2915

Westelijke Provincies (361 - 395 n. Chr. n. Chr.)

Romeinse Rijk (353-361); zie ook: Oostelijke Provincies (364 - 379) en Oostelijke provincies ( 379 - 395)

Julianus augustus v.h. Romeinse Rijk (361-363)

Nu was Julianus (361-363) heerser over het Romeinse Rijk en bestreed als zodanig het door zijn voorgangers gehuldigde of althans gedulde Christendom. Alleen niet-Christenen mochten optreden als leraar, de oude tempels werden hersteld evenals de oude Romeinse feesten en het brengen van offers aan de Romeinse goden. Alle door de Christenen tot kerken ingerichte huizen werden in beslag genomen en teruggegeven aan hun vroegere eigenaars. Om tweedracht onder de Christen te verwekken werden alle verbannen bisschoppen. En ten slotte liet hij geschriften uitgeven over wijsgerige onderwerpen en tegen het Christendom. Zijn maatregelen hadden grote onlusten tot gevolg, waartegen Julianus steeds niet opgewassen bleek. De Christenen gaven hem de bijnaam "Apostata" (= de Afvallige). Toch deed Julianus ook goede dingen: hij verbeterde de rechtspraak, bracht orde op zaken in de financiële zaken, het algemeen bestuur en de post.

In de zomer van 362 verliet hij Constantinopel om er nooit meer terug te keren. Hij trok naar de oostelijke grens van het rijk (bij de Tigris) om daar te Parthen te bestrijden. In 363 nam zijn leven plotseling een eind, toen hij zich, als gewoonlijk, al te stoutmoedig aan de pijlen en speren van de vijand blootstelde, zonder eraan te denken, dat hij wegens de hitte zijn rusting had afgedaan met de laatste woorden "U hebt overwonnen, Galileeër."

Julianus werd opgevolgd door:

Jovianus Caesar Augustus v.h. Romeinse Rijk (363 - 364)

Zijn soldaten namen wraak voor de dood van hun geliefde veldheer. Met ware doodsverachting wierpen zij zich op de vijanden en bevochten een schitterende overwinning en riepen de officier en commandant van de Praetoriaanse Garde Flavius Jovianus uit tot keizer (363-364). Aangezien zijn leger diep in Perzisch gebied was doorgedrongen, was hij gedwongen om met de Perzische koning Saphur de Grote ll (309-379) een onvoordelige vrede te sluiten om de veilige terugtocht van zijn leger te verzekeren. Zo moesten de Romeinen zich terugtrekken uit 5 provincies aan de Tigris die door Diocletianus geannexeerd waren, verschillende forten en een groot deel van Armenië. Deze vrede werd door velen als een smadelijk ondervonden vredesakkoord. Als Christen liet hij de decreten van zijn voorganger opheffen en gaf hij de kerk haar privileges terug. Ruim 7 maanden na zijn troonsbestijging stierf hij op weg naar Constantinopel, op 17 februari 364.

links: Jovianus

Flavius Valentianus augustus van het Westen (364 - 375)

In 364 werd Valentianus l uitgeroepen tot keizer. Hij was geboren in Pannonia en was
onder Julianus hoofd van de Praetoriaanse Garde geweest. Hij zou de laatste echt dynamische keizer van het Rijk zijn. Om het leger rustig te houden beloofde hij een medekeizer te benoemen, dit werd zijn broer Valens (328-375), die het oosten zou besturen, terwijl Valentinianus in het westen zou regeren vanuit Milaan. Beide keizers namen op grotere schaal dan ooit te voren Germanen als officieren op in hun leger.

Rechts: Valentianus

 

 

 

 

Er was al snel een opstand van Procopius, mogelijk een familielid van Julianus, maar Valens kon zijn leger verslaan en liet hem in 366 executeren.

In 367 benoemde Valentinianus zijn oudste zoon, Gratianus, tot medekeizer. Het leger morde, want de jonge Gratianus leek niet echt geïnteresseerd in militaire zaken. Valentinianus suste de boel echter, en probeerde van Gratianus toch een militair te maken, overigens zonder veel succes.

Valentinianus was gedurende zijn niet bijzonder lange (11 jaar) heerschappij druk bezig met allerlei veldtochten tegen barbaren, met name de Bourgondiërs, de Saksen en de Alamannen. Hij was bijzonder succesvol hierin, en wist vrede te sluiten met de Alamannen en hun koning Macrianus, die een goede vriend van de Romeinen zou worden. Valentinianus liet veel verdedigingswerken bouwen in Gallia, omdat deze provincie van groot belang was voor het rijk. Ca. 370 versterkte hij wederom de Rijnlinie door nieuwe vestingwerken te bouwen tegen de Germaanse stammen.

Saksische piraten waren een andere bedreiging voor Valentinianus' regering. Deze piraten kwamen uit Britannia en waren bondgenoten van de Picten en de Schotten. Ze plunderden de kusten van Brittannia en Gallia. In 368 stuurde Valentinianus Theodosius naar Britannia om in de in staat van anarchie verkerende provincie de rust te herstellen. Deze Theodosius was daar zeer succesvol in, en hernoemde vervolgens de provincie "Valentia", naar de twee regerende keizers. Theodosius werd vervolgens in 372 naar Africa gestuurd om een opstand van Firmus neer te slaan. Firmus pleegde zelfmoord nadat hij vernomen had van de landing van Theodosius en een leger.

In 374 waren de Quaden, een Germaans volk dat leefde aan de Donau, verbolgen op de Romeinen omdat die forten hadden gebouwd in wat zij beschouwden als hun eigen grondgebied. Dit werd nog versterkt door de moord op hun koning Gabinius, waarvoor Valentinianus verantwoordelijk werd gehouden. De Quaden staken de Donau over en plunderden Pannonia. Valentinianus kwam in 375 orde op zaken stellen met een groot leger. Bij een audiëntie met een ambassadeur van de Quaden werd Valentinianus, die bekend stond om zijn ontvlambaarheidheid, kwaad over hun vredesvoorstel en begon te schreeuwen. Van de opwinding kreeg hij een hartinfarct, waaraan hij overleed.

Valentinianus wordt wel beschouwd als de laatste grote West-Romeinse keizer. Hij was eerlijk en hardwerkend, stichtte scholen, hoewel zij zelf amper kon lezen, en gaf geen belastinggeld uit aan luxe zaken, maar aan forten en andere praktische dingen, zoals gratis medische zorg voor de armen in Rome. Valentinianus was zelf christen, maar er was voor iedereen geloofsvrijheid.

Valentianus gaf veel wetten ten gunste van de Christenen, maar tegen gewelddadige onderdrukking van het heidendom verzette hij zich. Hij streefde ernaar hen in de Romeinse maatschappij te assimileren door huwelijke met Romeinse vrouwen. Op die manier hoopte hij Romes oude kracht te doen herleven. Blijkbaar dacht hij op deze wijze tevens de storm te kunnen bezweren, die elk moment aan de grenzen van het rijk dreigde los te barsten. Al deze maatregelen bleken vergeefs. 

Gratianus Augustus van het Westen (375-384)
Valentianus ll Augustus van Italië, Illyrië en Africa (375-392)

In 375 volgde Flavius Gratianus, de oudste zoon van Valentianus l, zijn vader op als keizer van het westelijk deel van het Romeinse rijk. Al dadelijk verlangde het leger de verheffing van zijn 4-jarige halfbroer, Flavius Valentianus ll, (371 - 392) tot medekeizer. Als zijn aandeel werden hem Italië, Illyrië en Africa toegewezen. Zijn moeder Iustina  voerde sinds 383 het regentschap voor hem, maar in wezen werd het oppergezag over deze gebieden tot diens meerderjarigheid uitgeoefend door Gratianus

Daar hij zich niet sterk genoeg voelde om de Visigoten, die in 378 bij Adrianopel zijn broer en medekeizer Valens hadden verslagen, te stuiten, liet hij Theodosius, de persoonlijke adjudant van zijn vader Valentianus l, die zich na de terechtstelling van zijn vader op zijn landgoed in Spanje had teruggetrokken, naar zijn residentie in Trier ontbieden. Eind 378 trok hij op tegen de Sarmaten in Pannonia en overwon hen. Na zijn overwinning droeg Gratianus hem de augustustitel van het oosten op (379) ( Oostelijke provincies (379 - 395)
Gratianus was onzelfstandig en gemakkelijk te beïnvloeden, vooral door zijn gouverneur, de dichter Ausonius. In Trier hield hij een schitterend hof. 

Magnus Maximus Augustus van het Westen (384-388)

Omdat hij de Germanen begunstigde, riep het leger in Brittannia de Spaanse legeraanvoerder Magnus Maximus uit tot Augustus (opperkeizer) van het westen. Op weg tegen hem werd Gratianus in 383 door zijn soldaten bij Parijs verlaten en in 384 op de vlucht gedood. Magnus Maximus heerste nu over Brittannië, Gallië. 

Theodosius, die Gratianus na zijn overwinningen tegen de Sarmaten (379) tot Augustus van het oosten had benoemd, erkende hem, mits hij Valentianus ll Italië en Africa liet behouden. 

rechts: Magnus Maximus

Magnus Maximus vestigde zich in Trier, waar hij, ondanks de voorspraak van bisschop Martinus van Tours, in 385 de Spaanse ketter Priscillianus liet terechtstellen: de eerste keer dat de doodstraf werd uitgesproken over een ketter. Magnus Maximus was een bekwaam militair die vanuit zijn hoofdkwartier Trier, uitgebreid ten velde trok in Gallië en Spanje en in deze provincies tot op zekere hoogte orde op zaken stelde. In zijn grootheidswaan trok hij in 387 op tegen het door Valentianus ll geregeerde Italië waar hij door Theodosius' Frankische generaal Arbogast (Arbogastes), die voor hem Gallië bestuurde, werd opgewacht en verslagen. In Aquileia gaf hij zich over en werd hij ter dood gebracht (388). 

Valentianus ll werd in Italië weer zijn macht hersteld. 

Doordat wegens de burgeroorlogen de Romeinse legioenen aan de Rijn-Donaugrens onttrokken werden, slaagden de Alamannen erin vanaf ca. 390 in Oost-Gallië te bezetten. Tevergeefs trachtte hij door verdragen van bondgenootschap met hen te sluiten hun terreinwinst in het Donaugebied te beperken.  Arbogast raakte met Valentianus ll in conflict en liet hem in 392 vermoorden, waarschijnlijk om Eugenius tot keizer van het westelijk deel van het Romeinse Rijk te kunnen verheffen. In 394 trok Theodosius l tegen Arbogastes en Eugenius ten strijde en versloeg beiden bij Aquileia. Zo kwam het rijk voor de laatste maal weer in één hand. 

Na acht jaar bestuursonzekerheid in het westen stierf in 395 Theodosius l, die het Rijk bijeen had gehouden. Hij werd in het westen opgevolgd door zijn zoon Honorius en in het oosten door zijn zoon Flavius Arcadius

rechts: munt van Honorius

Na de dood van Theodosius (395) was er sprake van een duidelijke scheiding tussen een oostelijke en westelijke helft van het Romeinse Rijk. De benaming Oost-Romeinse Rijk is echter onjuist wanneer men uitgaat van de opvatting dat er (na 395) geen sprake is geweest van een West- en Oost-Romeins Rijk, maar uitsluitend van één Romeins Rijk met een westelijke en oostelijke rijkshelft. 

  Westelijke provincies (395 - 407 n. Chr.) Gallië (400 - 500)

laatst bijgewerkt: 21-07-02