2550

Kelten (Galliërs) (ca. 800 - ca. 58 v. Chr.)

Klik hier voor het frame van de pagina

De Kelten waren geen volk. Het waren verschillende stammen die dezelfde cultuuruitingen hadden en aan de Grieken het etiket "Kelt" hebben te danken. De oudste fase, die rond 800 begint, is genoemd naar de Oostenrijkste vindplaats Hallstatt bij Salzburg. Hier werden in 1846 meer dan tweeduizend graven ontdekt. De cultuuruitingen uit de vijfde tot en met de eerste eeuw voor Christus zijn genoemd naar het Zwitserse La Tène, waar in 1857 aan de oostoever van het Meer van Neuchâtel belangrijke vondsten zijn gedaan, zoals vele wapens, houten bruggen en steigers en twee strijdwagens. De Keltische cultuur kende op zijn hoogtepunt een verspreidingsgebied dat van Hongarije en Roemenië via Duitsland, België en Frankrijk tot Engeland en Ierland liep. Sociale onrust, bevolkingsgroei en misschien ook een verslechtering van het klimaat, zorgden voor een verspreiding van de Kelten, die in golven verliep.

Wat we van de oude Kelten weten komt uit de boeken van de Klassieke historici en etnografen. Zij beschouwde de Keltoi (ook wel Galli of Galatae genoemd) al onbedorven wilden. De boomlange barbaren liepen in broeken, bracae, droegen dikke gouden halsringen (torques), wasten hun haar in een kalkbad en stonden bekend om hun onverschrokkenheid. Beroemd is het verhaal van de ontmoeting tussen Alexander de Grote en een Keltisch gezantschap aan de Donau. Alexander vroeg wat de Kelten de meeste angst inboezemde en verwachtte als antwoord "U, heer". Maar de gezanten verklaarden dat ze maar voor één ding bang waren, namelijk dat de hemel op hun hoofd zou vallen. Hun antwoord zou de Grieken en Romeinen nog eeuwen verbazen.

De Germaanse stammen die vanaf ca. 700 v. Chr. vanuit het noorden Europa binnentrokken, dreven een wig in de Keltische wereld. De Kelten weken uit naar Brittannië en naar het zuidoosten. 

Rond 500 v. Chr. baanden de Kelten, zich een weg door de natuurlijke versperring van de Alpen en kwamen in botsing met de Etruskische kolonisten in het noorden van Italië. De Keltische stammen ontrukten de ene stad na de andere aan de Etrusken en beheersten al gauw de Po-vlakte. 

Deze streek werd later door de Romeinen Gallia Cisalpina genoemd - Gallië aan deze zijde van de Alpen - en werd door hen niet als een deel van Italië beschouwd.

In 391 v. Chr. trokken zij de Apennijnen over om de rijke Etruskische steden te plunderen. Besmeerd met blauwe verf en voor de rest vak alleen gekleed in een gouden halsring, de torque, vochten ze als bezetenen. In 390 v. Chr. versloegen zij het Romeinse leger en plunderden zij Rome. Een eeuw later overvielen Keltische horden het Griekse heiligdom in Delphi. De overlevering zinspeelt op grote buit aan de ene en een aardbeving door goddelijke toorn aan de andere kant.

Rond de tweede eeuw voor Chr. zaten de Kelten in Ierland, Frankrijk en Brittannië, Spanje, Illyrië en Thracië, met een uitloper naar Anatolië. Maar Rome was al tot de tegenaanval overgegaan. Marius en later Julius Caesar brachten het Keltische Europa onder Romeinse heerschappij en het volk verloor zijn identiteit. Alleen de hooglanden van Brittannië en Ierland konden de eigen cultuur bewaren.

 

links:: Bronzen leeuw (Hochdorf)

Laatst bijgewerkt: 21-04-10

Gallia (58 v. Chr. - 300 n. Chr.)

colofon