3700

Centraal Azië (2000 v. Chr. - 500 n. Chr.)

Klik hier voor het frame van de pagina

Vanaf een vroege datum werd Azië bewoond door allerlei volkeren die behoorden tot één van twee ras- en taalgroepen. Deze worden traditioneel aangeduid als de Scythen en de Hunnen (in de brede zin van de termen). Met Scythen wordt bedoeld alle volkeren die behoren tot het Indo-Europese ras. De Hunnen die de oostelijke steppen van Centraal-Azië bewoonden (Mongolië en de aangrenzende gebieden) behoren tot een totaal ander ras, nl. het Mongoolse.

De Hunnen waren een strijdlustig volk en de stammen waren perfect georganiseerd. Opgravingen en archeologische vondsten wijzen uit dat dit volk een ontwikkelde kunst en cultuur heeft bezeten. Het imperium breidde zich uit van Mantsjoerije (gesitueerd aan de Japanse zee) tot aan het Aralmeer. De Hunnen die eerder naar de noordelijke steppen van het Aralmeer en Balchasjmeer waren getrokken, zijn in de 4e eeuw na Chr. gezamenlijk verder getrokken naar Europa. De leider van deze Hunnen-groep was Atilla de Hun. Een andere Hunnen-groep heeft zich tussen 300 en 600 na Chr. gevestigd in Oezbekistan en Afghanistan, waar zij het rijk der Akhunnen (Eftalitische rijk) hebben opgezet.

Midden-Azië, ten noorden van de Gobiwoestijn en ten zuiden van het Baikal Meer,  de tegenwoordige Volksrepubliek Mongolië werd sinds het tweede millennium voor Chr. bewoond door Altaïsche volkeren
Het Altaj gebergte is het centrale deel van de gebergtezone die over bijna de gehele breedte van Azië loopt en de Siberische laagvlakten van de Centraal-Aziatische woestijngebieden scheidt.

Centraal-Azië (500 - 1200)

laatst bijgewerkt: 26-06-07

colofon