5832 | Jürchen - Jin-dynastie (ca. 1100 - 1234) |
![]() |
![]() |
In 1103 werd In 1113 riep zijn jongere broer De Khitan-keizer In 1116 viel de oostelijke hoofdstad Liaoyang van de Khitan. In 1117 gaven de Khitan-legers in het noordoosten zich zonder weerstand over. In 1120 viel Linhuang, in 1121 werden Dading en Datong (nu Shanxi) door de Jurchen veroverd. De centrale en zuidelijke hoofdstad (Peking) vielen het jaar daarna. De soldaten van Khitan werden als slaven weggevoerd. Nadat Oorspronkelijk probeerde de Song van de vernietiging van de Liao gebruik te maken door de '16 prefecturen' in het noorden te bezetten. Dit was echter geen deel van de overeenkomst met Jin. De Jürchen stelden zich niet tevreden met de Khitan-gebieden ten noorden van de Grote Muur. Ze wilden ook de Chinese territoria van het Khitan-imperium, m.n. de Zestien Prefecturen, onder hun controle brengen. Toen de legers van Akuta naar het zuiden begonnen af te zakken, stuurde de Song-regering aan op onderhandelingen. In 1120 stuurde ze een gezantschap naar het hof van Akuta. Het Chinese voorstel was een alliantie te vormen tegen de Khitan om zo deze laatste in een tang te grijpen. De Chinezen hoopten als beloning voor hun moeite de Zestien Prefecturen terug te krijgen. Van hun kant zouden de Jürchen de jaarlijkse betaling ontvangen die voorheen aan de Khitan betaald werd. Terwijl de Jürchen-legers volgens afspraak vanuit het noorden oprukten en de noordelijke en centrale hoofdsteden innamen, rukten de Chinezen op naar de zuidelijke hoofdstad. Zij kweten zich echter zo slecht van hun taak dat ze op Jürchen-troepen een beroep dienden te doen om de klus te klaren. Om hun aanspraak op de Zestien Prefecturen hard te maken dienden de Chinezen de bedragen van de betaling die ze aan de Jürchen beloofd hadden, te vermeerderen. Na de vestiging van zijn keizerrijk stelde Akuta alles in het werk om zijn macht te versterken. Daartoe moest hij in de eerste plaats de "bogile" hervormen. Dit was traditioneel een raad die belangrijke politieke beslissingen nam. Hij vormde die om tot een kroonraad. Geleidelijk evolueerde dit naar een taakverdeling tussen de leden van de raad. Hun verantwoordelijkheden werden scherper omschreven en in 1134 werd overgeschakeld op een bureaucratie naar Chinees model, met drie ministeries (san sheng) aan de top. Een jaar na de verovering van het Liao-rijk overleed Akuta (1123) Hij kreeg de postume naam Jin Taizu. |
Vanaf 1124 begon Akuta's opvolger, De gevechten gingen door met wisselend succes. De Song-keizer verplaatste zijn hoofdstad naar Linán (nu Hangzhou). In 1129 werd deze stad echter ingenomen en geplunderd, maar het Jurchenleger trok zich terug. Song-generaal Yue Fei (of Yo Fei) wist rond 1130 Luoyang grote stukken in de omtrek te heroveren. In 1142 werd er echter vrede gesloten, vooral door het toedoen van de kanselier Qin Kuei. Hierbij werd, ondanks de successen van Yue Fei, het gehele stroomgebied van de Gele Rivier afgestaan. Yue Fei werd geëxecuteerd -mogelijk als deel van de overeenkomst-. Hij wordt nog steeds geëerd als de grote held van de Chinese zaak, Qin Kuei daarentegen voorgesteld als de boef in het drama. De Song-dynastie werd voortgezet als rompstaat, de Zuidelijke Song-dynastie (1127-1279), met vanaf 1138 als hoofdstad Hangzhou (in de huidige provincie Zhejiang). Zo werden de Jürchen heersers over een ontzaglijk territorium dat tot aan de Huai-rivier reikte. Dit werd de nieuwe grens tussen het Chinese rijk van de Zuidelijke Song, dat in het zuidelijker gelegen Hangzhou een nieuwe hoofdstad had gevestigd, en het "barbaarse" rijk van de Jin. Nadat Noord-China was overgenomen, verplaatste de Jin de hoofdstad van Huining Fu in het noorden van Mantsjoerije (het tegenwoordige Harbin) naar Zhongdu (het tegenwoordige Peking). |
![]() |
Tot aan de verovering van Noord-China was de politieke en bijgevolg ook de militaire structuur als volgt: de basiseenheid was de "muke", een groep van honderd man, gerekruteerd uit 300 huishoudens. Tien "muke" vormden een "minggan", bestaande uit duizend man. Deze structuur vertoont veel gelijkenis met die van de Mongolen. De onderworpen volkeren, Khitan, Bo-hai en Chinezen werden aanvankelijk ook volgens dit systeem bestuurd. In 1124 werd het stopgezet voor Bo-hai en Chinezen. Voor de Khitan werd het tot in 1162 gehandhaafd. Toen werden de Khitan-minggan ontbonden en werden ze ondergebracht in minggan van Jürchen, dit om rebellie te verhinderen en de assimilatie van de Khitan te versnellen. Na de verovering van Noord-China schakelde het rijk meer en meer over op Chinese administratieve vormen en procedures, maar voor de etnische Jürchen bleef het systeem behouden.
Links: Kaartje van de begrenzing van de Zuidelijke Song-dynastie omstreeks 1141. In het noorden heeft de Liao-dynastie plaats moeten maken voor de Jin-dynastie, voortgekomen uit de proto-mantsjoe Jurchen-stam. De Song-dynasty heeft sinds 1127 heel Noord-China moeten prijsgeven aan Jin. (Zwarte lijnen: grenzen van de huidige Volksrepubliek) Ten westen van het Jin-rijk heersten Tibetaanse nomadische stammen, de Tanguten (of Tangoeten). Ter plaatse van de huidige provincies Gansu en Ninxia, hadden zij een stabiel rijk gesticht, Xi Xia (="Westelijke Xia"). |
In 1140 werd de hoofdstad verplaatst naar Bianjing (Kaifeng). Een jaar later werd een verdrag gesloten tussen het Zuidelijke Song-bewind en de Jin-keizer waarbij de rivier Huai werd vastgesteld als grens tussen beide rijken. De laatste jaren van Xizongs bewind werden gekenmerkt door de invloed van de familie Peiman. In 1149 werd Jin Xizong vermoord door zijn maarschalk Wanyang Liang., prins van Hailing.
De eerste maatregel die Hailing Yangwang, de vierde Jin-vorst, nam, was het executeren van van de zonen en kleinzonen van van keizer Jin Taizong. Tijdens zijn tirannieke bewind werd het bestuur grondig en systematisch op Chinese leest geschoeid. Ambtenaren werden gerekruteerd door middel van examens en hoewel de Jürchen nog de meeste militaire ambten bekleedden, kwam een door Chinezen gedomineerd civiel ambtenarenapparaat tot stand. Dit ging hand in hand met een toenemende trend tot verchinezing van de levensstijl, die o.m. ook tot uiting kwam in de verplaatsing van de hoofdstad naar Yanjing (Beijing in 1161. Zelfs de graftomben van
Wanyang Yong zette zich in voor een herstel van Jurchen tradiites. Hij voerde een politiek van actieve bevordering van hun taal en cultuur. De Chinese klassieken en geschiedkundige geschriften werden in het Jürchen vertaald. Er kwam een verbod voor Jürchen-ambtenaren om een Chinese naam aan te nemen of Chinese kleren te dragen. Reeds Akuta had het gevaar voor assimilatie door de Chinese meerderheid ingezien. Daarom had hij een eigen schrift laten ontwikkelen. Ondanks de actieve maatregelen van de overheid is het schrift nooit echt verspreid geworden. De literatuur in Jürchen is, voor zover bekend, uitsluitend een corpus van vertalingen uit het Chinees. Het schrift is overigens nog maar gedeeltelijk ontcijferd. Van de drie grensrijken is de Jin er het minste in geslaagd zijn eigen etnische en culturele identiteit te bewaren. In 1191 werd het verbod op huwelijken tussen verschillende rassen geheven en nam de verchinezing overweldigende vormen aan.
Nadat Wanyang prinses Qiguo had aangeboden was Genghiz Khan bereid het beleg van Yangjing op te breken. Vanwege het Mongoolse gevaar besloot de keizer i 1214 de hoofdstad te verplaatsen naar Kaifeng, de oude hoofdstad van de Noordelijke Song ende Vijf Dynastieën. Spoedig daarna veroverden de Mongolen Yangjing. In verschillende provincies kwamen nu de boeren in opstand tegen het Jin-bewind. Zij noemden zich Hongaojun (Roodhemden). De landeigenaren moesten zich nu zelf proberen hun eigendommen te verdedigen tegen de Mongoolse horden. In 1217 nam Jalayir Muqali (Chinees Muhuali) het commando over in de Mongoolse leger dat op het punt stond het Jin-rijk te veroveren. Onder deze druk besloot de keizer onder druk van raadsman Shuhu Gaoqi zich terug te trekken naar het Zuidelijke Song-gebied. Wegens de nederlagen tijdens de verovering van dit gebied werd Shuhu Gaoqi in 1218 geëxecuteerd. In 1220 verenigde de Song-keizer zich met het Westelijke Xi Xia-rijk om een eind te maken aan het Jin-imperium. In 1223 stierven zowel de Mongoolse legeraanvoerder Muqali als keizer Jin Xuanzong. |
![]() |
De opvolger van Jin Xuanzong,
Links: het Jin rijk, in het noorden begrensd door het Xi Xia rijk van van de Tangut, in het zuiden door het rijk van de Zuidelijk Song. |
Gemaakt: 26-07-05; laatst gewijzigd: 12-01-08 |