3708

Het rijk van de Alchon Hunnen in India (390 - 600)

Indiase subcontinent (185 v. Chr. - 544 n. Chr.)

De Alchon Hunnen waren van oorsprong een Turks-Mongoolse nomadenstam van herders die hun kudden vee rond in het Altai-gebergte in Centraal-Azië. Zij waren nauw verwant aan de Xiongnu, die een tijd lang zorgden zij voor beroering langs de grenzen van China en aan de Witte Hunnen.

Het gebied dat zij bewoonden strekte zich uit van Oost-Turkije tot Afghanistan. Hoofdstad van hun rijk was Bamiyan in het huidige Afghanistan.

Vanaf 390 drongen de Alchon Hunnen naar het zuiden. In 430 viel en de Hunnenkoning Khingila (Khinkhila) (ca. 430 - 490) in 430 India binnen. 

Drachme met afbeelding van Khingila

In 484 viel Khingila van de Alchon-Hunnen het rijk van de Sassaniden binnen. Koning  Balkh Piruz rukte op met 100,000 manschappen 500 olifanten en zijn cavalerie. Piruz hield zich aan zijn belofte die hij gedaan had door een van zijn olifanten met zijn standaard voorop te laten lopen. De Hunnen overwonnen hem echter door hem te misleiden. Piruz werd verslagen toen zijn leger werd gelokt naar een gebied waar de Hunnen diepe valkuilen hadden gegraven, bedekt met bladeren. Zijn olifanten liepen in de val en Piruz liep dodelijke verwondingen op. Zijn broer en opvolger Balasj sloot vredemet de Hunnen vrede, waardoor Perzië schatplichtig werd.

De Hunnen onder Toramana l (490 - 515), die Khingola in 490 was opgevolgd, maakten gebruik van de verwarring die ontstond. Zij liepen Kashmir onder de voet, versloegen de Gupta bij Gwalior en breidden daarmee hun macht tot Malwa uit. Dit leidde het einde in van het Gupta Rijk en India viel weer uiteen in verschillende rijken (470).

Na Toramana l regeerden de Hunnenvorsten Mirakula (515 - 540), Totamana ll (530 - 570) en Narana (580? - 600)

Gemaakt: 24-08-05

colofon