3757 | Palmyra |
![]() |
Palmyra, bijgenaamd Stad van Duizend Zuilen, in Syrië is een oase op de zijderoute.
De stad werd steenrijk doordat de inwoners reizende handelaren bescherming boden tegen overvallen van Bedoeïenen. Zelf noemden ze hun stad Tadmoor, wat wonder of mirakel betekent. De geschiedenis van de stad gaat terug tot het tweede millennium voor Christus. Zij werd door Alexander de Grote veroverd en na zijn dood werd de stad bij het koninkrijk der Seleuciden gevoegd. Toen de rijke oase, gelegen tussen de Romeinse provincie Syria en Mesopotamia, rond 30 v. Chr. de aandacht trok van de Romeinen, noemden zij het Palmyra (Stad van de palmbomen). Lange tijd diende het als een bufferzone tussen Syrië en de vijandige Parthen. In 30 werd het door |
![]() |
Van 260 tot 267 bewees de toenmalige koning van Palmyra, Septimius Odaenathus zijn bondgenoot, de Romeinse keizer |
In 267 echter werd Odaenathus samen met zijn oudste zoon om het leven gebracht. ![]() De vrede tussen Rome en Palmyra sloeg om in vijandschap toen Gallienus vlak voor zijn dood in 268 een leger tegen Palmyra stuurde en weigerde Vabalathus de titels te geven die zijn vader had verdiend. Een verklaring voor de vijandige houding van Gallienus was dat Odaenathus volgens hem was vergiftigd door Zenobia. Dat was niet onmogelijk, want Zenobia was een eerzuchtige vrouw die er wellicht van droomde heerseres te worden over het oosten, als een nieuwe Odaenathus was altijd loyaal geweest ten opzichte van de keizer; Zenobia echter liet haar legers het oosten van Klein-Azië bezetten en eiste de Romeinse keizerstitel op voor haar zoon. Daarna, waarschijnlijk tijdens het keizerschap van |
![]() |
![]() |
Toen
De laatste versie is de meest waarschijnlijke, aangezien een aantal bronnen nog haar nakomelingen vermelden. |
![]() |
De Romeinse keizer ![]() ![]() Palmyra moest zich na een korte belegering overgeven en de trotse koningin en haar zoon werden gevankelijk naar Rome gebracht en meegevoerd in Aurelianus' triomftocht (274). De rest van haar leven bracht zij door in een villa te Tibur. Aurelianus wilde Palmyra, dat een korte tijd van intense bloei had beleefd, aanvankelijk sparen, maar toen de bewoners in 273 een poging tot oproer ondernamen, liet hij de stad met de grond gelijk maken. Heden ten dage ligt er slechts een armzalig dorpje op de plaats waar eens het trotse Palmyra verrees; de ruïnen van de stad zijn echter de fraaiste die uit de Romeinse tijd bewaard zijn gebleven. Sinds 1930 zijn deze ruïnes systematisch opgegraven. Zij omvatten onder meer een aan Baäl gewijde tempel, gesticht in 32 v. Chr., omgeven door ca. 15 meter hoge zuilen, een theater, een triomfboog, een door zuilenrijen omgeven hoofdstraat en de cella van een aan Baälsjemin gewijde tempel. |
Onder keizer Het Tetrapylon in Palmyra
|
![]() |
|
Gemaakt: 02-05-06 |