4344

Slavische volkeren (500 - 900)

Slavische volkeren (1 - 500); Oost-Europa (800 - 900)

Na de volksverhuizingen die het West-Romeinse Rijk fataal werden gingen ook de Slaven zich verspreiden over Oost en Zuid-oost Europa waarbij ze zich verdeelden in drie hoofdgroepen:

  • Oostelijke Slaven: Russen, Oekraïners en Wit-Russen
  • Westelijke Slaven: Polen en Kasjoebiërs, Tsjechen, Slowaken, Abodrieten, Veneti en Pomorani en Sorben,
    Deze vestigden zich in Midden-Europa ten oosten van de Elbe waar ze de ruimte opvulden die de naar West-europa getrokken Germaanse stammen (Vandalen, Visigoten, Alanen en Suebi) hadden achtergelaten (z. Oost-Europa (600 - 700).
  • Zuidelijke Slaven: Deze trokken naar de Balkan: Slovenen, Kroaten, Bosniakken, vaak verwarrend (en incorrect) Bosnische Moslims genoemd, Serviërs of Serven, Montenegrijnen en Boenjewatsen, Sokci, Macedoniërs. 
Het jaar 548 wordt genoemd als het jaar van het begin van de Slavische invasie van de Balkan. Zo werd de oostelijke grens van het Germaanse Europa van de Weichsel naar de Elbe, de Saale en het Bohemer Woud verschoven. In het zuiden drongen de Slaven door tot de Adriatische Zee en het Balkan schiereiland. Gelijktijdig met hen kwamen de Bulgaren, die waarschijnlijk van Turkse oorsprong waren, maar een Slavische taal waren gaan spreken. Zo vond er, gelijktijdig met de Germaanse, een grote Slavische volksverhuizing plaats. Helaas bestaan er hiervan maar weinig historische bronnen die iets over het verloop kunnen mededelen.
Rond 570 begonnen zich Slavische stammen in de regio tussen de Alpen en de Adriatische Zee te vestigen. Ze kwamen vanuit het noordelijk gelegen Moravië. Deze immigratie vond gedurende een lange periode plaats, die waarschijnlijk eerst beëindigd werd aan het begin van de 9e eeuw. Een tweede instroom van Slaven zette enigszins later in, komend vanuit het zuidoosten en ging samen met de komst van de Avaren. Het Avaarse steppenvolk beheerste de Pannonsische laagvlakte na het vertrek van de Longobarden naar Italië in 568 (z. Italië (565 - 600)). De Avaren, trokken samen met de Slaven na de verovering van Sirmium, (het huidige Sremska Mitrovica in Slavonië), naar het noordwesten. 
Rond 588 werd het gebied rond de Sava, 591 rond de Drau en de jaren daaropvolgend de omgeving tot aan Lienz bevolkt. In het zuiden van het huidige Slovenië vormde zich de grens tussen de Slaven en de Longobarden in het begin van de 8ste eeuw. Deze grens verliep in de laagvlakte van Friuli en is min of meer tot op de dag van vandaag gehandhaafd. Het schiereiland Istrië werd tot circa 600 in bezit genomen door de Slaven noordelijk van de lijn Triëst-Rijeka. Eerst aan het eind van de 8ste eeuw werd op instigatie van de zich toen juist vestigende Frankische overheid het Istrische binnenland door Slaven gekoloniseerd. 

Het is meer dan waarschijnlijk dat de komst van Slaven uit het noorden en zuiden geen radicale breuk met de gevestigde bewoners (Romanen) betekende, maar dat veeleer een vermenging plaatsvond, zoals eertijds de Romaanse bevolking zich vermengde met de Keltische bevolking. Bron: Slovenen, Wikipedia

ln de 7e eeuw, toen de Slavische Volksverhuizing in hoofdzaak was afgesloten, hadden de Slavische volkeren zich over een enorm gebied verspreid: van de Elbe in het westen, tot de Don in het oosten, van de Oostzee en de Ilm in Thüringen in het noorden tot de Adriatische Zee en de Egeïsche Zee in het zuiden. Waar de Slaven zich aan de uiterste randen van de beschaving bevonden, geheel in beslag genomen door de strijd tegen ene harde, onherbergzame natuur, verliep hun culturele ontwikkeling langzamer dan die der Germanen. Geleidelijk maakten ook zij zich echter de beschaving van hun buurvolkeren eigen. 
De Westslaven, onder wie de Polen, Tsjechen en Slowaken het meest op de voorgrond traden, ondergingen de invloed van de Romeins-Germaanse cultuur, terwijl de Russen, Bulgaren, Serviërs, Kroaten en andere Oost- en Zuid-Slavische volkeren meer in de Byzantijnse invloedssfeer kwamen te leven.

In de strijd tegen het Byzantijnse Rijk dolven de Oost-Slaven (Russen) en Zuid-Slaven (Slovenen, Serven, Kroaten en Bulgaren) het onderspit. Dit was toe te schrijven aan de omstandigheid, dat zij de militaire tradities van hun tegenstanders misten, de eeuwenoude tactische en strategische ervaringen, die op de Romeinse krijgskunde teruggingen.

In de 6e eeuw werd het Christendom vanuit Aquileia gepredikt onder de Kroaten.

Toen het Avaarse gezag instortte ten gevolge van onderlinge onenigheid en de verloren oorlog tegen Heraclius (610 - 641) aan de Bosporus in 626, sterkte dit de Slaven. De van oorsprong Frankische Samo, die al in 623 het verzet leidde, stichtte daarop de eerste Slavische staatsvorm, die ook de Alpenslaven (ook Vineden genoemd) omvatte en werd koning tot aan zijn dood in 658. De Alpenslaven, voorouders der Slovenen, hadden in deze tijd hun eigen stadhouder in de persoon van Valuk

Omstreeks 623 stichtte Samo een Slavisch bondgenootschap in het oostelijke deel van Midden-Europa, dat ook wel Karantania (Carantania, Carentania) of het rijk van Samo wordt genoemd. Het was de eerste Sloveense staat van landbouwers, veefokkers en bosbewonende jager-verzamelaars en omvatte een gebied dat bijna 2 keer zo groot is als het huidige Slovenië. De naam Karantania, waarvan de naam Kärnten (Karinthië) is mogelijk afgeleid van het Keltische woord carant = vriend, dus was de betekenis van Karantania: land van vrienden kunnen zijn. Maar er is nog een tweede uitleg: karanto betekent steen of rots, de stam kar vinden we ook terug in Karawanken (gebergte) en Karnburg.

Mogelijke grenzen van Karantania

Het centrum van dit rijk bevond zich vermoedelijk in het gebied ten zuiden van de rivier de March, in het hedendaagse Mähren, Niederösterreich en zuidwest Tsjechië. Haar preciese ligging is echter tot op vandaag omstreden. Het rijk van Samo was het eerst bekende stammenverbond van de Westslaven. Het was echter nog geen 'staat", eerder een confederatie van enkele zelfstandige vorstendommen (ducates).

De vestiging van Samo's heerschappij, tussen 623 en 626, werd al gauw twistappel. In 630 probeerde de Merovinger Dagobert I in samenwerking met de Alamannen en Longobarden Samo's rijk te vernietigen, hetgeen mislukte, door een nederlaag van de Franken in de slag van Wogastisburg.

Aan het feit, dat in deze tijd, 631-632, zich een groep Bulgaren onder leiding van Alcocius bij Valuk en zijn Slaven aansloot en vervolgens rond 662 het Longobardische Italië introk en daar verslag te doen, danken we de wetenschap, dat de losse tribale confederatie van Samo in fragmenten overleefde. Daarmee lijkt de these, dat Samo's rijk na diens dood verdween voorbarig. Alcocius bericht namelijk dat de Alpenslaven onafhankelijk waren van al hun buren, de Bajuwaren (Lat. Bajuvarii), Franken, Longobarden en Avaren. (Bron: Slovenen, Wikipedia)

In de 8e eeuw predikten zendelingen vanuit Salzburg het Christendom onder de Slovenen.

Onder Karel de Grote begon de kerstening van de Wenden, de Tsjechen (vanuit Regensburg), de Abodrieten (vanuit Verden aan de Aller).

Omstreeks 850 sloten de Serven zich aan bij de Oosterse kerk.

Van 863 predikten de Slavenapostelen Constantijn (Cyrillus) en Methodius in het Grootmoravische Rijk. 864: Bekering van de Bulgaren. 866: deel van de Russen bekeerd.

Bronnen: o.a. Sesam Wereldgeschiedenis, deel 3; p. 57-58

laatst bijgewerkt: 26-09-07

colofon