3724

Hunnen (Hunni) (350 - 400)

Het tweede Hunnenrijk (8 - 160 n. Chr.)

Op een gegeven moment verschenen de Xiongnu op de steppen ten noorden van de Zwarte Zee. 

In 352 werden de Hunnen door hen verdreven uit hun woongebied. Eén groep (de Zwarte Hunnen) trok naar naar Rusland, een andere groep (de Hephtaliten Heftalieten of Ephtaliten of Witte Hunnen) trok naar Perzië en Noord-India.

Een van de voornaamste stamleiders van de Zwarte Hunnen was Uldin (370 - 412). Vermoedelijk was hij de grootvader van Attila. Tijdens het bewind van keizer Arcadius (394 - 408) en Theodosius ll (408 - 450) heerste hij over een gebied aan de Donau. Hij had echter niet de controle over alle Hunse stammen. De Romeinen leerden hem voor het eerst kennen in 400, toen hij de Gotische generaal Gainas, in dienst van Arcadius, gevangennam en liet onthoofden, waarna hij het hoofd de keizer aanbood als geschenk. Vijf jaar later leverde Uldin soldaten aan de Romeinse bevelhebber Stilicho. in zijn strijd tegen de Visigoten en de rebellie van Radagaisus, die in 405 aan het hoofd van een leger, Ostrogoten, Vandalen, Suebi, Bourgondiërs and Alanen) de Alpen was overgestoken en Noord-Italië was binnengevallen. In 408 pleegde Uldin een invasie in Moesia maar werd teruggedreven, toen duizenden van zijn Germaanse bondgenoten in de handen van de Romeinen vielen. Uldin stierf in 412, waarna de Hunnen uiteenvilen in drie grote groepen.

De
Byzantijnse histo-
ricus Procopius
omschreef hen als
‘van het volk der
Hunnen’maar ‘de
enigen onder de
Hunnen met een blank
lichaam’.Mogelijk waren de
Witte Hunnen van gemengde
Mongoolse en Indo-Europese afkomst.
Hun manier van oorlog voeren was
vergelijkbaar met die van andere no-
madische steppevolken:de krijgers van
de Witte Hunnen waren snelle ruiters
die gevestigde beschavingen overvielen
en terroriseerden.

De Byzantijnse historicus Procopius omschreef de Witte Hunnen als ‘van het volk der Hunnen’ maar de enigen onder de Hunnen met een blank lichaam’. Mogelijk waren de Witte Hunnen van gemengde Mongoolse en Indo-Europese afkomst. ‘De Heftalieten hebben geen steden maar trekken vrij rond en leven in tenten. Ze wonen niet in steden; hun regeringszetel is een verplaatsbaar kamp.’ aldus Sun Yung en Hui Sheng, boeddhistische pelgrims.

Hun manier van oorlog voeren was vergelijkbaar met die van andere nomadische steppevolken:de krijgers van de Witte Hunnen waren snelle ruiters die gevestigde beschavingen overvielen en terroriseerden. De Witte Hunnen hadden waarschijnlijk hun machtsbasis langs de rivier de Oxus in het huidige Tadzjikistan en Oezbekistan, van waaruit ze oorlog voerden tegen het Perzische Sassaniden-rijk.

‘De Heftalieten hebben geen steden maar trekken
vrij rond en leven in tenten. Ze wonen niet in steden;
hun regeringszetel is een verplaatsbaar kamp.’
Sun Yung en Hui Sheng, boeddhistische pelgrims,

De Sassanidische koning Saphur ll de Grote (309-379) had net orde op zaken gesteld in zijn rijk en afgerekend met de opstandige Arabische stammen. In 338 had hij de oorlog tegen Rome hervat en met succes: behalve Armenië had hij verschillende gewesten in Mesopotamië veroverd en in In 345 had hij de Romeinen bij Singara. verslagen. Door de inval van de Witte Hunnen in zijn rijk moest hij echter de strijd tegen Rome onderbreken. In een zevenjarige bloedige strijd slaagde Saphur erin de Hunnen te verslaan en uit zijn rijk te verdrijven. De Hunnen zouden hun veroverings- en plundertochten vanaf nu gaan concentreren op Europa, waarmee zij de Grote Volksverhuizing zouden ontketenen. 

De Alchon Hunnen, één van de vier takken van de Witte Hunnen drongen vanaf 390 naar het zuiden en in 430 vielen onder hun leider Khingila India binnen. 

In India waren de Witte Hunnen aanvankelijk minder succesvol. Ze werden in 457 verslagen door de Gupta-keizer Skandagupta. Ze vestigden zich niettemin in de Punjab en bleven druk uitoefenen op het Gupta-rijk. Na de dood van Skandagupta in 467 liepen ze het Guptarijk onder de voet. Hun opmars langs de Ganges liet een spoor van brandende boeddhistische kloosters en verwoeste steden na. De Gupta-hoofdstad Pataliputra was daarna niet meer dan een dorp. Begin 6de eeuw breidden de Witte Hunnen onder hun koningen Toramana en Mihirakula hun heerschappij naar het zuiden en oosten uit. Doordat de Hephtaliten meerdere gebieden veroverden werd het Gupta-rijk verscheurd in een westelijk en een oostelijk deel. In 530 werd Mihirakula echter beslissend verslagen door een coalitie van hindoeïstische vorsten. In minder dan twintig jaar was het Indiase rijk van de Witte Hunnen weer verdwenen.

Rechts: Kinghila

In 453-454 drongen de Hephtaliten (Witte Hunnen) opnieuw het Sassanidische rijk binnen, veroverden de stad Termez (Uzbekistan, dicht bij de grens van Afghanistan) en versloegen na drie veldslagen in 483 de Sassanidische koning Firuz I (457 - 483). De opvolger van Firuz l, die in de strijd was gesneuveld, Balasj sloot vervolgens met de Hunnen vrede, waardoor Perzië schatplichtig werd. Hiervan getuigen de vondsten van talrijke Sassanidische drachmen in Centraal-Azië, met name in Tocharistan. De nieuwe confederatie van de Hephtaliten werd in de jaren 50 van de 5e eeuw zo sterk, dat zij in 456 een abassadeur stuurde naar China. Tussen 467 en 480 veroverden de Hephtaliten Sogdiana en onderwierpen van 479 tot 507 gebieden in oostelijk Turkestan. Tot het rijk van de Witte Hunnen behoorden nu het grootste deel van Centraal-Azië,  Gandhara (een koninkrijk in Oost-Afghanistan en Noordwest-Pakistan.) en een groot gebied in Noord-India. De Hephtaliten hadden op die manier een enorm rijk gesticht.

Rond 530 vernietigde Chosroës I van Perzië het Midden-Aziatische rijk van de Witte Hunnen. Het is onbekend wat er met de Witte Hunnen gebeurde na de ondergang van hun rijk, maar mogelijk waren ze de voorouders van de Rajputen, de geduchte krijgers die van de 8ste tot de 12de eeuw belangrijke koninkrijken in India hadden.

Rond 355 raakten de Zwarte Hunnen slaags met de oostelijke Alanen, een volk dat verwant was aan de Sarmaten en dat leefde tussen de Wolga en de Don. Nadat zij hen een zware nederlaag hadden toegebracht, trokken zij verder om de Ostrogoten te onderwerpen, die een groot rijk in het huidige Europese Rusland hadden geschapen. De Ostrogoten vochten wanhopig, maar vergeefs. Zij moesten de Hunnen onder hun heerser Balamir als hun nieuwe heersers naar het westen volgen. Enkelen ontkwamen naar de Krim, waar hun nakomelingen nog tot in de achttiende eeuw hebben geleefd. Toen dwong keizerin Catharina hen weg te trekken en de laatste Ostrogoten gingen op in het Russische volk.

Nadat de Ostrogoten en Gepiden door de Hunnen waren onderworpen, kwam de beurt aan de Visigoten, die zich in de streken ten noorden van de Donau aan de Dnjepr hadden gevestigd. Zij konden evenmin weerstand bieden aan de vloedgolf uit het oosten. In korte tijd overvleugelden de Hunnen de Visigoten en namen bezit van een groot gebied dat zich uitstrekte van de Kaspische Zee tot aan de Hongaarse laagvlakte. De Visigoten werden uit Oost-Europa verdreven en vestigden zij zich op de steppen ten noorden van de Donau, in het tegenwoordige Hongarije en Roemenië. 

Op het einde van de vierde eeuw leken de Xionnu versterkt te worden door pas bijgekomen benden. Zij werden zo machtig dat de Romeinen zich rond de tijd van keizer Theodosius de Grote, verplicht voelden om hen een stevige tol te betalen. Nog steeds kon het Hunse rijk geen bedreiging vormen voor Romeinse rijk. Immers, hun economie was té primitief, hun innerlijke verdeeldheid was té groot, zij waren geen strategen, noch waren zij bekwaam in het belegeren van een gesofisticeerde, georganiseerde tegenstander als de Romeinen. 

links: Hunnenrijk ca. 400

Hunnen (400 - 451)

laatst bijgewerkt: 21-07-02

colofon