3937 |
Westelijke en Oostelijke Jin (Chin)-dynastie (265 - 420) |
![]() |
![]() |
In 264 had de machtige generaal In 269 begon zijn legeraanvoerder Toen vier jaar jaar later de laatste grote generaal van Wu Links: |
Keizer In de Oorlog van de Acht Prinsen (291-306) tussen leden van de familie Sima de heersersfamilie van de Chinese Jin. De oorlog kenmerkte zich door bloedige veldslagen en betekende voor noord China het begin van een langdurige economische crisis. De Jin raakten militair zo verzwakt dat zij niet konden verhinderen dat nomadische ruitervolkeren uit het noorden en westen eigen staten begonnen te vestigen in noord China. Dit betekende het begin van de Periode van de Zestien Koninkrijken en leidde tot de vernietiging van de westelijke Jin. |
![]()
|
![]() |
Tot 311 was de hoofdstad van het rijk Luoyang. In dat jaar werd keizer ![]() ![]() Bij het dorp Xincheng, 20 km ten noordoosten van Jiayuguan, werden in 1972-73 meer dan 13 graftombes uit de Wei (220-265) en Westelijke Jin-dynastie (265-316) ontdekt. In de grafkamers (Xincheng Wei Jin Mu (Wei-Jin graftombes) zijn meer dan 600 goed bewaard gebleven muurschilderingen aangetroffen die het dagelijks leven afbeelden. Eén van de tombes wordt de Xincheng Ondergrondse Galerie (Xincheng Dixia Hualang) genoemd. |
In de vroege vierde eeuw maakten "barbaarse" veroveraars uit de grensgebieden (de Hunnen, door de Chinezen aangeduid met Hsiung-Nu (Xiongnu)) gebruik van deze chaos. Zij drongen het keizerrijk binnen en maakten zich meester van geheel Noord-China. In dit gebied stichtten de Hsiung-Nu de staat Han Zhao. In 316 veroverde Han Zhao in de Oorlog van de Acht Prinsen de hoofdstad van het Jin-rijk Chang'an en namen de Jin-keizer Min gevangen, die vervolgens werd geëxecuteerd. Naar men zegt heeft deze strijd dertigduizend levens gekost.
rechts: schildering in de Wei-Jin graftombes in Xincheng |
![]() |
|
Een deel van de Jin-hofhouding en de families, die voortkwamen uit de voormalige Han-elite waren daarvoor al naar het zuiden gevlucht en had zich gevestigd in de stad Jiankang, nabij het huidige Nanking ten zuidoosten van Luoyang en Chang'an. Toen het nieuws van de val Changán bereikte werd in deze stad in 317 het hof van Jin opnieuw gevestigd, onder de Prins van Longya. Belangrijke plaatselijke families als Zhu, Gan, Lu, Gu en Zhou onderschreven zijn proclamatie als keizer ![]() Links: Aardewerk vrouwenfiguur uit de Oostelijke Jin-dynastie, opgegraven in een graftombe bij Xishanqiao in Nanjing in 1960 |
Gedurende de 104 jaar van haar bestaan werden de Oostelijke Jin geplaagd door militaristische leiders en crises. Het overleefde opstanden door Ang Dun en Su Jun. De laatste keizer
Laatst bijgewerkt: 28-06-07 |