5818 |
Chorasan (Khorasan) |
![]() |
Chorasan (Khorasan, Khurasan) was een gebied in Centraal-Azië begrensd in het westen door de Kaspische Zee en in het oosten door het Hindoekoesj-gebergte en lag in delen in Noord-Oost Iran, Afghanistan, Tadzjikistan, Uzbekistan en Turkmenistan). De naam Khorasan is Oud-Perzisch en betekent 'Land van de rijzende zon'. Steden in dit gebied waren Samarkand, Buchara, Herat, Balkh, Kabul, Mashhad, Toes en Nisjapoer. Khorasan wordt vaak door de Tadzjieken gezien als hun officiële land met de officiële/rechtvaardige grenzen. In Iran liggen nu de drie provincies Khorasan Shomali, Khorasan Jonubi ( Southern Khorasan) and Khorasan Razavi
Links: Chorasan en de huidige staatsgrenzen |
Dwars door Khorasan,liepen de zijderoutes. Het gebied had een bloeiende cultuur in de Middeleeuwen. Hier mengden vele volkeren. In het noorden (nu Oezbekistan) lag de oude hoofdstad van Chorasmië (Khorezm): Urgench. In de 7e eeuw na Chr. heette de stad Hangrid-Hanjird..Het werd een van de grote steden van Centraal Azië. Het is onbekend wanneer hier de eerste nederzetting is gesticht. Archeologische opgravingen, keramiek en de resten van fortificaties, wijzen op bewoning in de 7e eeuw v.Chr. Oude legenden en documenten wijzen op een stad aan de monding van de Amu-Darya Rivier, die in de 6e eeuw v.Chr. Avesta-Urva heette. Het rijk Khorezm werd in 712 veroverd door de Arabieren. De hoofdstad nam de (Arabische) naam Dgurdganiya (ook als Gurgandg geschreven) aan. De stad ontwikkelde zich, dankzij de handelsroutes tussen noord en zuid en tussen west en oost. Het werd tot een stad die zo’n 1000 ha omvatte. In 995 werd Gurgandg de hoofdstad van het Rijk Khorezmshakh. Het was toen de tweede stad van Centraal Azië, na Bukhara. Uit deze periode zijn de Mausolea van Arslan en Tekesh, beide uit de 12e eeuw, overgebleven. De stad werd toen omringd door hoge muren, waarvan er nog fragmenten bewaard zijn gebleven. |
Van de eens bloeiende stad Urgench (Kunya Urgench of Kuneurgench) resten nog enkele overblijfselen van monumenten uit de 12e - 14e eeuw: mausolea, medressahs, minaretten en forten. Het gebied rond het huidige stadje is sinds 1985 een beschermd cultuurreservaat.
Rechts: Kutlug-Timur minaret en het mausoleum van sultan Tekesh,die over Chorasmië heerste in de 12e-13e eeuw. Het monument heeft een vierkante basis met daarop een 24-voudige ‘cupola’. De toren is 18 meter hoog. De Minaret van Gutlugh Temur dateert uit de 11e-12e eeuw. Hij is 64 meter hoog en wordt beschouwd als de hoogste minaret van Centraal-Azië. Beneden is de diameter 12 meter, boven 2 meter. De ingang tot de minaret is op 7 meter hoogte. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de monumenten in Urchench de website van VNC Asia Travel: http://www.vnc.nl/items/steden/konye_urgench.php?id=261 |
![]() |
Over Chorasan regeerde van 1096 - 1156 de Seltsjoekse sultan Mu'izz ad-Din Ahmed Sanjar, de jongste zoon van de Groot-Seltsjoekse sultan Tijdens zijn regering voerde Sanjar een aantal militaire campagnes. In 1102 moest hij het hoofd bieden aan een invasie van Qadir Khan, de heerser van Kashgar, die hij bij Termedh versloeg en doodde. In 1117 bemoeide hij zich met de onderlinge twisten van de Ghaznaviden door Ghazni in te nemen en Arslan Sjah af te zetten. In 1130 onderdrukte hij in Transoxanië een opstand van Arslan Khan van Samarkand. In 1138 rebelleerde de heerser van Khwarezm, Atsiz. Deze werd bij Hezarasp verslagen en verjaagd, maar kreeg later clementie. Vanaf 1137 kreeg Sanjar ook te maken met de boeddhistische Karakhitai die uit China verdreven waren en Transoxanië binnenvielen. In 1141 leed Sanjar te Qatwan nabij Samarkand een zware nederlaag en was hij gedwongen zich in Chhorasan terug te trekken. Atsiz maakte van de gelegenheid gebruik om weer in opstand te komen en slaagde er even in om de Chhorasaanse steden Merv en Nisjapoer in te nemen. Sanjar kreeg Atsiz pas in 1147 weer onder controle. Kort daarna profiteerden nabij Balkh gelegerde leden van de Oghuz, nauwe verwanten van de Seltsjoeken, van Sanjars verzwakte positie om in opstand te komen tegen zijn pogingen hen in de geregelde Perzische maatschappij in te passen. Zij namen Sanjar in 1153 gevangen en plunderden de grootste steden van Chhorasan. In 1156 kon hij zich bevrijden, maar hij overleed een jaar later. Zijn dood betekende het einde van het Groot-Seltsjoekse sultanaat - hoewel de titel nog tot 1194 bleef bestaan - en het einde van de Seltsjoekse heerschappij over Oost-Iran. De takken in West-Iran en Irak, afstammelingen van zijn broers, zouden het nog enkele decennia uithouden. Sanjar was een voorbeeld van een ge-Iraniseerde Turk die de Perzische beschaving onafgebroken verdedigde tegen zijn nog nomadische Turkse verwanten. In Iran geniet hij nog steeds een zekere populariteit. Na 1157 namen de Oghuzen de macht over een groot deel van Chorasan. De resterende delen vielen in handen van Seldjoek-emirs. |
Gemaakt: 05-01-10 |