5767 Hongarije (1196 - 1301)
Hongarije (1095 - 1196)
Na 1196 wordt de geschiedenis van Hongarije gekenmerkt door een machtsspel zowel met de omringende machten (Polen, het Heilige Roomse Rijk) als intern tussen koning en adel. 

Emmerik (Emmerich) (1196 - 1204) van het Huis Árpád

Emmerik was de zoon en opvolger van Béla III en koningin Agnes van Châtillon. Zijn exacte geboortedatum is niet bekend. Op 16 mei 1182 werd hij door aartsbisschop Nicolaas ceremonieel ingehuldigd als koning naast zijn vader om de opvolging zeker te stellen.De kroonprins kreeg hierdoor op zich geen feitelijke macht; maar Emmerik wist zich al jong een machtsbasis in Kroatië te verwerven, toen Hongaars bezit. In 1196 nam hij na de dood van zijn vader de regering over, maar zijn broer Andreas II deed al al snel een poging hem van de troon te stoten. Zogenaamd op kruistocht naar het Heilige Land zette deze in 1197 de Slavische lagere edelen aan tot een opstand. Andreas kreeg ook grote aanhang onder de hoge adel en zo was Emmerik gedwongen veel land aan de Hongaarse edelen te schenken om ze weer aan zijn kant te krijgen, wat het centraal gezag aantastte. 

Koningen van Hongarije

Emmerik 1196 - 1204
Ladislaus III 1204 - 1205
Andreas ll 1205 - 1235
Béla lV 1235 - 1270
Stefanus V 1270 - 1272
Ladislaus lV 1272 - 1290
Andreas lll 1290 - 1301

Emmerik trouwde met Constance van Aragon, de dochter van koning Alfonso II van Aragón. Zij kregen één zoon: Ladislaus. Tijdens zijn bewind stond Hongarije, als leen van de Heilige Stoel, sterk onder invloed van Paus Innocentius III,. Deze bemiddelde in het conflict tussen Emmerik en zijn broer in 1198 maar zonder succes. Toen Andreas verslagen werd en naar Oostenrijk vluchtte, dwong de paus in 1200 met dreiging van militaire interventie door het Heilige Roomse Rijk een vrede tussen beiden af, waarbij Andreas weer hertog werd. De paus kreeg ook invloed op de buitenlandse politiek. Emmerik was eerst net als zijn vader een bondgenoot van Byzantium in de strijd tegen Venetië en Bulgarije, en betwiste dat laatste land in 1202 de hegemonie in Servië. Emmerik liet zichzelf Koning van Servië noemen. Op advies van de paus ondersteunde Emmerik de Vierde Kruistocht, waardoor Byzantium in 1204 viel.

Emmeriks sterfdatum is niet exact bekend. In augustus 1204 maken de bronnen voor het laatst melding van hem als levende; in november was hij al dood. Tijdens zijn langdurig ziekbed liet hij zijn zoontje Ladislaus als koning kronen, wat de paus toestond op voorwaarde dat het land als kerkelijk leen bevestigd zou worden.

Ladislaus III (1204 - 1205) van het Huis Árpád

Ladislaus ll heeft na de dood van zijn vader niet lang mogen regeren. Hij ontvluchtte met zijn moeder Constance van Aragon het land in 1205, toen zijn oom Andreas II koning werd.

Andreas ll (1205 - 1235) van het Huis Árpád

Andreas II
was de zoon van Béla III van Hongarije was als koning zo zwak dat hij net als zijn broer de adel door schenkingen aan moest verplichten. De staatsmacht werd hierdoor geheel uitgehold. In 1217 deed Andreas op bevel van Paus Honorius III mee aan de Vijfde Kruistocht. (1217 - 1221), die op een mislukking zou uitlopen. Bij thuiskomst dwongen de edelen hem in 1222 een Gouden Bul af, die de al lang bestaande feitelijke machtsverhoudingen nu ook formeel vastlegde. Hieronder was het recht om de koning onder bepaalde omstandigheden niet te gehoorzamen. In 1234 sloeg hij een invasie door Oostenrijk af. Anders dan zijn sluwe broer was Andreas erg naïef en heel zijn leven lang bleek hij een gemakkelijk slachtoffer voor manipulatie. Hij werd na zijn dood opgevolgd door zijn zoon Béla lV. Adreas trouwde met Gertrudis van Meranië, die in 1213 door edelen vermoord werd.

Een dochter van Andreas ll was Elisabeth die hij uithuwelijkte aan Ludwig lV, de landgraaf van Thüringen. Toen in 1225/26 grote hongersnood uitbrak, stelde zij alle voorraden in de koninklijke schuren en opslagplaatsen ter beschikking van de talrijke noodlijdenden van die dagen. Zij ging daarin zo ver, dat haar schoonfamilie en het paleispersoneel bang werd, dat er niets zou overblijven. Haar echtgenoot stierf in 1227 in Italië onderweg naar het Heilige Land tijdens de tijdens de Kruistocht van Frederik Barbarossa. Elisabeth werd door haar zwager, die namens Ludwig de zaken waarnam, van de Wartburg verdreven.
Ze trok zich terug in het klooster van Marburg, waar ze al haar liefde en aandacht gaf aan haar armen en zieken. Waarschijnlijk uitgeput door een al te strenge boetvaardigheid stierf ze op op 24-jarige leeftijd. Later werd ze heilig verklaard en werd bekend als Elisabeth van Thüringen.

Béla lV (1235 - 1270)  van het Huis Árpád

Omdat zijn vader de moord op zijn moeder Gertrudis niet had gewroken was het aan Béla om de moordenaars te vinden en te straffen. Deze campagne voltooide hij dertig jaar na haar dood. In 1218 trouwde hij met Maria Lascaris van Byzantium een dochter van keizer Theodorus I Lascaris en Anna Angelina.

In 1238 kwamen Kumaanse stammen Hongarije binnen die op de vlucht waren voor de oprukkende Mongoolse hordes onder aanvoering van Batu Khan. De Kumanen waren een Turkse nomadenstam, die opviel omdat ze weinig tot geen mongolide uiterlijke kenmerken bezaten. Ze geloofden in natuurgoden en geesten. Volgens Russische bronnen hadden ze donkerblond haar en blauwe ogen. Béla sloot met deze stam een alliantie en verleende hen asiel in het koninkrijk. Ook beloofde hij zijn zoon István uit te huwelijken aan Elisabeth, de dochter van de Kumaanse khan Kuthen. De Kumanen bekeerden zich tot het Christendom en werden gedoopt. Ze vochten zij aan zij met de Hongaren tegen de Mongolen. 

 

Béla had weinig succes met zijn pogingen de kracht van de monarchie te herstellen en wist weinig verloren kroonlanden terug te krijgen. Zijn pogingen veroorzaakten een scheuring tussen de kroon en de machtige edelen juist op het moment dat de Mongolen naar het westen oprukten. Zich van het gevaar bewust beval Béla de edelen en lagere adel te mobiliseren. Slechts weinigen gaven gehoor aan het bevel. Béla stuurde ook berichten naar Paus Gregorius IX en keizer Frederik II, maar zonder resultaat.  De Mongoolse invasie bracht het land tot op de rand van de afgrond. De Mongolen verwoestten tal van de steden en dorpen en slachtten de helft van de bevolking af. Kort voor de Mongoolse invasie werd zijn medestander Kuthen in Pest vermoord door wantrouwende Hongaarse edelen. In 1240 veroverde de Mongolen de stad Boedapest waarna hij Polen, Bohemen, Hongarije en de Donauvallei veroverde.

Béla vluchtte naar Oostenrijk, waar hertog Frederik II van Oostenrijk hem gijzelde. Vervolgens vluchtte hij naar Trogir in Dalmatië. Daar kon hij ontkomen op een eiland. Toen het nieuws in 1242 arriveerde dat de Grote Khan Oegadai (Ögedei) Khan op 11 december 1241 in Karakorum was overleden, trokken de Mongolen zich terug, waardoor Béla en wat er van zijn koninkrijk over was gespaard werden.

Béla begon vervolgens zijn land opnieuw op te bouwen, waaronder een enorm project voor de bouw van het verdedigingssysteem met kastelen tegen de dreiging van een Mongoolse terugkeer. Dit gebeurde uiteindelijk in 1261 maar ditmaal had Béla succes en kon hij de Mongolen verslaan. Hij geniet groot respect in Hongarije en is algemeen bekend als "de tweede stichter" van het koninkrijk.

Op een heuvel tegenover de stad Pest, zo'n 50 tot 60 meter boven de Donau liet hij een vesting bouwen: Buda. Na de voltooiing in 1265 gebruikte hij deze vesting als zijn nieuwe residentie (voorheen resideerde hij in Estzergom). Ook liet hij de stad Pest weer opbouwen en omringen door hoge muren, maar veel bewoners verkozen toch het hoger en veilig gelegen Buda. Op een eilandje in de Donau tussen Buda en Pest trok de jongste dochter van Béla Margit zich terug in een klooster. Na haar dood - ze was nog geen 28 jaar oud - heette dit eiland het Margit eiland (Margitsziget).

Béla ging tot het uiterste om de westelijke helft van Hongarije terug te veroveren, dat door Frederik II in bezit was genomen als beloning voor de assistentie die hij aan Béla zou verlenen in de eerste oorlog tegen de Mongolen. Deze assistentie kwam overigens nooit. Béla versloeg Frederik in 1246, waarbij zijn tegenstander omkwam toen hij door zijn eigen cavalerie onder de voet werd gelopen. 

Béla was tevens betrokken in een lang gevecht met Ottokar II van Bohemen om de controle over Oostenrijk en het hertogdom Stiermarken, maar slaagde er niet in deze gebieden te veroveren. Daarna moest hij regelmatig de grenzen van zijn rijk verdedigen, waaronder ook Dalmatië, Bosnië en Servië.

De slotjaren van Béla's heerschappij werden overschaduwd door de rebellie van zijn zoon Stefan. Béla werd uiteindelijk gedwongen zijn koninkrijk in tweeën te delen, waarbij Stefan zijn eigen hoofdstad koos en een buitenlandse politiek voerde die recht tegenover die van zijn vader stond.

Het Mongoolse leger trok zich echter vanwege het overlijden van de Grote Kan (Ögedei) spoedig terug uit Europa, waarschijnlijk om een nieuwe heerser te kiezen. Hierna liet Béla langs de grenzen fortificaties aanleggen die in de daaropvolgende eeuwen van groot nut zouden blijken. Hij haalde bevolkingsgroepen van elders om de grensstreken te bevolken. De Duitse aanwezigheid in sommige gebieden in Slowakije en Transsylvanië is voor een deel hierop terug te voeren.

Stefanus V (1270 - 1272) van het Huis Árpád

Béla lV werd opgevolgd door zijn oudste zoon István als Stefanus V. Hij was gehuwd met Elisabeth, een dochter van Kuthen, de leider van de Kumanen.

Ladislaus (László) lV (1272 - 1290) van het Huis Árpád

Ladislaus IV, bijg. de Kumaan, was de oudste zoon van Stefanus V en Elisabeth. Hij was 10 jaar toen hij zijn vader in 1272 opvolgde. De eerste jaren van zijn regering stond hij onder de voogdij van zijn moeder. De invloed van de Kumanen op Ladislaus was zeer groot. Hij leefde als een heiden, nam Attila als voorbeeld en kwam hierdoor in conflict met de kerk, die hem in de ban sloeg. Tijdens zijn bewind verloor het centrale gezag voortdurend aan macht. Zijn vrouw zette hij in 1286 gevangen, ten voordele van zijn bijzit. In 1290 werd hij door de Kumanen vermoord, toen hij een alliantie met de Mongolen wilde aangaan.Ladislaus IV was in 1272 gehuwd met Elisabeth van Anjou (-1304), een zuster van zijn zwager Karel II van Napels, die getrouwd was met zijn zuster Maria van Hongarije, maar stierf zonder erfgenaam.

 

Andreas lll (1290 - 1301)  van het Huis Árpád

Andreas III was een zoon van hertog Stefanus Postumus, een postuum geboren zoon van Andreas ll en diens tweede echtgenote de Venetiaanse Catharina Morosini. Hij werd rond 1265 geboren in Venetië en had daarom de bijnaam de Venetiaan. In 1278 werd hij hertog van Slavonië en na de dood van Ladislaus lV werd hij als laatst levende spruit uit het huis der Arpaden verheven tot koning van Hongarije, dat fel tegen de zin van Karel Martel van Anjou, de zoon van Karel ll van Anjou en Maria van Hongarije, de zuster van Ladislaus lV. In de strijd die daarop losbarstte werd Andreas lll in 1292 bij Zagreb verslagen. Met Andreas III eindigde het 250-jarige bewind van het geslacht Árpád over Hongarije.

Gemaakt: 24-10-09

Hongarije (1301 - 1387)

colofon