5849

Zuidelijke Song-dynastie (1127-1279)

Song- dynastie (997 - 1127)

Na de inval van de Jurchen kreeg de Jin-dynastie het noorden van het land in handen. Het deel van het hof dat wist te ontsnappen, stichtte ten zuiden van de rivier Jangtsekiang de Zuidelijke Song-dynastie, waar ze van Hangzhou hun hoofdstad maakten. 

De betrekkingen tussen beide grensrijken lijken tot aan de Mongoolse invallen vreedzaam geweest te zijn. In de documenten van de Zuidelijke Song is weinig sprake van de Tangut en dat is niet verwonderlijk, want de twee rijken hadden geen gemeenschappelijke grenzen meer.

In 1141 werd een vredesverdrag (Vrede van Shao-xing) gesloten, waarin de Song de Jin-keizer van het Jürchenrijk erkende als soeverein, hetgeen in het licht van het traditionele Chinese wereldbeeld eigenlijk blasfemie was. Niettemin brak dankzij het verdrag een periode van "vijandige coëxistentie" aan, een soort heruitgave van de noordelijke en zuidelijke dynastieën, die tot het begin van dertiende eeuw voortduurde.

Maar in minder dan 100 jaar werden de gebieden die bestuurd werden door de Jin en de Zuidelijke Song bedreigd door andere invallers vanuit het noorden: de Mongolen. In het begin van de dertiende eeuw werden de kaarten grondig door elkaar geschud door de plotse opkomst van de Mongolen onder leiding van Genghiz Khan. In 1209 dwong hij de Tangut zijn soevereiniteit te erkennen. Vanaf 1211 begon hij aan een drie jaar durende campagne, waarin hij de noordelijke helft van het Jin-rijk onder zijn gezag bracht. Het zou echter nog tot 1234 duren vooraleer het hele Jürchen-rijk door de Mongolen veroverd zou worden. Inmiddels was Genghiz Khan gestorven (1227) en opgevolgd door
Ugadai (Ogodei) (1229 - 1241).

Daarna stootte zijn neef  Mangu (Monke) Khan (1251 - 1259) door tot in Dali (Nanzhou) ten zuidwesten van Sichuan, terwijl zijn opvolger Choebilai (Koeblai Khan) (1260 - 1294) na een jaren lange oorlog het Songrijk inlijfde .Voor het eerst in zij geschiedenis stond China geheel onder de heerschappij van een niet Chinese nomadendynastie.

In 1271 riep Choebilai Khan de Yuan-dynastie uit.  In 1276 vluchtte de keizerlijke hofhouding per boot naar Kanton om de invasie door de Mongolen te ontlopen. Keizer Gong bleef achter. Alle hoop was gevestigd op twee jonge prinsen, broers van de keizer. De oudste, Zhao Shi, negen jaar oud, werd tot keizer uitgeroepen. Een jaar later vluchtte het hof eerst naar naar Mui Wo op het eiland Lantau en vervolgens naar een plaats die nu bekend is als Kowloon City, Hong Kong. Zhao Shi werd ziek en overleed, waarna zijn broer Zhao Bing (zeven jaar oud) hem opvolgde.

Op 19 maart 1279 zegevierde de Chinese generaal Zhang Hongfan over het laatste verzet van de ruim 300 jaar oude Song-dynastie. Deze slag op het water van de Parelrivierdelta vond plaats bij Yamen, tegenwoordig gelegen in Xinhui in de provincie Kanton. De slag duurde meerdere dagen maar uiteindelijke gaven de verzwakte Song-oorlogsschepen zich over. Daarbij sprong de hoge Chinese ambtenaar Lu Xiufu samen met de kind-keizer Zhao Bing op zijn rug gebonden te water waar zij beiden verdronken. De bevelhebber van de Song-vloot wist aanvankelijk te ontsnappen maar zijn schip zonk later tijdens een storm.

De vallei waarin de laatste keizers zich hebben opgehouden heet de Tung Chung vallei (z. afb hierboven), naar de plaatselijke held die zijn leven voor de keizer gaf.  Met de vernietiging van de Zuidelijke Song door de Yuan werd China opnieuw herenigd, ditmaal als deel van een groot Mongools rijk.

 Yuan-dynastie (1279 -1368)

Laatst bijgewerkt: 16-02-06

colofon