2527 |
Avaren (Juan Juan) (300 - ca. 810) |
De Avaren (Bajuvaren) waren een Aziatisch volk van Turks-Mongoolse oorsprong. Zij waren net als hun verwanten nomaden. Met hun kleine, zeer snelle paarden maakten zij de oostelijke grenzen onveilig. Hun oorspronkelijke woongebied was het stroomgebied van de Syr Darya (in de Oudheid Jaxartes of Yaxartes geheten), de rivier die door de huidige landen Kazakhstan, Tajikistan en Oezbekistan stroomt en uitmondt in het Aral Meer. | ![]() |
Nadat omstreeks 350 een groep Mongoolse nomadenstammen, bekend onder de naam Zwarte Hunnen, naar het westen waren getrokken. (z. verder Oost-Europa 300 - 400), werden de Avaren, die in de 4e eeuw hadden gezorgd voor onrust aan de noordelijke grens van het Chinese Rijk en bij de Chinezen bekend stond onder de naam Juan-Juan verdreven door de Gökturken (Kök Türük of Blauwe of Celestial Turken), onder leiding van Bumen (Bumin), de leider van de Turkut-stam uit oost Centraal-Azië kwamen de Turken in opstand en verdreven de Juan-Juan.
De Juan Juan trokken tezamen met vele stamgenoten westwaarts door Noord-Iran naar het Centraal-Aziatische steppegebied, waar zij zich vermengden zij zich met andere stammen die aan de Turken en Hunnen verwant waren, zoals de Heftalieten (Witte Turken), wier rijk in 530 door |
![]() |
In 567 vernietigde hij het rijk der Gepiden, veroverde Pannonië en verdreef de Longobarden uit de Doanau-vallei naar Italië. De West-Slaven werden door de Avaren verdreven naar de gebieden die zij daarvoor hadden bewoond, waarna de Avaren zich vestigden in dit gebied (het huidige Hongarije, Kroatië en Servië).
|
![]() |
![]() |
Het rijk der Avaren strekte zich tenslotte uit van de Wolga tot aan de Baltische Zee.
Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat zij zich daar moeten hebben gehandhaafd tot in de 8e eeuw. |
Toen in 565 in Constantinopel In 581 namen de Avaren door oplichterij Sirmium (nu: Sremska Mitrovica in Servië, in de Romeinse tijd de hoofdstad van Pannonia Secunda) in, aan de rivier de Save. Deze plaats gebruikten zij als uitvalsbasis om een aantal weinig verdedigde Byzantijnse forten langs de Donau in te nemen. Hun vraag naar schattingen bleef groeien. Nadat de khan uitheemse giften als een olifant en een gouden bed afgewezen had, dwong hij keizer
Mauritius' opvolger
In 626, samenzwerend met de Perzen, belegerde de khan met een leger van 80.000 Avaren, Hunnen, Gepiden en Bulgaren de stad Constantinopel vanuit de Europese kant van de Bosporus. De Perzen deden dit eveneens vanuit de Aziatische kant. De Avaren deden nog één laatste voorstel om de stad te sparen, in ruil voor losgeld, maar de keizer wees dit af. Zoals zo vele aanvallen op Constantinopel, liep deze op niets uit. De Perzische vloot werd verslagen en vóór de volgende ochtend was het kosmopolitisch leger van de khan opgebroken en vertrokken.
Na de dood van hun khan raakte het rijk van de Avaren in verval ten voordele van de Slavische en Bulgaarse expansie. In 788 vestigden de Avaren zich in Beieren, maar werden daar in 791-795 door
De Bulgaren, wier macht groter werd onder hun koning
laatst bijgewerkt: 04-07-07
|