1616

Westelijke (Vroegere) Zhou-Dynastie (1122 - 771 v. Chr.)

Shang-dynastie (1750 - 1122 v. Chr.)

De Zhou-dynastie als geheel omspande een periode van ongeveer 1122 tot 221 v. Chr. en is hiermee de langste dynastie van de Chinese geschiedenis. Tot 771 v. Chr. was de stad Hao hoofdstad, gelegen nabij het huidige Xi'an in het dal van de Wei-rivier. Deze eerste periode van de Zhou-dynastie wordt 'Westelijke' of 'Vroegere' Zhou-dynastie genoemd. Na de verwoesting van Hao door nomaden uit het noorden (Xiongnu) in 771 v. Chr., werd de hoofdstad verplaatst naar Luo (nabij het huidige Luoyang, provincie Henan). Hierna werd de dynastie voortgezet en is nu bekend onder de naam 'Oostelijke' of 'Latere' Zhou-dynastie.

In de Chinese historische traditie wettigden de heersers van Zhou hun leiderschap door het Mandaat van de Hemel aan te halen, het begrip dat de heerser (de "zoon van hemel") over goddelijk recht beschikte en dat zijn onttroning zou bewijzen dat hij het mandaat had verloren. Het Mandaat van de Hemel vestigde de veronderstelde goddelijke voorvader van Zhou, Tian-Huang-Shangdi, boven de goddelijke voorvader van Shang, Shangdi. De doctrine verklaarde en rechtvaardigde de nalating van Xia en Shang en steunde tezelfdertijd de legitimiteit van huidige en toekomstige heersers. De Zhou-dynastie werd opgericht door de familie Ji en had zijn hoofdstad in Hao (dichtbij de huidige stad Xi'an). De vroege Zhou-dynastie deelde de taal en de cultuur van Shang (Yin), maar breidde zich tegelijkertijd uit door verovering en kolonisatie.

In de westelijke historiografie wordt de Zhou-dynastie vaak bestempeld als feodaal, omdat de vroege gedecentraliseerde controle van Zhou vergelijking met de middeleeuwse regering in Europa oproept. In de Chinese marxistische historiografie wordt de Zhou-dynastie aangemerkt als het begin van de feodale fase van de Chinese geschiedenis.

Links: Gebied waarover de Westelijke Zhou-dynastie haar nominale macht uitoefende. De Zhou-dynastie vormde geen aaneengesloten centraal bestuurd rijk, maar was samengesteld uit een groot aantal (stad)staatjes. Deze staatjes werden gedurende de Westelijke Zhou nog hoofdzakelijk geregeerd door verwanten van de Zhou-koning. Dit quasi-feodale verband werd steeds losser naarmate de tijd voortschreed en verschillende staten zich uitbreidden en machtiger werden.

Rondom het Zhou-gebied bevonden zich niet-Chinese stammen, die een constante militaire bedreiging vormden.

Over het exacte jaartal van het begin van de Zhou-dynastie bestaat geen overeenstemming. Aanvankelijk was Zhou een aan de Shang-dynastie gelieerde staat gelegen in het dal van de Wei-rivier. Oorspronkelijk was de Zhou een nomadenvolk dat geleerd had zich aan te passen aan andere culturen. Nadien vestigden ze zich in de Wei vallei, in de provincie Shaanxi, aan de grens van het Shang rijk. Ze werden een vazalstaat van de Shang. De macht van de laatste Shang koning was erg verzwakt wegens een aanhoudende strijd tegen indringers uit het noorden. De Zhou daarentegen hadden hun positie versterkt en gooiden het op een akkoord met andere misnoegde vazalstaten. Ze versloegen de Shang en vestigden hun hoofdstad Xi'an.

De oorspronkelijke hoofdstad van Zhou, Feng, lag in de buurt van het huidige Xi'an. Van Hao, noch Feng, zijn de exacte locaties vastgesteld). Het gebied werd beheerst door een prinselijke dynastie.

Rechts: bronzen theepot Westelijke Zhou-dynastie

 

Rond de elfde of twaalfde eeuw v. Chr. kwam de heerser van Zhou in opstand tegen de in verval verkerende Shang-dynastie. Deze (legendarische) heerser staat nu bekend als Wen Wang (= "koning Wen") en wordt beschouwd als de stichter van de Zhou-dynastie. Het was zijn zoon, Wu Wang (= "krijgshaftige koning"), die ongeveer in het jaar 1122 v. Chr. (andere bronnen noemen het jaar 1045 v. Chr.) de laatste Shang heerser, Zhou Xin van de troon stootte.

De Zhou hadden hun les geleerd bij de teloorgang van de Shang Dynastie en verdeelden hun rijk in in nog meer vazalstaten. Aan het hoofd van deze staten werden meestal familieleden van de koning geplaatst en de staten werden onderworpen aan strikte regels. Zo was het verboden onderling de strijd aan te gaan om andere staten te annexeren. Het ganse rijk en de bevolking bleven eigendom van de koning. De afzonderlijke vazalstaten moesten manschappen leveren voor het leger van de koning ( dit had tot gevolg dat het leger van de Zhou koning een nooit geziene proportie kreeg ) en dienden tevens een belasting te betalen. Elke heerser van een vazalstaat kon zijn macht overdragen aan zijn zoon. Aldus verkregen de Zhou koningen een vaste greep op gans hun rijk.

Links: Wen Wang (1131 - 1115 v. Chr,)

Economisch ging het de Zhou eveneens voor de wind. Het systeem van slavernij werd op grote schaal ingevoerd wat de productie ten goede kwam en meer welvaart creëerde. Ook de brons industrie werd van groot belang. Buiten allerhande rituele voorwerpen werden voor het eerst ook bronzen voorwerpen vervaardigd voor de landbouw ( vb gereedschap en ploegen ) en allerlei voorwerpen voor dagelijks gebruik. De steden werden groter en de handel bloeide.

Aan de legendarische koning Wen, Wen Wang, wordt onder andere de samenstelling en de duiding van de 64 hexagrammen van de Yiching ("Boek der veranderingen") toegeschreven. Bovendien wordt hij beschouwd, vooral door de latere confucinanisten, als een van de meest voorbeeldige vroegere heersers op aarde, wiens gedrag nagevolgd diende te worden. Hij was zo vervuld van deugd, dat hij het niet over zijn hart kon verkrijgen - ondanks de slechtheid van het bewind in de nadagen van de Shang-dynastie - tegen zijn soevereine vorst, de 'tyran van Shang' Di Xin (ook Zhou Xin genoemd), in opstand te komen. (Dit liet hij, na zijn dood, aan een van zijn zonen, Wu Wang, over.)

  De soldaten van Zhou veroverden alle vroegere Shang gebieden. In het bijzonder de broer van Zhou Wu Wang (1046 - 1043), bekend als de hertog van Zhou (Zhou Gong), droeg veel bij aan de verovering van de oostelijke vlakte van de Gele rivier. Hij oefende als regent voor de toen minderjarige zoon van Wu Wang, Cheng, na het overlijden van zijn broer de macht uit in Zhou. Deze hertog van Zhou zou de stichter zijn van de stad Luo en zou deze stad tevens als tweede hoofdstad van het rijk gemaakt hebben. Later zou deze stad de hoofdstad van de Oostelijke Zhou-dynastie worden. Evenals zijn reeds genoemde vader, Wen Wang, neemt Zhou Gong neemt een belangrijke plaats in onder de door de Chinezen meest bewonderde stichters van de Chinese natie en in de confucianistische zin, als voorbeeld voor alle latere keizers.
Transport en communicatie waren nog niet voldoende ontwikkeld om dit hele gebied als eenheidsstaat te regeren. De Zhou-dynastie bestond daarom uit een groot aantal kleine staatjes veelal bestuurd vanuit een stad door een lokale machthebber uit de familie van de Zhou-koning. In de loop van de tijd werden deze familiebanden steeds losser en de staatjes steeds zelfstandiger.

China werd een feodale maatschappij. De koning was het hoogste gezag. Hij gaf de adel land in ruil voor hun trouw en hun diensten. De edelen waren heer en meester over hun eigen domein en onderdanen van wie de meesten keuterboeren waren. De kooplieden stonden helemaal onderaan de maatschappelijke ladder. Na verloop van tijd konden de Zhou-koningen niet meer rekenen op de trouw van de adel. 

Links: Voorstelling van Koning Wu Wang

Volgens het officiële verhaal neigden de koningen van de Zhou tot verdorven decadentie. Er is een legende over een zekere koning Joe, die deze vermeende onverantwoordelijkheid moet illustreren. Door zijn toedoen was in de 8e eeuw v. Chr. de dynastie bijna omvergeworpen, aangezien ij toegaf aan de grillen van een zeer mooie, doch nukkige en norse concubine, waar hij verliefd op was. Tenslotte had de koning een manier gevonden om haar aan het lachten te krijgen. Hij gaf opdracht de bakens in de stad aan te steken - dit was het teken voor zijn leenheren om snel met hun legers naar de hoofdstad op te rukken om invasies van barbaren te stuiten. 

Toen de onstuimige edelen echter met hun troepen samenkwamen bij het paleis zwaaiend met hun zwaard, niemand aantroffen om tegen te vechten, vond de dame hen zo lachwekkend, dat ze van harte lachte. Korte tijd later vind er een echte invasie plaats en ontstak men de vuren. Nu echter kwam er niemand te hulp en zodoende viel de stad. De dynastie bleef wel aan de macht, doch haar wereldlijke macht bleef afnemen.

Gedurende meer dan twee eeuwen hielden de Zhou koningen aldus hun vazalstaten onder controle. Een aantal staten echter hielden zich niet meer aan de regels en verkochten hun grondgebied aan grotere buurstaten. Bepaalde feodale heren verkregen aldus grote macht en rijkdom wat de macht van de Zhou koningen aanzienlijk afzwakte. Talrijke veldtochten werden ondernomen om het rijk in stand te houden. 

De edelen die over grote leengoederen heersten, namen de politieke en militaire macht in handen. Ze negeerden de onbekwame koning die zich in zijn hoofdstad bevond, omringd door zijn ministers en grote aantalen ambtenaren, rechters, waarzeggers, badopzichters, ververs, steensnijders, bronsgieters en vele anderen. In fragmentarische en enigszins bevooroordeelde geschriften worden deze nutteloze koningen voorgesteld als hoog verheven poppen, de werktuigen van zelfstandige edelen. 

Alleen de priestertaken bleven het privilege van de "Zoon van de Hemel". In deze wereld van geringe koninklijke macht bracht de rondreizende wijze Confucius zijn mening over de herleving van het roemrijke verleden. Het was volgens hem de eerste taak van de koning om zich bezig te houden met de zorg voor het welzijn van zijn onderdanen. 

In de achtste eeuw v.Chr. kreeg de Zhou-dynastie steeds vaker te maken met aanvallen door barbaarse stammen vanuit het ruige en nomadische westen en noorden.In 711 werd de Zhou-hoofdstad Hao bestormd door een Mongools ruitervolk. 

In 771 v. Chr. werd koning Zhou Youwang (You of Zhou) (781 - 771) door rebellerende vazalstaten verslagen en gedood. Van de chaos die daarna heerste maakten de machtigste edelen gebruik door een eigen staat te stichten. You's opvolger Zhou Pingwang (Ping of Zhou) (770 - 720) verhuisde de hoofdstad een jaar later in 770 naar Luoyang (oostwaarts ) wat de start betekende van de Oostelijke-Zhou dynastie.

Oostelijke of Latere Zhou-dynastie (Lente- en Herfstperiode) (771 - 476 v. Chr.)

Laatst bijgewerkt: 09-01-03

colofon