3837

Perzische rijk - Darius (521 - 514 v. Chr.) 

Perzische rijk - Cambyses ll (529 - 521 v. Chr.)
Darius l (521 - 486 v. Chr.)

Na een onrustige periode werd uiteindelijk Darius l in 521 v. Chr. erkend als koning over onrustige landen die bijna twee en een kwart miljoen vierkante kilometer besloegen. Hij zou één der grootste staatslieden worden uit de geschiedenis. Met krachtige hand onderdrukte hij de overal in het land uitgebroken rebellie. Nadat hij orde op zaken had gesteld, leidde hij zijn legers naar de poorten van India, waar Cyrus zich een kwart eeuw tevoren tevreden had gesteld met de begrenzing van zijn rijk in het oosten.

Darius wilde geheel West-India tot aan de Indus (de Punjab) - en nam het. De nieuwe provincie, Hindoesj, waar goudstof werd meegevoerd door het water van de rivieren, werd de rijkste bron van inkomsten van het gehele rijk. Darius wilde wellicht met een schone lei beginnen of zocht een strategisch beter gelegen plaats en verhuisde de voornaamste regeringsburelen van Babylon naar Susa, de oude Elamitische hoofdstad. In deze stad liet hij ± 515 v. Chr. een groot paleis bouwen. 

Darius - een verre neef van Cambyses en officier van het Perzische elitecorps "de Tienduizend Onsterfelijken" - zo genoemd omdat de mannen die stierven of buiten gevecht waren gesteld onmiddellijk vervangen werden, waardoor het corps nimmer onder de 10.000 man - en een aantal andere Perzische edelen maakten gebruik van de verwarring na Cambyses' dood om zich van Smerdis te ontdoen, waarna Darius tot koning werd uitgeroepen. Deze samenzwering leidde echter tot een open rebellie onder de veroverde provincies. Zij maakten gebruik van de onzekere omstandigheden om hun eigen soevereiniteit terug te winnen. Kort na de machtsovername door Darius werd een man, die zichzelf Nebukadnezar lll noemde en beweerde dat hij een zoon van Nabonidus was, in Babylonië als koning erkend. 

Vrijwel op hetzelfde moment besteeg in Susa een nieuwe koning van Elam zijn troon. Binnen drie maanden had Darius de rebellen laten terechtstellen. Maar terwijl hij persoonlijk de veldtocht in Babylonië aanvoerde, braken er nieuwe opstanden uit in Perzië, Elam, Medië, Assyrië, Parthië, Margania, Sattagydia en bij de nomaden aan de oostgrens. 

Darius versaagde nimmer. Hij trok snel heen en weer van provincie naar provincie, zond legers uit om zijn bedreigde, maar trouwe satrapen te ontzetten en zond sluw Meden erop uit om rebellerende Perzen te onderdrukken en Perzen om op te trekken tegen de Meden die in opstand waren gekomen. Darius was meedogenloos tegenover de rebellen: hij liet de leiders in het openbaar geselen en spietsen. Aan het eind van 521 v. Chr. - na de nederlaag van Nebuchadnezzar lll en een derde Elamitische koning in Susa - had Darius de verschillende opstanden de kop ingedrukt. 

De overwinningen op zijn rivalen liet Darius in de rots van Behistun vereeuwigen. 

Het geruzie om de Perzische troon had het grote rijk op de rand van de afgrond bracht, maar het vormde nog steeds één geheel. 

Bij de necropool van Naqsh-e-rostam (Nagsh-e-rostam of Naghshe-rostam), 5 km ten noorden van Persepolis bevinden zich de monumentale rotsgraven van vier Achaemenidische koningen (Darius I en zijn drie opvolgers) die in de 65 meter hoge rotswanden werden uitgehakt.

Perzische rijk - Darius (514)

laatst bijgewerkt: 21-08-02

colofon