3021

Westelijke Provincies (395 - 407)
Honorius Augustus v.h. Westen (395-423)

  Westelijke Provincies (375 - 395)

z. ook: Oostelijke Provincies (395-407 n. Chr.), Lage Landen (400-500 n. Chr.), Salische Franken (400-458 n. Chr.), Brittannië (400-600 n. Chr.)

Na de dood van Theodosius de Grote in 395 werd zijn tweede zoon Honorius keizer van het westen, terwijl zijn oudere broer Arcadius keizer werd van het oosten. 

Honorius was bij zijn aanstelling slechts 12 jaar oud. Hij werd overheerst door zijn voogd en opperbevelhebber Flavius Stilicho, Zijn dochter Maria was in 395 getrouwd met de jonge Honorius. Honorius hield had zijn residentie in Milaan.

links: Honorius; rechts: Stilicho

Vanaf het begin al stond Stilicho niet op goede voet met Constantinopel wat op den duur zou leiden tot openlijke vijandschap. Theodosius had hem - naar hij beweerde - de voogdij toegewezen over beide jonge keizers. Maar in Constantinopel had de praetoriaanse prefect Flavius Rufinus, die er niets voor voelde om de macht in handen te geven van een Vandaal, de macht overgenomen. 

De grenslijn tussen oost en west was zo getrokken dat Dalmatia, Pannonia en Noricum behoorden tot het Westen.Stilicho had het plan opgevat de provincie Illyricum bij het westen te annexen. 

Keizerin Eudoxia, de echtgenote van Arcadius, slaagde erin de vijandelijkheden met de Visigoten te keren tegen het westen. In begin 402 vielen zij onder aanvoering van Alaric Italië binnen. Paus Innocentius l vluchtte haastig naar Ravenna. Honorius bleef echter in Milaan. Haastig riep Stilicho alle troepen uit de verste delen van het rijk, waaronder de legioenen aan de Rijn en Donau en Brittannië, terug om het vaderland te verdedigen.

links: Eudocia

Dankzij de steun van de Alanen slaagde Stilicho erin Honorius uit zijn benarde positie te bevrijden en de Visigoten enkele grote nederlagen toe te brengen Pollentia (4 April, 402) en Verona (403) en tenslotte uit Italië verdrijven.  Ter ere van deze overwinning marcheerde Honorius samen met Stilicho in Rome onder een triomfboog en werden er in de stad naar oud Romeins gebruik schitterende feesten gehouden. 

In 404 besloot Honorius zijn residentie veiligheidshalve te verplaatsen naar Ravenna. Italië was inderdaad niet erg veilig. In 405 trok de Vandaalse / Ostrogotische koning Radagaisus aan het hoofd van een gezamenlijk leger, bestaande uit Ostrogoten, Vandalen, Suebi, Bourgondiërs and Alans) de Alpen over en drongen Noord-Italië binnen. Honorius zocht haastig een veilig heenkomen binnen de muren van Ravenna, dat temidden van de moerassen tamelijk veilig was. Stilicho bracht opnieuw redding door, met steun van hulptroepen van Hunnen en Alanen onder leiding van de onafhankelijke Hunnenkoning Uldin, de indringers in de bergen bij Faesulae (Fiesole) dicht bij Florence een beslissende nederlaag toe te brengen (406). 12.000 Germanen werden gevangen genomen en als slaven te werk gesteld. Radagaisus werd in de strijd gedood.

De aanval van de Visigoten had gevaarlijke gevolgen voor de westelijke provincies van het Romeinse rijk. Om Italië te beschermen moest Stilicho namelijk de troepensterkte van de Rijnverdediging laten aanrukken en die belangrijke grens, waartegen de Germanen reeds eeuwenlang hun stormloop hadden gericht, vrijwel onbeschermd laten. Sedert het begin van de 5e eeuw lagen er bijna geen Romeinse troepen meer aan de Rijn. Verscheidene Germaanse volksstammen volgden nu het voorbeeld van de Visigoten. Enkele van die volksverhuizingen betekenden slechts een voorbijtrekkend onweer, maar andere Germaanse stammen vestigden zich blijvend op Romeins gebied en lieten zich niet meer verdrijven.

Stilicho bereidde nu een grote aanval voor op het oosten, maar zijn plannen werden gedwarsboomd door de invasie van de Vandalen, stamgenoten van Stilicho in Gallië. 

Sinds Stilicho alle troepen had teruggeroepen om het rijk te verdedigen tegen de Visigoten (403), werd de Rijngrens niet meer verdedigd. In de winter van 406-407 staken de Vandalen, Alanen, Suebi, gevolgd door groepen Franken, Alamannen en Bourgondiërs de Rijn over. Hun uiteenrijtende tocht door Gallië naar Spanje in 406-409 verzwakte Rome's greep op de buitengewesten. De Vandalen, Suebi en Alanen vestigden zich uiteindelijk in Noord-Spanje (409). De ruimte die deze stammen achterlieten, werd opgevuld door Slavische volkeren, die zich vestigden in het gebied tussen de Weichsel en de Elbe. In het zuiden drongen de Slaven door tot aan de Adriatische Zee. 

Terwijl Stilicho streed om het tij te keren, begonnen de legioenen in Brittannië te muiten (406). Een obscure legerofficier, Constantijn, werd naar voren geschoven, die onverwijld naar het vasteland overstak waar hij, vanuit zijn basis in Arles, een nieuw Gallisch rijk in Zuid-Gallië en Spanje uitriep. 

Westelijke Provincies (407 - 410)

laatst bijgewerkt: 22-04-10

colofon