3837 |
Perzische rijk - Darius (521 - 514 v. Chr.) |
![]() |
![]() Na een onrustige periode werd uiteindelijk |
![]() |
Darius wilde geheel West-India tot aan de Indus (de Punjab) - en nam het. De nieuwe provincie, Hindoesj, waar goudstof werd meegevoerd door het water van de rivieren, werd de rijkste bron van inkomsten van het gehele rijk. Darius wilde wellicht met een schone lei beginnen of zocht een strategisch beter gelegen plaats en verhuisde de voornaamste regeringsburelen van Babylon naar Susa, de oude Elamitische hoofdstad. In deze stad liet hij ± 515 v. Chr. een groot paleis bouwen.
Darius - een verre neef van Cambyses en officier van het Perzische elitecorps "de Tienduizend Onsterfelijken" - zo genoemd omdat de mannen die stierven of buiten gevecht waren gesteld onmiddellijk vervangen werden, waardoor het corps nimmer onder de 10.000 man - en een aantal andere Perzische edelen maakten gebruik van de verwarring na Cambyses' dood om zich van Smerdis te ontdoen, waarna Darius tot koning werd uitgeroepen. Deze samenzwering leidde echter tot een open rebellie onder de veroverde provincies. Zij maakten gebruik van de onzekere omstandigheden om hun eigen soevereiniteit terug te winnen. Kort na de machtsovername door Darius werd een man, die zichzelf Nebukadnezar lll noemde en beweerde dat hij een zoon van Nabonidus was, in Babylonië als koning erkend. |
![]() |
Vrijwel op hetzelfde moment besteeg in Susa een nieuwe koning van Elam zijn troon. Binnen drie maanden had Darius de rebellen laten terechtstellen. Maar terwijl hij persoonlijk de veldtocht in Babylonië aanvoerde, braken er nieuwe opstanden uit in Perzië, Elam, Medië, Assyrië, Parthië, Margania, Sattagydia en bij de nomaden aan de oostgrens.
|
|