (726–843, zie iconoclasme), die de innerlijke rijkseenheid en de banden met Rome grotelijks schaadde. Daartegenover hebben de verdere ontwikkeling van de themata-organisatie, de versoepeling van het Romeinse recht door de opname van het Griekse (gewoonte)recht, de op zelfstandigheid gerichte kerkelijke politiek ten opzichte van Rome, de handhaving van het staatsgezag tegenover de monnikenpartij, het uiteindelijke herstel van de orthodox-christelijke eenheid (843), alsmede de culturele wederopleving in ca. 850, positief bijgedragen tot de inwendige kracht van het rijk.

Leo lll, de Isauriër (717-741), slaagde erin  met het zogenaamde Griekse vuur, een mengsel van zwavel, teer en hars dat ook op water bleef branden, de Arabieren in 718 op de vlucht te drijven. Leo lll bestreed fel het vereren van heiligenbeelden en streefde naar een sterke inmenging van de staat op godsdienstig gebied. Hij raakte daardoor in conflict met de Paus.

733 Byzantijnen verjagen de Saracenen. Er volgt een periode van rust waarin de Byzantijns-Orthhodoxe cultuur een bloeiperiode kent.

Constantijn V (741 - 775), die sinds 720 medekeizer was geweest volgde zijn vader op in 741, zette de politiek van bestrijding van heiligenbeelden van zijn vader voort. Daarom zocht paus Stefanus l in Rome, die in 751 sterk in het nauw was gebracht door de inname van Ravenna door de Lombardische koning Aistulf (749-756), steun bij Pippijn, de zoon van Karel Martel, die in het Frankische rijk de dienst uitmaakte. In ruil voor steun aan de Paus mocht Pippijn met pauselijke toestemming Childerik lll, de laatste Merovingische koning, afzetten en zichzelf door de Frankische edelen tot zijn opvolger laten kiezen als Pippijn lll (de Korte). Constantijn V reageerde daarop door de rijksgebieden in Zuid-Italië en Illyrië aan het gezag van Rome te onttrekken ten voordele van de Byzantijnse patriarch.

Aan de noordgrens kwam het gevaar nu vooral van de Bulgaren, een volk van Aziatische dat zich in 584 verenigd had onder hun leider khan Kubrat en onder zijn leiding een eigen staat hadden opgebouwd. Met het Byzantijnse Rijk, onderhielden de Bulgaren eerst goede relaties. Later zouden zij vier eeuwen lang het Byzantijnse keizerrijk bestoken, totdat zij zich in 10e eeuw bekeerden tot het Christendom. Twintig jaar lang voerde Constantijn V strijd tegen tegen de Bulgaren, die hem zijn briljantste zege opleverde (Anchialus, 763)

In Azië wist Constantijn V de Arabische expansie kon omzetten in een grensoorlog, waarbij Byzantium het initiatief in handen hield.

Leo lV (775 - 780), 

Constantijn Vl (780 - 797), de kleinzoon van Constantijn V. Zijn moeder Irene liet hem blind maken en afzetten.

Van het begin van de negende eeuw tot het midden van de elfde eeuw stond het Byzantijnse Rijk op het toppunt van zijn vroegmiddeleeuwse glorie. De hoofdstad Constantinopel was niet alleen de belangrijkste stapelplaats van de handel in het oostelijke Middellandse Zeegebied, het was ook de machtigste stad ter wereld, de metropool van de christenheid. Het was ook het belangrijkste tijdperk voor de Byzantijnse missie, die in nauwe samenwerking met diplomatieke en militaire activiteiten, de veiligheid van de noordgrens moest waarborgen. Handel, godsdienst en staatkundige factoren brachten de oudste Russen binnen de Byzantijnse invloedssfeer. Hoewel de Russen van de negende tot de elfde eeuw met een reeks plundertochten ondernamen tegen het Byzantijnse Rijk en zijn hoofdstad, leverden zij met de befaamde handelsroute langs de Dnjepr en van daar naar Constantinopel ook een constructieve bijlage.

Leo V (813 - 820)

Michael ll (820 - 829)

Theophilus (829 - 842)

Michael lll (842 - 867), onder voogdijschap van Theodora

Basileios (Basilius) l (867 - 886)

Onder het stabiele Macedonische Huis (867–1057) werd het rijk, dat nu een nationaal zelfbewustzijn kende, tot zijn hoogste bloei gebracht: Basilius I (867–886) schoof de oostgrens op tot de bovenloop van de Eufraat en kreeg opnieuw vaste voet in Zuid-Italië

Leo Vl de Wijze (886 - 912)

Leo Vl wordt beschouwd als een groot wetgever en de schrijver van een aantal stukken religieuze poëzie en verdiende daarmee zijn erenaam de Wijze".Hij hervormde het staatsbestel dat steeds gecentraliseerder en autocratischer werd. In de buitenlandse politiek was hij echter minder gelukkig want de Bulgaren werden onder Simeon weer een ernstige bedreiging. Leo deed daarom ene beroep op de Magyaren die het gebied tussen de Djenpr en de Donau in bezit genomen hadden om de Bulgaren in de rug aan te vallen. Hiermee werden de Magyaren voor het eerst een belangrijke mededinger op de Balkan. Toch werden zowel zij als de Byzantijnen verslagen (Bulgarophygon 896) en moest de keizer schatting betalen. Ook op Sicilië ging het mis. In 902 namen de Arabieren Taormina in en hadden daarmee na 75 jaar strijd eindelijk het hele eiland in handen. Zij vielen ook Thessaloniki aan, de op één na grootste stad van het rijk, en richtten er een verschrikkelijk bloedbad aan. Daarna begon Leo meer aan de verdedigingswerken te doen en in 905 werd e Arabische vloot in de Egeïsche Zee verslagen, maar een expeditie naar hun uitvalsbasis Kreta lipe weer op een ramp uit. Al Leo's moeite was uiteindelijk min of meer voor niets. Een lichtpuntje was echter dat er voor het eerst contacten werden gelegd met de Russen. In 911 werd er een handelsovereenkomst gesloten, nadat eerst prins Oleg van Kiev vreedzaam maar dreigend zijn grote vloot in de Bosporus vertoond had. Leo had ook problemen met zijn diverse echtgenotes en met de kerk. Hem werd zelfs de toegang tot de Hagia Sofia ontzegd, maar Leo wist wel wat hem in zo'n geval te doen stond. Hij deed een beroep op de Paus, die altijd graag zijn rivaal, de Patriarch, hte leven zuur maakte. Leo stierf na een leven vol zorg op 12 mei 912 en liet het rijk na aan zijn zesjarige zoontje Constantijn Vll onder voogdijschap van zijn broer Alexander. Deze had al eerder de troon met hem gedeeld, maar hij gaf niets om regeren en des te meer om plezier maken.

Byzantijnse Rijk (912 - 1000)

laatst bijgewerkt: 31-08-03