3706 Xiongnu
Midden-Azië, ten noorden van de Gobi-woestijn en ten zuiden van het Baikal Meer, de tegenwoordige Volksrepubliek Mongolië werd sinds het tweede millennium voor Chr. bewoond door Altaïsche volkeren. Een confederatiie van nomandenstammen, de Hsiung-Nu (Xiongnu) genaamd, bestond in West-China rond de tijd van de Han-dynastie (de laatste twee eeuwen voor Christus). Oorspronkelijk trokken deze Turks-Mongoolse nomadenstammen met hun kudden vee rond in het Altai-gebergte in Centraal-Azië. Een tijd lang zorgden zij voor beroering langs de grenzen van China. In 316 maakten Xiong-Nu na de verovering van noordelijk China een eind aan de Westelijke Jin-dynastie.
 

In 771 v. Chr. maakten de Xiongnu een eind aan de Westelijke Zhou-dynastie door de verwoesting van de Zhou-hoofdstad Hao, gelegen nabij het huidige Xi'an in het dal van de Wei-rivier. Tijdens de Oostelijke Zhou-dynastie (771  - 221 v. Chr.) werd in het noorden van het Chinese cultuurgebied een begin gemaakt met het oprichten van stukken muur en andere verdedigingswerken gericht tegen noordelijke invallers, die later tijdens de Qin-dynastie aaneengesloten werden en uitgebouwd tot de beroemde 'Chinese Muur'. 

Chinese bronnen spreken over een confederatie van nomadenstammen, Xiong-nu (Hioe-Noe of Hsiung -nu) genaamd. De Xiongnu bleven een bedreiging. Vandaar dat Qin-keizer  Tj'in Sje Hwang-ti (221 - 206 v. Chr.) om het rijk beter tegen de soms binnendringende Xiong-nu te beschermen, de reeds aanwezige muren en forten langs de noordgrens van zijn rijk met elkaar liet verbinden en naar het oosten toe te verlengen tot aan de zee. Daardoor ontstond de eerste fase van wat we nu de 'Grote Muur' noemen.

In de tweede eeuw vóór Chr. verenigde hun leider Maodun (aan de macht gekomen nadat hij zijn vader had vermoord) het grootste deel van Mongolië tot een machtig rijk.

Ca. 177 v. Chr. vielen de Xiongnu, onder aanvoering van een van Maodun's stamhoofden het gebied van de  Yuezhi in het Gansu binnen en bracht hen daar een verpletterende nederlaag toe. Maodun pochte in een brief aan de Han-keizer dat dankzij de uitmuntende vechtprestaties van zijn mannen en de kracht van zijn paarden hij erin was geslaagd deYuezhi te verdrijven, af te slachten.en volledig aan zich te onderwerpen. De zoon van Maodun, Jizhu, doodde vervolgens de koning van de Yuezhi, en maakte van diens schedel een drinkbeker.

In de 4e eeuw na Chr. zorgden zij voor onrust in het Chinese rijk. Voor de Xiongnu vormde China een grenzeloze bron van rijkdom die op alle mogelijke manieren kon worden geëxploiteerd - maar in het bijzonder door afpersing. Als bedreigingen de door de nomaden gewenste goederen en schatten niet opleverden, vergolden zij dat niet met een paar moorden, maar met plunderingen die hele provincies met de grond gelijk maakten. Zij versterkten hun militaire kracht met sluwe handelstactieken. Eén van de belangrijkste goederen die de Chinezen in ruil met de Hsioe Noe kregen, bestond uit paarden die in het Chinese leger een belangrijke rol vervulden bij de troepenverplaatsingen. Door de handel stil te leggen konden de Hunnen het Chinese leger lam leggen. 

Riembeugel (2e - 3e eeuw v. Chr.)

De Xiong Nu of Xiongnu heersten in de 3e eeuw v. Chr. over een uitgestrekt rijk in Azië. Zij zijn waarschijnlijk nauw verwant aan de later in Europa bekende Hunnen. De Xiong Nu waren voornamelijk van proto-Turkse komaf maar er bevonden zich ook Toengoezen en Indo-Europese stammen onder hen. Men stelt wel dat zij bestonden uit de eigenlijke Xiong en hun Nu ofwel hun slaven.
Zij stichtten rond 318 v. Chr. een rijk nadat zij in de slag van Noordelijk Xansi het leger van de Zhou verslagen hadden. China was in die dagen verdeeld in een groot aantal tegen elkaar strijdende staten, waaronder Qin, Zhao, Yan, Qi, Lu, Wei, Han en Chu. Zo konden de Xiong Nu in de 4e eeuw en 3e eeuw v. Chr. het noorden van China ongehinderd plundertochten houden, totdat keizer Qin Shi Huangdi (246 - 210 v. Chr.) in 214 v. Chr. besloot de afzonderlijke fortificaties uit de tijd van de strijdende rijken op te nemen in een aaneengesloten verdedigingsmuur om de vijandelijke horden tegen te houden. Ook voerde hij een militaire reorganisatie door, die vooral neerkwam op formering van een beweeglijke ruiterij. 

China was overigens niet het enige rijk dat te lijden had van de plundertochten van de Xiong Nu. Ook andere delen van Centraal Azië, zoals Chungaria (rond het Baikalmeer) en de Ataivolkeren waren het doelwit van hun gewelddadige invallen.

Dou Man (220 v. Chr. - 209 v. Chr.)

De oudst bekende heerser over de Xiong Nu was Dou Man, die regeerde van 220 v. Chr. - 209 v. Chr.  Onder deze koning werden een aantal stammen verenigd. Onder hem deden de Xiong Nu invallen in het noorden van China.

Mao Dun (Maodoen) 209 v. Chr. - 174 v. Chr.

Mao Dun, de zoon van Dou Man, was zijn vaders erfegenaam, maar werd verbannen naar het rijk van de Yuezhi (Tocharen) in de huidige provindcie Gansu (Noordwest China). In 210 trok Dou Man tegen de Yuezhi ten strijde, maar feitelijk wilde Dou Mans nieuwe echtgenote Mao Dun uit de weg ruimen. Mao Dun wist echter te ontsnappen en Dou Man stond zijn zoon toe terug te keren en gaf hem het bevel over een cavalerie-eenheid. Mao Dun gaf zijn mannen een goede training en tijdens de jacht schoot hij "per ongeluk"een pijl af op zijn vader, waarna hij zich liet kronen tot de nieuwe heerser en zich de eretitel "De Geweldige"of "De Grote" aanmat.

Vervolgens reorganiseerde Mao Dun zijn leger en onderwierp hij in 208 v. Chr. de Toengoestische stam Dung Hu. De Dung Hu spitsten zich na deze campagne in de Xian Bei (de voorouders van de Mongolen) en Wu Huan. Vervolgens versloeg Mao Dun de Turkse stammen in het noorden van Mongolië, waaronder de Ding Lin, en tenslotte de Yuezhi in 203 v. Chr. 

Het rijk van Xiong strekte zich nu uit van de Koreaanse grens via Mongolië tot aan Kashmir en beheerste hij de belangrijke Zijderoute, de de Xiong Nu voorzag van belangrijke inkomsten. Later strijd hij in een drie jaar durende oorlog tegen de Han-keizer Han Gaozou van China. Keizer Cao Di werd in 202 v. Chr. verslagen - of beter gezegd werd door de Xiong Nu in een val gelokt - en gedwongen jaarlijks aan de Xion Nu een groot gebied in het noorden van China af te staan en een schatting te betalen plus een grote hoeveelheid zijde. Mao Dun heeft nooit geprobeerd China binnen te vallen. want hij wist dat hij nooit voor lange tijd over heel China zou kunnen heersen. Na deze Chinese campagne dwong hij de Yuezhi en Wu Sun zich als vazalstaten aan hem te onderwerpen. Tijdens zijn bewind werden vele Turkse stammen onderworpen. Toen Mao Dun stierf strekte zijn rijk zich uit van Korea in het oosten tot het Balkash-meer in het westen, het Baikalmeer in het noorden en Tibet in het zuiden. Behalve de volkeren die had onderworpen heerste hij over de oasesteden in het Tarimbekken. Zijn militaire en administratieve organisatie vond later bij vele volkeren in Centraal Azië navolging.  

Zhi Yu 174 v. Chr. - 160 v. Chr.

Tijdens zijn regering behielden de Xiong Nu hun kracht. Yu plunderde het keizerlijke paleis bij Chang'an, de hoofdstad van het Han-rijk in 166 v. Chr. maar trouwde met een Han-prinses en stelde de gebieden van de Xiong Nu open voor Han-spionnen, die waren vermomd als officieren. Deze probeerden de bevolking in deze gebieden aan te zetten tot een opstand tegen de Xion Nu heerser, wat later de het Xiong-Nu rijk aan het wankelen zou brengen. Eén van deze aanhitsers tot gewapend verzet , Jang Qien, werd bekend door zijn epeditie naar de Yue Zhi, maar door de Xiong Nu gevangen werd genomen en tien jaar als gijzelaar werd vastgehouden. TIn 126 v. Chr. bereikte hij Chang'an en had intussen belangrijke feiten verzameld over verschillende volkeren en steden die hij had bezocht. Hierdoor zouden de Chinezen later hun macht in Centraal Azië uit te breiden.  

Na het bewind van Zhi Yu volgde een periode van neergang. Vanaf midden van de 2e eeuw v.C. werden de Xiongnu teruggedrongen naar het noorden en moesten zich hergroeperen in het bekken van de Orchon en Selenga. 

After Zhi Yu's death, the successor rulers couldn't stop the decline of the Xiong Nu Empire. The Xiong Nu raids into China were stopped by the Han emperor Jing Di; Han Wu Di reformed his army in Xiong Nu style, between 127 and 117 BC, the Xiong Nu lost Tarim to Wu Di; during the reign of Chang Yu Zhu De Huo, Tian Shan, Chungaria and Turfan were conquered by the Han and eventually, the Xiong Nu lost the control of the Silk Road in 60 BC. In 85 BC, the Wu Huan and Ding Lin rebelled and defeated the weakened Xiong Nu. After this rebellion, the victorious Ding Lin split into Western and Northern Ding Lin. Ho Han Yeh, a half-Chinese Xiong Nu prince, entered Han protectorate in 58 BC but his brother Zhi Zhi revolted against him and declared his independence in the same year. This event caused the Xiong Nu Empire to split into two separate empires in 55 BC; the Eastern and Western Xiong Nu, each one ruled by a member of the Xiong Nu Imperial family.

In 85 v. Chr. werden de Xiong Nu verslagen door de Chinezen en raakten zij in een onderhorige positie. 

In 55 v. Chr. viel het rijk uiteen in een oostelijk en een westelijk deel.

In 54 BC, the Eastern Xiong Nu withdrew to Ordos while the Western Xiong Nu migrated to Soghdiana in Transoxiana, where they set up a new empire near the River Talas. Under Zhi Zhi's rule, starting from 51 BC, the Western Xiong Nu conquered Wu Sun, Western Ding Lin, Chien Kun (Khyrghiz) and vassalised the Kingdom of Kang Guo (Samarkand). In 41 BC, Zhi Zhi built a fortified capital in the valley of Talas. However, the Han and Eastern Xiong Nu attacked Zhi Zhi in 36 BC, destroyed his capital and killed him. Thus, the Western Xiong Nu Empire came to an end. It's been claimed that there were Roman mercenaries in Zhi Zhi's army during the siege of his capital.

In 34 v.C. moesten alle Xiongnu zich onderwerpen aan het keizerlijk gezag en 20 jaar later werden zij ook uit het huidige Buiten-Mongolië gedrongen. 

Daarna brachten interne Chinese twisten opluchting, maar ca. 100 na Chr. had China de restanten der Hunnen in Mongolië onderworpen. De Oost-Hunnen waren toen al met de Chinezen geassimileerd (welk proces pas in de 7e eeuw volledig voltooid was), terwijl de Noord- en West-Hunnen na de nederlagen van ca. 100 na Chr. westwaarts trokken. De Mogoloïde inslag van de oorspronkelijk voornamelijk Turkse Hunnen werd in deze tijd steeds sterker. Daar de Xiongnu niet opgewassen waren tegen Chwarezm (Perzië), moesten zij noordwaarts langs het Aralmeer en de Kaspische Zee trekken. Een uitzondering vormden de Heftalieten (of Witte Hunnen) die, profiterend van het verval der Koesjanieden Oost-Perzië binnendrongen maar door de Perzen geassimileerd werden. 


After Ho Han Yeh's death in 31 BC, the Eastern Xiong Nu re-gained their power and eventually overthrew the Han protectorate in 18 BC under the rule of Yu Chang Yu. Yu managed to conquer a vast area from Manchuria up to Kashgar; however, this new empire was soon attacked from two sides: Xian Bei (Sianbei) from the North and Han Chinese from the South. Famines, plagues and revolts soon resulted in the break up of the Eastern Xiong Nu into Northern and Southern Xiong Nu in 48 AD, when Bi declared his independence from Yu's son's Pu Nu Chang Yu. While the Southern Xiong Nu accepted the Han protectorate after a short time, the Northern Xiong Nu had to deal with the non-stop attacks of the Xian Bei. The Han attacked from the South, and some 50 important trading towns like Kashgar and Yarkend fell to the invading Han armies. As a result, the Northern Xiong Nu was finally destroyed by the Xian Bei in 156 AD. The remnants of the Northern Xiong Nu then migrated towards the Aral Sea; while the Southern Xiong Nu were finally subjugated by the Han in 216 AD.

The remnants of both Xiong Nu empires lived as scattered throughout Western Turkistan for a long time, until they began migrating westwards around 350 BC. Under the leadership of their leader, Balamyr, they entered the territories of the Ostrogoth Kingdom in Ukraine in 375, and founded the European Hunnic Empire (there are some scholars who doubt that the European Huns descended from the Xiong Nu). Even though the majority of Xiong Nu went to Western Turkistan, some Xiong Nu stayed in Northern China where they set up small kingdoms after the fall of the Han Dynasty (Second Zhao, Xia, Northern Liang and Lou Lan were the Xiong Nu kingdoms in Northern China). 


166 BC: Zhi Yu sack Imperial Palace near Chang'an
160 BC: Death of Zhi Yu; the Xiong Nu Empire began to decline
127-117 BC: Tarim Basin lost to Han
85 BC: Rebellion of Ding Lin and Wu Huan
60 BC: Control of the Silk Road lost to Han
58 BC: Ho Han Yeh entered Han protectorate; Zhi Zhi declared his independence; break up of the Xiong Nu Empire
51 BC: Wu Sun, Ding Lin, Khyrghiz brought under Western Xiong Nu rule, Kang Guo become vassal of Zhi Zhi
36 BC: Zhi Zhi defeated and killed by Han and Eastern Xiong Nu
18 BC: Eastern Xiong Nu re-gained it's independence
48 AD: Eastern Xiong Nu broke up into Northern and Southern Xiong Nu
156 AD: Northern Xiong Nu destroyed by Sianbei
216 AD: Southern Xiong Nu subjugated by the Han
350 AD: Remnants of the Xiong Nu migrate towards West

Vanaf deze tijd vallen de Witte Hunnen (Alchon-Hunnen) regelmatig het Gupta rijk binnen. Een gevolg is dat het rijk in een westelijk en een oostelijk deel verscheurt, omdat de Hunnen meerdere gebieden veroveren.

In 352 werden zij door de Hua verdreven, waarna een groep (de Zwarte Hunnen) naar Rusland trok en een andere groep (de Witte Hunnen) naar Perzië en Noord-India, waar ze een kortstondig rijk stichtten bekend als het rijk van de Witte Hunnen. De Alchon Hunnen (één van de vier takken van de Witte Hunnen of Heftalieten) drongen vanaf 390 naar het zuiden en vielen in 430 India binnen.
Toen de Witte Hunnen verslagen werden door de Perzen trokken zij in de 6e eeuw ook richting Europa en werden daar berucht als de
Avaren.

colofon