5831 | Jürchen (ca. 900 - 1100) |
![]() |
![]() |
De Jürchen (Chin. Nüzhen of Rüzhen) waren net als de Xiong-nu een Turks-nomadisch steppevolk (verwant aan de Evenken (voorheen Toengoezen genoemd), dat oorspronkelijk woonde ten oosten van de rivier de Sungari en de Changbai-bergen (die nu de grens vormt tussen China en Korea), ten noordoosten van het Khitan-rijk. Zij spraken een Altaļsche taal. Waarschijnlijk lag de bijrivier Alcuka in het centrum van hun woongebied. Deze riviernaam is afgeleid van het Jürchen-woord "alchun", hetgeen "goud" betekent. Toen ze een eigen dynastie stichtten noemden ze die naar deze bijrivier: in het Chinees Jin (goud). | ![]() |
![]() |
De Toengoesische voorouders van de Jürchen leidden een semi-nomadisch bestaan gebaseerd op jacht en visvangst. De stammen die in de vlakten van Mantsjoerije gevestigd waren, bedreven echter ook een primitieve vorm van landbouw en varkensteelt, een vorm van veeteelt die met een nomadisch bestaan nauwelijks te verzoenen is. Geleidelijk namen de Jurchen enkele Chinese tradities over, zoals landbouw en gingen zij wonen in vaste nederzettingen. Ook dreven zij gedurende de 10e en 11e eeuw intensief handel in natuurlijke goederen met het naburige Khitan-rijk.
De Jürchen waren verdeeld in clans, die in klaar afgebakende gebieden woonden en de naam van hun gebied of een rivier droegen. De macht van het clanhoofd was in hoofdzaak beperkt tot militaire aangelegenheden. Er was een precieze hiėrarchie tussen de clans, maar de verschillen in sociale status waren niet zo groot. Leidende clans waren een soort primi inter pares. De Jürchen beoefenden het leviraat en net als de Koreanen en de Mongolen, beschouwden zij wit als een heilvolle kleur in tegenstelling tot de Chinezen, voor wie het de kleur van de rouw was. |
Reeds tijdens de Tang-dynastie (618 - 907) stichtte de Toengoesische stam van de Mo He een staat naar Chinees model in het stroomgebied van de Sungari: Bo-hai (Balhae), die bleef bestaan tot hij door de tweede Liao-keizer geannexeerd werd. Een en ander wijst erop dat minstens een gedeelte van de Jürchen geen typisch steppevolk was. Ze schijnen pas in de tiende eeuw overgestapt te zijn op een economie gebaseerd op paardenfokkerij, één van de voornaamste kenmerken van de steppe-economie. Dit element heeft dan naderhand enorm bijgedragen tot de militaire macht van de Jürchen. Hun macht kwam uit hun paarden. Tijdens de periode van de Liao-dynastie (907 - 1125) werd een onderscheid gemaakt tussen de "beschaafde" Jürchen en de "wilde". Beschaafd waren de Jürchen die in de streek van Liaodong woonden, behoorlijk verchineesd waren en landbouw bedreven. De wilde Jürchen waren niet geregistreerd in de officiėle registers van de prefecturen (zhou en xian), maar hun lokale stamhoofden werden gecontroleerd door de militaire ambtenaren van de Khitan. |
Van de drie grensrijken is het rijk van de Jurchen het best gedocumenteerd. Niet alleen werd tijdens de Yuan-dynastie een officiėle geschiedenis over hen gemaakt werd, maar er is ook een eigentijds relaas van de hand van de Song-geleerde Xü Meng-xin (1126-1207). Hij beschouwt ze als afstammelingen van de legendarische stichter van het Koreaanse koninkrijk Koguryō en trekt hun geschiedenis na tot in de tijd van de Drie Koninkrijken.
Na de stichting van hun rijk behandelden de Khitan-heersers de Jürchen als een onderworpen volk, of probeerden dat te doen. Tijdens de tiende eeuw lukte dat niet zo best. De leiders van de Jürchen bleven namelijk diplomatieke contacten onderhouden met Koryo en de Song-dynastie. Na het vredesverdrag van Chan-yuan kwam daar verandering in. Daardoor werden de grenzen tussen het Khitan-rijk en het Song-rijk (960 - 997) gestabiliseerd en hadden de Khitan de handen vrij om de weerbarstige Jürchen in de pas te doen lopen. Na 1019 lijken de gezantschappen van de Jürchen naar de Song inderdaad op te houden. De Khitan behandelden de Jürchen als een slavenvolk. Zij buitten ze schaamteloos uit en vernederden ze. Herhaalde malen braken er dan ook opstanden uit, maar steeds zonder succes. Rond het midden van de 11e eeuw verenigde de stam Wanyan vijf stammen in één federatie, geleid door In 1092 nam |
Gemaakt: 26-07-05; laatst gewijzigd: 12-01-08 |