4520

Het eerste rijk van de Gökturken (552 - 581)

In de gedocumenteerde geschiedenis verschijnen de Turken voor het eerst in het midden van de 6 eeuw na Chr. In Chinese bronnen worden ze Tu-kiu genoemd (van Oekraïne tot Korea). Turken hebben zich vooral over de steppes van Mongolië en Centraal Azië richting het westen verspreid. 

De beroemde Orchon inscripties (gevonden in de Orchon riviervallei ten noorden van Mongolië) zijn de eerste Turkse teksten waarin een volk (Gökturken) zich ‘Turken’ noemde. Ze zijn geschreven in soort runenschrift op de graftombes van Tonyukuk (ca. 725), Kültigin (732) en Bilge Kağan (735). 

De Gökturken waren echte ‘empire-builders’. Ze kenden snellen opkomst, kortstondige bloei en na een paar generatie heersers vielen ze uit elkaar (behalve de Osmanen 622 jaar): Dat kwam omdat de heersers vaak het rijk verdeelden onder hun zonen. Chinese en Arabische bronnen vermelden dat de Turkse nomaden voortreffelijke krijgers waren. Vandaar dat ze als huurlingen in dienst werden genomen door bijvoorbeeld de Arabieren.

Nadat de Siyenpi’s (?) de plaats van de Hunnen in Midden-Azie hadden overgenomen, werd het gebied beheerst door de Juan-Juan

Onder leiding van Bumen, leider van de Turkut-stam uit oost Centraal-Azië verdreven zij de Juan-Juan uit hun gebied. Na de onderwerping van de Tölös (546) noemde Bumen zich Bumin

Bumin Khagan (534 - 552)

De meeste leden van het Gökturk-imperium waren mannen van de Oguz stam. Hun belangrijkste buren in het oosten waren de Rouran of Shou-Shan) in het huidige Mongolië, die sinds 520 werden geregeerd door  Anakai (A-na-kuei). In 551 nam Bumin de titel Khan (khagan) aan. Bumin wilde dat Anakai zijn dochter aan hem uithuwelijkte, maar deze weigerde dit, waarna Bumin hem de oorlog verklaarde. Anakai verloor de strijd, en pleegde zelfmoord (552), waarna Bumin het Rouran-rijk bij zjn rijk inlijfde. 

Hij heerste nu over een groot rijk dat zich uitstrekte van Syrdarja tot de rivier de Amoer. Vanaf dat moment werd dit rijk aangeduid met het rijk van de Gökturken

In het zelfde jaar liet Bumin zich door de Kultirai (het stamverbond van Turks-Mongoolse stammen) uitroepen tot khan (khagan) over alle Turks-Mongoolse stammen. Als banier koos hij een witte doek met een gouden wolvenkop, die ook door de Xiong-Nu als banier werd gebruikt. Bumin stierf kort daarop in 552. Vermoedelijk werd hij vermoord in opdracht van zijn broer Istämi

Links: Het rijk van de Gökturken

Qara-Issyk Khagan (Keluo Khan) (552)

Na de plotselinge dood van Bumin werd zijn oudste zoon Keluo (Kolo) door de Kuriltai gekozen als „Qara-Issyk Khagan“. Hij regeerde echter maar kort. 

Na zijn dood viel het rijk uiteen in twee rijken: één rijk werd geregeerd door Istämi Shad († 576). Het andere rijk werd geregeerd door Keluo's jongste broer Sekin Khan. Istämi heerste vooral over de Oeigoeren in het westen, Sekin over de Oghusen in het oosten, maar feitelijk was hij ondergeschikt aan Sekin, zodat het rijk toch een zekeren eenheid vormde.

Sekin Khan (553 - 572)

Sekin onderwierp ca. 560 de Kitan en richtte zijn blik op China, waar in 557 de Noordelijke-Wei-dynastie, uiteen was gevallen in twee rijken: de Oostelijke en Westelijke Wei-dynastie. De Chinezen probeerden de khans van het uiteengevallen Gökturkse rijk tegen elkaar uit te spelen.

 

Heersers van het eerste Göktürkse rijk

Bumin Khagan <=> Bumin Ilkhan <=> Tuman Iligkhan <=> Tumen Khan 534 - 552
Qara-Issyk Khagan <=> Keluo Khan <=> Kolo Khan <=> Kök-Khan 552
Istämi Shad (rijk van de West-Turken) 557 - 576
Kushu Muqan-Khagan (Sekin Khan) (rijk van de Oost-Turken) 553 - 572
Taspar Khan <=> Arslan Tobo-Khan (rijk van de Oost-Turken) 572 - 581

Istämi Shad (557 - 576) (rijk van de West-Turken)

In 557 bonden de Gökturken onder Istämi Shad de strijd aan tegen de laatste laatste resten van de Heftalieten (Witte Turken), wier rijk in 530 door Chosroës l (531 - 579) was vernietigd en die waarschijnlijk als de Avaren Oost-Europa zouden binnentrekken. 

Voor de steun in deze strijd zocht Istämi Shad toenadering tot het Sassanidische rijk. Istämis machtsbereik strekte zich nu formeel uit tot aan de Wolga: „Eerst versla ik de Avaren, daarna de Hephthaliten" zou hij tijdens zijn veldtocht hebben gezegd. En inderdaad, in 558 kon hij de als Avaren aangeduide volkeren overwinnen en verdrijven naar het westen. Ca. 563 waren ook de Hephtalieten overwonnen. 

Istämi maakte zijn rijk rijk nu tot een onafhankelijke staat en nam hij eerst de titel Syr-yabgu en later die van Khagan aan. De westelijke Turken legden nu de eerste contacten met Oost-Europa. Een groep afgezanten onder leiding van Axije Khan werd ontvangen door de Byzantijnse keizer Justinianus l. Deze wilde dat de khagan zijn Perzisch bondgenootschap beëindigde. Istämis' zoon, Bokhan Shad reisde vermoedelijk nog in het jaar waarin hij overleed (576/577) ook naar Constantinopel, waar hij als „Turk Shad“ werd ontvangen. Daarmee trad het rijk van de West-Turken voor het eerst in het blikveld van de Europese vorsten. Bokhan Shad zocht eerder steun bij Anagai khan van de Utriguren (een Turks volk dat zich gevestigd had in het gebied ten oosten van de Don) in zijn strijd tegen de volkeren die daarvoor tot de Hunnen behoorden, zoals de Avaren en de Bulgaren. Anagai khan werd daardoor een van de trouwste vazallen van de heersers over de Göktürken. 

Qara-Churin Turk Bogiu (576 - 603)

Istämis' zoon Qara-Churin Turk Bogiu regeerde over het gehele westelijke rijk. Hij nam de naam „Qara-Churin Turk Tardush Khan“ aan, die in de westelijke wereld werd verkort tot  „Tardu“. Na de dood van zijn neef „Kushu Muqan-Khagan“ in 572 zette hij na de dood van Sekin Khan diens jongere broer Arslan Tobo-Khan („Taspar“ in het westen) aan als heerser over het rijk van de Oost-Turken. Taspar sloeg munt uit de ondergang van het Tabgatsch (Tabgaç)-rijk, een van de belangrijkste stamverbonden die na de ineenstorting van het rijk van de Xiong-nu in het oosten was ontstaan, en nu in twee elkaar vijandelijke rijken uiteen was gevallen. 

In 550 maakte in China de Oostelijke Wei-dynastie plaats voor de Noordelijke-Qi-dynastie, terwijl het westelijke deel van het Wei-rijk in handen viel van de Noordelijke Zhou-dynastie (557- 588). Taspar en Tardu speelden beide rijken tegen elkaar uit, waardoor de Tabgac veelvuldig als vazallen van heerser wisselden.Ondanks de dreiging van hun Turkse buren, viel in 577 de Noordelijke Zhou, met steun van Chen, het Noordelijke Qi rijk aan, waarna Qi in handen viel van Zhou. 

De Oost-Turken waren op weg een belangrijke macht te gaan worden, als de heersers Taspar, Tardu en de latere Abo Kagan door erfkwesties en de opkomst van het Boeddhisme zouden hebben gezorgd voor tweedracht. 

In 581 stierf Taspar onverwacht en in het rijk van de Oost Turken brak een bloedige strijd om de opvolging uit, flink aangewakkerd door  de Chinese diplomatie. 

Het eerste rijk van de Gökturken (581 681)

Gemaakt: 18-10-07

colofon