2915 |
Westelijke Provincies (361 - 395 n. Chr. n. Chr.) |
![]() |
Nu was |
![]() |
In de zomer van 362 verliet hij Constantinopel om er nooit meer terug te keren. Hij trok naar de oostelijke grens van het rijk (bij de Tigris) om daar te Parthen te bestrijden. In 363 nam zijn leven plotseling een eind, toen hij zich, als gewoonlijk, al te stoutmoedig aan de pijlen en speren van de vijand blootstelde, zonder eraan te denken, dat hij wegens de hitte zijn rusting had afgedaan met de laatste woorden "U hebt overwonnen, Galileeër." Julianus werd opgevolgd door:
|
![]() |
Zijn soldaten namen wraak voor de dood van hun geliefde veldheer. Met ware doodsverachting wierpen zij zich op de vijanden en bevochten een schitterende overwinning en riepen de officier en commandant van de Praetoriaanse Garde ![]() ![]() links: |
![]() In 364 werd ![]() ![]() ![]() Rechts: |
![]()
|
Er was al snel een opstand van Procopius, mogelijk een familielid van Julianus, maar Valens kon zijn leger verslaan en liet hem in 366 executeren. In 367 benoemde Valentinianus zijn oudste zoon, Gratianus, tot medekeizer. Het leger morde, want de jonge Gratianus leek niet echt geïnteresseerd in militaire zaken. Valentinianus suste de boel echter, en probeerde van Gratianus toch een militair te maken, overigens zonder veel succes. Valentinianus was gedurende zijn niet bijzonder lange (11 jaar) heerschappij druk bezig met allerlei veldtochten tegen barbaren, met name de Bourgondiërs, de Saksen en de Alamannen. Hij was bijzonder succesvol hierin, en wist vrede te sluiten met de Alamannen en hun koning Saksische piraten waren een andere bedreiging voor Valentinianus' regering. Deze piraten kwamen uit Britannia en waren bondgenoten van de Picten en de Schotten. Ze plunderden de kusten van Brittannia en Gallia. In 368 stuurde Valentinianus Theodosius naar Britannia om in de in staat van anarchie verkerende provincie de rust te herstellen. Deze Theodosius was daar zeer succesvol in, en hernoemde vervolgens de provincie "Valentia", naar de twee regerende keizers. Theodosius werd vervolgens in 372 naar Africa gestuurd om een opstand van Firmus neer te slaan. Firmus pleegde zelfmoord nadat hij vernomen had van de landing van Theodosius en een leger. In 374 waren de Quaden, een Germaans volk dat leefde aan de Donau, verbolgen op de Romeinen omdat die forten hadden gebouwd in wat zij beschouwden als hun eigen grondgebied. Dit werd nog versterkt door de moord op hun koning Valentinianus wordt wel beschouwd als de laatste grote West-Romeinse keizer. Hij was eerlijk en hardwerkend, stichtte scholen, hoewel zij zelf amper kon lezen, en gaf geen belastinggeld uit aan luxe zaken, maar aan forten en andere praktische dingen, zoals gratis medische zorg voor de armen in Rome. Valentinianus was zelf christen, maar er was voor iedereen geloofsvrijheid.
In 375 volgde |
![]() |
Daar hij zich niet sterk genoeg voelde om de Visigoten, die in 378 bij Adrianopel zijn broer en medekeizer Valens hadden verslagen, te stuiten, liet hij Theodosius, de persoonlijke adjudant van zijn vader Valentianus l, die zich na de terechtstelling van zijn vader op zijn landgoed in Spanje had teruggetrokken, naar zijn residentie in Trier ontbieden. Eind 378 trok hij op tegen de Sarmaten in Pannonia en overwon hen. Na zijn overwinning droeg ![]() ![]() |
![]()
rechts: Magnus Maximus |
![]() |
![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Doordat wegens de burgeroorlogen de Romeinse legioenen aan de Rijn-Donaugrens onttrokken werden, slaagden de Alamannen erin vanaf ca. 390 in Oost-Gallië te bezetten. Tevergeefs trachtte hij door verdragen van bondgenootschap met hen te sluiten hun terreinwinst in het Donaugebied te beperken. |
Na acht jaar bestuursonzekerheid in het westen stierf in 395 ![]() ![]() ![]() rechts: munt van |
![]() |
Na de dood van ![]()
laatst bijgewerkt: 21-07-02 |