2503

Slavische volkeren (ca. 1500 v. Chr. - heden)

Indo-europese volkeren

De Slavische volkeren omvatten de Indo-europese volken die een taal uit de Slavische taalfamilie spreken en worden aan de hand van de onderverdeling van deze taalfamilie onderscheiden in Oost-, West- en Zuidslaven. Hun oorsprong als afzonderlijk volk moet omstreeks het 2de milennium voor Christus zijn geweest toen ook de Kelten, Germanen en andere indo-europeese volken zich gingen profileren. 

Uit archeologisch en linguïstisch bewijs is door historici, filologen (taalkundigen die zich bezighouden met dode talen) en archeologen de theorie opgesteld dat de Slaven tegen 1500 v. Chr. een etnische groep moeten hebben gevormd. Rond 800 v. Chr.  werd het gebied dat eens Europees Rusland zou worden genoemd bewoond door deze Slavische stammen en door Fins-Oegrische stammen, die later werden geassimileerd door de eersten. De Slaven concentreerden zich in een gebied rondom de Pripjat-moerassen, mogelijk tussen de rivieren de Vistula en de Don en zwermden van daar uit alle richtingen uit. De Slaven waren polytheïstisch, een typisch bosvolk.

Tot aan het begin van de jaartelling hielden de Slaven zich op in Oost-Polen rond de Pripjatmoerassen. Ze leefden voornamelijk in de uitgestrekte wouden in deze streek en in de Slavische mythologie kan men nog sporen hiervan terugvinden. Vanaf omstreeks 150 n. Chr. begon de Slavische volkeren zich in verschillende richtingen te verspreiden. Het gebied waar de Slaven zich vestigden omvatte delen van Polen, Wit-Rusland (Belarus) en de Oekraïne. 

In de eerste eeuwen was de geschiedenis van de Slaven nauw verbonden met die der Germanen (Goten), Hunnen, Alanen en Turkse stammen. Vaak gingen de Slaven een verbond aan deze stammen, die voor beide partijen vruchtbaar was. Plinius de Oudere, Tacitus en de geograaf Ptolemeus noemden hen Venedi of Veneti. In het Duits: Wenden. Sinds de 6e eeuw spreken de Byzantijnse schrijvers Prokopios en Jordanes over de Sklavenoi, die aanvankelijk aan de benedenloop van de Donau woonden, later ook in de oostelijke Alpen.

De geharde Slaven waren zeer gezocht als werkkrachten. De slavenmarkten in Europa, Azië en Afrika raakten vol Slavische mannen en vrouwen. Opgejaagd als wilde dieren, moesten zij vaak hun toevlucht zoeken in bossen en moerassen. (z. ook: economische achteruitgang in de 3e eeuw n. Chr.)

Slavische volkeren (500 - 900) ; Oost-Europa (500 - 600)

laatst bijgewerkt: 03-08-06

Colofon