3923

Qin (Tj'in) - dynastie (221-206 v. Chr.)

Periode van de Strijdende Rijken (481 - 221 v. Chr.)
 

 

Tj'in Sje Hwang-ti (246 - 210 v. Chr.)

Tj'in Sje Hwang-ti ook geschreven als Qin Shi Huang, Qin Shi Huang Di, Sjih Huang Ti) (geb. 259 - gest. 210 v.Chr.)

De latere keizer  Tj'in Sje Hwang-ti werd geboren als Ying Zheng. Op 13 jarige leeftijd volgde hij zijn vader op als koning van Qin, een staat in het noordwesten van het huidige China. Toen hij in 238 meerderjarig werd, waren zijn eerste daden het executeren van de minnaar van z'n moeder en het verbannen van Lü Pu-wei, de man die de regering tijdens zijn minderjarigheid geleid had. Daarna veroverde hij met hulp van een aantal zeer capabele generaals de zes andere Chinese staten. Hij versloeg achtereenvolgens de Han (230 v.Chr.), Wei (225 v.Chr.), Chu (223 v.Chr.), Zhao en Yan (222 v.Chr.) en de Qi (221 v.Chr.) 

Tj'in Sje Hwang-ti wilde overal hetzelfde bestuur instellen als in zijn eigen staat Qin, dat nu het machtigste koninkrijk was. Qin had een sterke centrale regering, zeer doelmatige irrigatiesystemen en landbouw en een krachtig leger. de naam China is afgeleid van Qin.

 In 221 v.Chr. was geheel China voor het eerst tot één rijk onder één heerser samengevoegd. De titel Wang (= koning) achtte hij beneden zijn waardigheid, aangezien hij allang in waarde gedaald was doordat allerlei edelen zijn in de Late Zhou-periode zich die titel hadden eigengemaakt.Ter gelegenheid daarvan veranderde Ying Zheng zijn naam in Tj'in Sje Hwang-ti. Hwang-ti wordt wel vertaald met keizer, maar eigenlijk is dit geen goede vertaling. Het eerste woord Hwang betekent: stralend, illuster, roemrijk en werd in vroeger tijden gebruikt om hemelse godheden te beschrijven. Het tweede woord ti  was de titel van de hoogste geest-koningen van Shang. De stichter van Tj'in eigende zich ook de oude titel van "Zoon van de Hemel" toe, toentertijd het privilege van de koningen van Zhou als directe afstammelingen van T'ièn, de Hemel. Hij werd een goddelijke monarch naar het voorbeeld van de oude heilige koningen van Shang en Zhou. De "Eerste Keizer van Qin" was ervan overtuigd de eerste van een dynastie te zijn die 10.000 generaties zou duren. Zijn regering werd gekenmerkt door versterking van de centrale regering ten koste van de lokale adel. De rijke aristocratische families werden gedwongen te verhuizen naar zijn hoofdstad Hsien-yang (thans: Xianyang), waar hij ze beter in de gaten kon houden, terwijl hij het land via zijn ambtenaren bestuurde.

Om het rijk beter tegen de soms binnendringende Xiongnu (Mongoolse nomadenstammen van de Centraal-Aziatische steppen te beschermen liet hij de reeds aanwezige muren en forten langs de noordgrens van zijn rijk met elkaar verbinden en naar het oosten toe te verlengden tot aan de zee. Daardoor ontstond de eerste fase van wat we nu de 'Grote Muur' noemen. De muur, die gebouwd werd door dwangarbeiders, was meer dan 2000 kilometer lang en zes meter hoog met er bovenop een vijf meter brede weg. De muur was sterk genoeg om de Mongoolse ruiters uit het noorden tegen te houden. Door de Chinezen werd de muur beschouwd als de grens tussen de beschaving en de barbarij.

Tegelijkertijd liet hij de muren op de (voormalige) grenzen tussen de door hem veroverde staten afbreken zodat het verkeer tussen de verschillende delen van het rijk gemakkelijker werd. Hij liet het Chinese wegennet ingrijpend verbeteren en uitbreiden en vele kanalen aanleggen. Verder liet hij voor zichzelf een groot aantal paleizen bouwen en natuurlijk zijn mausoleum, het terracottaleger en nog veel meer. Voor deze gigantische bouwactiviteiten had hij voortdurend zo'n 10% van de totale bevolking nodig. Dit betekende dat 2 miljoen mensen onttrokken werden aan vooral de landbouw.

Door de bouw van de Grote Muur werden de Xiongnu gedwongen hun heil elders te zoeken. Zij zwierven westwaarts en verdreven andere stammen uit Centraal-Azië. Deze drongen verder naar de grenzen van het Romeinse Rijk en waren gedeeltelijk de oorzaak van de ineenstorting daarvan. 

Van de 2000 jaar oude Chinese Muur rest nog slechts één derde deel. Eén derde deel bestaat uit uit hopen stenen en keien en de rest is volledig verdwenen. Het verval is veroorzaakt door generaties boeren die stenen uit de muur gebruikten voor de bouw van hun eigen huizen of stallen. De Muur staat op de lijst van het Wereld Monumentenfonds.

Andere belangrijke dingen die hij tot stand bracht waren de standaardisering van het geld, van alle maten en gewichten en de hervorming en optekening van alle wetten. Verder vereenvoudigde hij het Chinese schrift en bepaalde wat de breedte van wagens en karren moest zijn.
Voor de invoering van deze en nog vele andere maatregelen was, zeker als die gepaard gingen met verhoging van belastingen, regelmatig geweld nodig.
De volgende tien jaren van zijn regering maakte hij vier langdurige inspectietochten door zijn rijk om te zien of alles wel precies zo ging als hij dat wilde.

Rechts: Kop terracotta soldaat

Zijn hele leven was Qin Shi Huang op zoek naar 'de steen der wijzen' waarmee van onedele metalen goud gemaakt kon worden en naar methoden om onsterfelijkheid te verwerven. Hij raakte hierdoor in conflict met magiërs en alchemisten die niet aan zijn verzoeken konden of wilden voldoen en liet daarom velen van hen ombrengen. Omdat Confuciaanse geleerden wilden dat hij terugkeerde naar het feodale systeem liet hij in 213 bijna al hun boeken verbranden voor zover die niet over landbouw, medicijnen of astrologie gingen en werden 460 geleerden geëxecuteerd.

Door velen werd hij later als een despoot beoordeeld omdat hij alle macht naar zich toe trok en wrede maatregelen trof om zijn tegenstanders te elimineren. Bovendien kostten zijn veldtochten en bouwactiviteiten zoveel geld en mankracht dat er een ernstige ontwrichting van de maatschappij optrad. Door vele anderen werd hij echter als een verlicht vorst gezien omdat hij kans zag de zeven elkaar al 250 jaar bestrijdende staten samen te voegen en tot een eenheid te maken. Als eerste keizer onderhield Qin Shi Huang een streng centralistisch regime. De keizer ontpopte zich als een tiran en gebood burgers hun wapens in te leveren. Ondanks de magere 11 jaar die het regime stand hield, zou het een blijvend stempel drukken op het Chinese volk. Zo volgde er een standaardisatie van maten en gewichten, werden door het hele rijk verbindingswegen aangelegd en kwam er een eenheidsschrift. In de hoofdstad H'sieny-ang (vlakbij de huidige stad Xi'an, de hoofdstad van de provincie Shaanxi) liet Qin Shi Huang een enorm paleizencomplex bouwen. 

Tj'n Sje Hwang-ti  werd gehaat door het strenge bewind dat hij voerde. Hij was wreed en harteloos maar daartegenover staat dat hij China verenigde na een lange periode van burgeroorlog en chaos. Het meest waardevol van zijn hervormingen was dat hij het rijk één enkele wijze van schrift gaf. Hij maakte als eerste van China een ééngemaakte staat.

De keizer beval zijn onderdanen dezelfde taal te spreken. er moest één stelsel van maten en gewichten en één munt komen. Er kwam zelfs een standaardbreedte voor de karren op de wegen die de keizer liet aanleggen om de verbindingen te verbeteren. Overal in China kregen de adellijke families tot taak de wet en de orde in hun gebied te handhaven en te zorgen dat de bevelen van de keizer werden opgevolgd. Gewone burgers moesten dienen in het leger en meewerken aan de nieuwe wegen, kanalen en versterkingen. 

Een ander bouwproject was het graf van de keizer, waarin hij na zijn dood werd bijgezet, vergezeld van een leger van terracotta beelden. Deze beelden werden in 1974 ontdekt in de Chinese stad Xi'an. Honderdduizenden krijgsgevangen werden als dwangarbeiders tewerk gesteld aan Qin Shi Huangs megalomane infrastructurele projecten en praalmonumenten. Het Tj'in rijk was nu veel groter dan de oude koninkrijken van Tsjang en Zhou (Westelijke Zhou-dynastie (1122- 771 v. Chr.)  Oostelijke Zhoudynastie (771 - 481 v. Chr.)Zhou - Periode van de Strijdende Rijken (481 - 421 v. Chr.) Binnen het keizerrijk was de wil van Tj'n Sje Hwang-ti wet.

De onderworpen steden dienden hun oude archieven te vernietigen en niemand mocht meer geschriften van Confucius of andere denkers in bezit hebben. Geleerden die het waagden het verleden voor de Qin-dynastie te verheerlijken werden levend begraven. Intussen zuchtte het volk onder zware belastingen en groeide de onvrede. Het leven aan het hof werd beheerst door het najagen van de onsterfelijkheid. Tal van magiërs, tovenaars en geestenbezweerders waren belast met het zoeken naar de mythische paddestoel zhi die de mens onsterfelijk zou maken. 
In 219 v. Chr. vertrok een enorme expeditie naar de "Eilanden van het Oosten" (Japan) om naar deze onsterfelijkheidspaddestoel op zoek te gaan. Echter uit vrees voortijdig te zullen sterven, liet de keizer bij Xi'an een enorm mausoleum bouwen waaraan 700.000 mensen zouden hebben gewerkt. In de onderaardse dodenstad van deze graftempel werd een compleet leger begraven, bestaande uit 6000 beelden bewapend met 10.000 bronzen wapens. In zijn laatste jaren zijn drie aanslagen op zijn leven gepleegd. Hij werd daardoor steeds achterdochtiger en trok zich steeds meer terug in zijn paleis.

In 210 v. Chr. overleed de gehate keizer op zijn vijfde inspectietocht door zijn rijk elders: (tijdens een oorlog die het rijk naar het westen moest uitbreiden), 49 jaar oud. Hij werd begraven in het door hem gebouwde mausoleum, dat oostelijk van zijn hoofdstad Hsien-yang (thans: Xianyang) gelegen is. Dit mausoleum lig nu weggestopt onder een berg aarde van 115 m. hoog en een grondoppervlak van 485 x 515 meter. 

Qin Shi Huang op inspectietocht

Het machtige keizerrijk van Tj'in overleefde zijn stralende stichter ternauwernood: het werd drie jaar na zijn dood door een burgeroorlog ten val gebracht. Waarschijnlijk was de onblusbare wrok van de feodale edelen over de inbreuk op hun macht de belangrijkste oorzaak van de ineenstorting. Een tweede factor was het feit dat de bevolking een diepgewortelde loyaliteit  aan de tradities van de heilige koningen van hun voorvaderen ten toon spreidde. 

Zijn zoon Fu Su volgde hem op, maar de heerszuchtige hovelingen Li Si en de eunuch Zhao Gao smeedden een complot om Fu Su, en de populaire generaal Meng Tian tot zelfmoord te dwingen en een eigen kandidaad, Hu Hai, als 'Tweede Keizer' Tj'n Sje Hwang-ti (Er Shi Huangdi) de troon te laten beklimmen. Hoewel succesvol in hun opzet betekende dit het einde omdat de Tweede Keizer een zwakke regeerder was en de paleisintriges steeds grotere vormen aannamen. Li Si was zelf een van de slachtoffers toen hij, waarschijnlijk op instigatie van Zhao Gao, op bevel van de Tweede Keizer in 208 v. Chr. op wrede wijze werd geëxecuteerd tezamen met al zijn familieleden tot in de derde graad.

De keizer zelf werd tot zelfmoord gedreven, volgens de historici, door Zhao Gao, die inmiddels de rol van eerste minister van Li Si had overgenomen. Zhao Gao wilde zelf keizer worden maar kreeg daarvoor geen steun bij de Qin-elite en werd vermoord in 207 v. Chr. Het keizerlijke zegel ging vervolgens naar een jongere broer van de Eerste Keizer, Zi Ying, die echter niet de keizerlijke titel durfde aan te nemen en het bij 'koning van Qin' hield. 

Door de moorden en intriges, verloor de Qin-dynastie vrijwel algemeen de steun van de gehele Chinese bevolking. Na enkele maanden brak er een opstand. 

In 209 v.Chr., kort na de dood van Shi-Huang-di en Meng Tian, wist Tou-man de aanvoerder van de Xiong-Nu door te breken door de Grote Muur.

Overal in het rijk braken opstanden uit. Leider van de opstandelingen was de jonge aristocraat Xiang Yu (233-202 v. Chr.). Hij liet de laatste Qin-koning Zi Ying ëxecuteren en de hoofdstad Xianyang verwoesten. Zo maakten hij een definitief einde aan de Qin-dynastie. 

Eén bron laat Xiang Yu, die met zijn leger de nieuwe keizer verjoeg, 300.000 man inzetten om alle schatten uit de grafheuvel te slepen. Na 30 dagen was het werk nog niet af, waarna bandieten zich over het brons ontfermden. Weer later staken schaapsherders het leeggeroofde dodenpaleis in brand, wat een vuurzee van 90 dagen zou hebben opgeleverd. De waarheid ligt waarschijnlijk anders, zo hebben recente onderzoekingen uitgewezen. Het schijnt dat het niemand ooit gelukt is om tot de graftombe door te dringen.

Hoewel Xiang Yu de leider van de opstandelingen was, was het Liu (Lioe) Bang (Bei) (247-195 v. Chr.), een man van eenvoudige afkomst die erin slaagde het koninkrijk van het Midden te verenigen. In 206 veroverde hij Xianyang, de hoofdstad van Qin, nabij het huidige Xi'an (provincie Shaanxi).  Hij versloeg het leger van de keizer in de Wei-vallei en riep zichzelf uit tot keizer Han (= "mens") Gaozou (202 v. Chr.). Zijn dynastie wordt naar dit woord de Han-dynastie genoemd. Na een verbeten strijd moest Xiang Yu in 202 v. Chr. uiteindelijk het onderspit delven en verkreeg Liu Bang de macht over heel China. Liu Bang is ook bekend onder zijn tempelnaam, Gaozu of zijn postume keizersnaam Gaodi.

 Han-dynastie (202 v. Chr. - 220 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 10-08-05

colofon