2341

Elam (ca. 4500 - 2000 v. Chr.)

Elam (aka Haltamtu (Elamitisch), Huwaja (Perzisch), Elymais (Grieks), Elam (Hebreeuws) was een staat uit de Oudheid ten noorden van de Perzische Golf en ten oosten van de Tigris in het huidige West-Iran. Het kwam grotendeels overeen met de huidige provincie Khuzestan in hedendaags Iran. Susa, het huidige Sush, was de hoofdstad van Elam. Andere belangrijke steden van toen waren Awan, Anshan, Simash, Madaktu en Dur-Untash, het huidige Iranese Tchoga-Zembil.
Gedurende lange tijd noemden de heersers van Elam zichzelf 'koningen van Anshan en Shushan". Anshan werd geïdentificeerd als het huidige Tepe Mahjan in zuidwestelijk Iran. De Elamieten  spraken een met het Soemerisch verwante taal, die volgens Arabische historici in de 10de eeuw na onze jaartelling nog gesproken werd in Khuzistan.De beschaving in dit gebied dateert waarschijnlijk al uit het late vierde millennium voor Chr. 

Onder de Karkey rivier in het Zagrosgebergte. In dit gebied valt voldoende regen om rivieren te doen ontstaan, maar onvoldoende voor een rijke begroeiing. Het resultaat is dat de rivieren diepe kloven vormen in het dorre landschap, gevuld met modder die door de rivieren worden getransporteerd naar de vlakte van Khuzestan. 

De stad Susa en het rijk zelf werd soms ook Susiana genoemd. Het land bestond uit een hete hoogvlakte, in het oosten begrensd door heuvelachtig gebied.

In de Oudheid stonden de Elamieten bekend als een oorlogszuchtig volk. Hun grootste rivaal en bedreiging was Babylonië. De Elamieten waren noch van Soemerische, noch van Semitische afkomst. Hun taal is bewaard gebleven dankzij een grote hoeveelheid kleitabletten, beschreven met teksten in spijkerschrift. De Elamieten wisten hun zelfstandigheid te baren, ondanks vreemde invasies.

Het rijk ontstond ca. 4500 v. Chr. en behoort dus tot de oudste beschaving in het Midden-Oosten. De Elamieten waren noch van Soemerische, noch Semitische afkomst. De taal die de Elamieten spraken, behoort tot de Dravidische talen, die nog steeds door sommige bevolkingsgroepen (o.a. Tamil) in India worden gesproken. Mogelijk stamden de Elamieten, net als de Dravidiërs in India, af van Oeral-Altaïsche volkeren. 

De Elamieten kenden matrilineair systeem van opvolging. Een nieuwe heerser werd altijd aangeduid als de zoon van een zuster. Zij hielden van oorlogvoeren en waren de grootste rivalen en bedreigers van Babylonië. 

Elamitische koningen: Tepti-Ahar (ca 2500 v. Chr.);   Ba(?)-sa-Susinak (ca 2340 v. Chr.)

  Kutir-Nahunte (Kudus-Nakhunta), koning van Susa

In 2285 v. Chr. werd Elam veroverd door de Akkadische koning Sargon van Akkad (2334-2279). Maar blijkbaar waren de Akkadiërs niet bij machtige de koning van Elam te verslaan. 
Nadat Sargons kleinzoon Naram-Sim (2254-2218 v. Chr.) de vijandige oorlogszuchtige volkeren (Lulli of Lullubi) uit het Zagros-gebergte had verslagen, sloot hij met de koning van Elam een verdrag.  

Ten tijde van de derde dynastie van Ur (ca. 2130 - 2006) werd Elam overheerst door de Soemeriërs. Terwijl de Ammorieten tijdens de regering van Ibi-Sin (2031 - 2004), de laatste koning van de Derde dynastie van Ur, een invasie pleegden in de oostelijke provincies van het Soemerische rijk en overal in het land verwoestingen aanrichtten, deden de Elamieten een aanval op de stad Ur, de hoofdstad van het Soemerische rijk. 
De bewoners van deze stad waren niet bij machte zich te verdedigen en openden de poort, waarna de Elamieten de stad plunderden en Ibi-sin gevangen namen (2004 v. Chr.). Daarmee kwam er een eind aan het 1500 jaar durende Soemerische oppergezag in het land van de twee rivieren.

Na hun invasie in Babylonië vestigden de Elamieten in Ur een garnizoen, maar werden na enige jaren daaruit verdreven door Isjbi-Irra, (die waarschijnlijk van Ammoritische afkomst was). Deze breidde zijn macht snel uit over het hele land.

links: Elam, ca. 2000 v. Chr.

laatst gewijzigd: 06-08-08

Elam (2000-1210 v. Chr.)

colofon