2223

Jason en zijn reis met de Argonauten

Myceense beschaving
Jason (mogelijk geboren in 1307 v. Chr.) was de zoon van Aeson, koning van Iolcos in Thessalië. Aeson werd door zijn halfbroer Pelias van de troon geduwd, en Pelias trachtte vanaf dan te voorkomen dat Aesons zoon Jason de troon zou erven. Het was dan ook koning Pelias die Jason in het avontuur zou storten. Een orakelspreuk had hem gewaarschuwd voor een afschrikwekkend lot: de dood door toedoen van een man die op één blote voet uit de stad zou komen. Die profetie werd al spoedig bewaarheid. Jason, die tijdens de winterse hoge waterstand de Anauros moest oversteken, verloor één van zijn sandalen, die in de bedding van de gezwollen rivier bleef steken. Maar de andere kon hij uit de modder trekken en zo verscheen hij voor de koning. Zodra koning Pelias hem zag moest hij weer aan het orakel denken en hij besloot Jason op een gevaarlijk, ver avontuur te zenden, in de hoop dat Jason hier toch niet levend van zou wederkeren. 
Jason beloofde hij dat hij de troon zou mogen bestijgen als hij een opdracht had vervuld. De opdracht voor Jason bestond er in om in Colchis aan de oostkust van de Zwarte Zee het befaamde Gulden Vlies te bemachtigen.  Dit werd bewaakt door Aietes, de koning van Aea, een koninkrijk in West-Georgië, aan het oostelijke einde van de Zwarte Zee (toen Euxine Zee genaamd). Het Gulden Vlies was de gouden vacht van een ram van goddelijke afkomst, waarop Frixos (Phryxus) en zijn zus Helle waren ontsnapt aan hun stiefmoeder, die hen uit de weg wilde ruimen door hen te offeren. Op hun vliegende vlucht was Helle er echter afgevallen en de zee waarin ze terechtkwam was naar haar genoemd: Hellespont. Frixos kwam wel veilig aan op Colchis. Uit dankbaarheid offerde hij de ram aan de goden (de god Zeus) en de vacht gaf hij aan de koning van Colchis. Deze liet de vacht ophangen aan een heilige eik in het woud van Ares. Volgens een orakel zou de eigenaar van het Gulden Vlies het eeuwige leven hebben. Iedereen wil wel het eeuwige leven hebben en daarom probeerden velen het Gulden Vlies te bemachtigen. De meesten sneuvelden al onderweg, een enkeling bij de heilige eik door toedoen van zijn bewaker, een gemene gifslang.

Jason verzamelde rond zich 50 of nog meer nobele jonge Grieken om hem op deze gevaarlijke reis te begeleiden. In deze groep -de Argonauten (Gr. nautès = schepelingen) genaamd - zaten ondermeer Heracles, Castor en Pollux uit Sparta, Orpheus, Zetes, Calaïs, Nestor (een van de twaalf zonen van Neleus van Pylos) en Peleus. Het schip, de Argo, was een galeiboot, gebouwd door Argus onder leiding van de godin Athene, die in de romp een stuk hout van de zogenaamde sprekende eik van de orakelplaats Dodona voegde, waardoor de Argo kon spreken. Het schip werd door vijftig roeiers voortbewogen en was zo licht dat het op de schouders kon worden gedragen.

Links: Jason, marmeren beeld van Thorvaldsen. Thorvaldsen museum. Kopenhagen.

In 1289 v. Chr. vertrok de Argo uit de haven Pagasae in Iolcus. Vandaar ging de reis naar Lemnos, waar de Argonauten langdurig verbleven en Jason de vorstin Hypsipyle huwde. Op Samothrace lieten zij zich inwijden in de mysteriën van de Cabiren, wier cultus op het eiland beroemd was. (De Cabiren waren goddelijke wezens, van Kleinaziatische herkomst, enerzijds goedgunstig, anderzijds destructief van aard).

In het land van de Dolionen in Phrygië werden de reizigers gastvrij ontvangen door koning Cyzicus. Na het vertrek dreef een storm de Argo weer terug naar de Dolionen die de Argonauten niet meer herkenden. er ontstond een gevecht waarbij Cyzicus werd gedood. Vervolgens belandden zij in Mysië waar Heracles achterbleef om zijn door een nimf ontvoerde vriend Hylas te zoeken. In Bythinië versloeg Polydeuces in een vuistgevecht koning Amycus

De Bosporus werd gepasseerd en  aan de Thracische kust  te Salmydessus bevrijdden Zetes en Calaïs de blinde koning Phineus van de plaag der Harpijen, monsters die hem  zijn maaltijd bezoedelden. Als dank gaf Phineus de Argonauten aanwijzingen hoe zij zonder schade de gevaarlijke rotsformatie der Simplegaden zouden kunnen passeren.  Na nog menig ander avontuur waarbij zij zesarmige reuzen, vogels met vrouwengezichten, verpletterende rotswanden en nog veel meer list en bedrog trotseerden, bereikten ze Colchis, waar koning Aëtes het Gulden Vlies alleen wilde afstaan aan iemand die dat waard was. Om dit te bewijzen moest Jason twee woeste vuursnuivende stieren temmen, de stieren voor een ploeg spannen en met die stieren een veld omploegen en dan in de voren drakentanden zaaien. De geharnaste mannen die daaruit ontspruiten, moest hij doden. Daarna wachtte hem nog de strijd met de draak (slang) die het Gulden Vlies bewaakte. Pas dan zou hij het Gulden Vlies krijgen. Voorwaar, geen taak die een sterveling kan volbrengen.

Rechts: Waterhouse, Jason en Medea

Op het eiland woonde koningsdochter Medeia (Medea), een kleindochter van de zonnegod Helios, die haar in de toverkunst had onderwezen. Hera, de godin die Jason op zijn reis beschermde, zorgde ervoor dat Medeia verliefd werd op Jason. Ze was zo verliefd, dat ze zelfs bereid was haar vader te verraden: als haar geliefde maar bleef leven. Ze maakte een kruidenmengsel dat hem tijdelijk net zo oppermachtig maakte als de goden. Daarmee moest hij zich balsemen waardoor het vuur van de stieren hem niet kon deren en een kruid waarmee hij de draak kon bedwelmen. Verder gaf ze hem nog de nodige instructies, zodat hij precies wist wat hij moest doen om zijn opdracht te kunnen uitvoeren. 

De koning had inmiddels door gekregen dat zijn dochter hem verraden had en was woedend. In haar droom werd ze voor hem gewaarschuwd en ze spoedde zich naar de heilige eik. Omdat ze bang was dat haar kleine broertje Apsyrtos haar vlucht zou verraden met zijn gehuil, nam ze hem mee.
Aangekomen bij de heilige eik zong ze de gifslang in slaap. Dat was niet zo moeilijk, want ze kende de slang nog goed uit de tijd dat ze samen opgroeiden. Samen met Jason haalde ze het Gulden Vlies van de eik. 

Ofschoon nu het Gulden Vlies bemachtigd was, verliep ook de terugtocht van de Argonauten allerminst zonder moeilijkheden. Op zee werden Jason en  Medeia,  die zich met haar kleine stiefbroertje Apsyrtus had ingescheept,  door Aëtes ingehaald. Om hen te laten ontsnappen greep Hera in: ze liet Medeia haar broertje ombrengen en hem in stukken overboord gooien. Zo werden de achtervolgers, die de stoffelijke resten van het kind wilden begraven, een tijdje opgehouden. Met lede ogen zag Aëtes de Argo achter de horizon verdwijnen.

Rechts: Medea, Frederick Sandys, 1866-1868. Birmingham Museum and Art Gallery.

In allerlei uiteenlopende verhalen over de terugreis van de Argo weerspiegelen zich de geografische opvattingen van de oude wereld. Het schip zou de Don hebben bevaren of zou via de Donau en deels over land zelfs de Noordzee hebben bereikt; door de "Zuilen van Hercules"  (Straat van Gibraltar), kwam het in de Tyrrheense Zee, waar de traditie allerlei avonturen lokaliseert, die ook in Homerus' Odyssee voorkomen: bijvoorbeeld een bezoek aan Circe op het gelijknamige voorgebergte (nu S. Felice Circeo) in Latium, het passeren van de Sirenen die door Orpheus' lierspel werden betoverd, een verblijf bij de Phaeaken op Sicilië en een schipbreuk in de Syrten voor de kust van Lybië. Zo is het verhaal van Jason, die met een toverschip naar het oosten voer om zich een bruid (Medea) en rijkdom te verwerven, in de loop der tijden uitgegroeid tot de complexe sagencyclus der Argonauten. Vooral de Griekse kolonisatoren in Oost en West hebben door hun verhalen van verre, gevaarlijke tochten stof geleverd voor de Argonautensage en naarmate het bekende wereldbeeld groter werd, zijn nieuwe streken en landen opgenomen in de reisroute van de Argo. 

Teruggekeerd in zijn geboortestad Iolcos (1288 v. Chr.) kon Pelias niet meer weigeren zijn woord gestand te doen, toen Jason hen het vlies overhandigde. Hij had niet verwacht dat Jason zou terugkeren. Tijdens Jasons afwezigheid was er wel het een en ander gebeurd: Pelias had zijn oude halfbroer Aeson uit de weg geruimd en Jasons moeder   Alcimede had zichzelf na de moord op haar echtgenoot van het leven beroofd. Toen Jason ontdekte dat Pelias de dood van zijn vader, moeder en broertje op zijn geweten had, twijfelde hij er .geen seconde aan dat Pelias zijn belofte aan hem nooit zou nakomen. Ook wilde Jason met hulp van Medeia wraak nemen voor deze gruweldaad.

Medeia droeg Jason en de Argonauten op de Argo te offeren aan Poseidon, de god van de zee. Onderwijl haalde Medeia de dochters van Pelias over hun vader te koken voor een drankje dat hen eeuwig jong zou maken. Die was uit de weggeruimd, maar helaas, Akastos, de zoon van Pelias greep de macht en nadat bij de spelen ter ere van de overleden Pelias Glaucus van Corynthe met zijn vierspan was overwonnen en door zijn eigen paarden was vertrapt, werden Jason en de inmiddels zwangere Medeia verbannen uit Iolkos. (1288 v. Chr.).

Jason en Medeia vestigden zich in Corinthe, waar ze als de nieuwe koning en koningin werden ingehaald. Zij leefden daar nog vele gelukkige jaren. Medeia schonk haar man twee kinderen.  Desondanks was Jason niet tevreden. Zijn liefde voor Medeia werd steeds minder, vooral omdat de mensen haar als vreemdeling beschouwden. Hij verliet haar zelfs voor een andere vrouw: Glauke, de dochter van de Corynthische koning. Medeia ontstak in hevige woede: was dit zijn dankbaarheid voor alles wat zij voor hem gedaan had? In haar kwaadheid liet Medeia, nadat er eerst een geveinsde verzoening had plaatsgevonden, haar gehate medeminnares door een met toverdranken doortrokken gewaad, dat zij haar ten geschenke gaf, een ijselijke dood vinden. Meer en meer werd zij een razende furie en doodde zelfs met eigen hand haar eigen twee zonen. (1278 v. Chr.) Na het vertrek van Medeia kreeg Jason spijt, maar het was te laat. Medeia kwam niet meer terug en Jason stierf eenzaam en gebroken een stille dood nadat een boegspriet van de Argo op zijn hoofd was gevallen.

rechts: Jason, Medeia en hun twee kinderen

Onder de afbeeldingen van de Argonauten op Griekse vazen is het bekendst die op de zogenaamde Argonautenkrater uit Orvieto. Men ziet hierop de helden  wachtend op het vertrek. Waarschijnlijk gaat de afbeelding terug op een schilderij van Polygnotus.

Jason zou die befaamde zoektocht naar het Gulden Vlies reeds in de 13de eeuw voor Christus hebben gedaan. De oorspronkelijke locatie van het koninkrijk Aea van Aietes, is nog steeds niet met zekerheid bekend, maar sommige archeologen menen dat dit Vani zou kunnen zijn, gelegen op de westelijke oever van de Sulori rivier waar deze samenvloeit met de Rioni rivier (Phasis rivier genoemd in oude tijden).

In de Odyssee verwijst Homerus naar de beroemde Argo die de Wandelende Rotsen wist te omzeilen toen hij terugkeerde van de kusten van Aietes. En in de Ilias schreef hij over Euneos, de zoon van Jason en koningin Hypsipyle van Lemnos.

MedeaDaar Homerus de oudst bekende bron over de Griekse mythologie is, betekent dit dat de legende over de Argonauten ouder is dan de geschreven bron. Hoe oud, valt niet meer na te gaan, maar uit de gedichten van Homerus blijkt duidelijk dat hij ervan uitging dat zijn lezers grondig bekend waren met tenminste het verhaal van de Lemnische vrouwen, het bezoek aan het land van koning Aietes, en natuurlijk het bestaan van de Argo.

Ook de Boeotische dichter Hesiodus, die vrijwel tegelijkertijd met Homerus leefde, aan het eind van de achtste eeuw voor Christus, moet het verhaal van de Argonauten gekend hebben, want in zijn geschriften spreekt hij over het bezoek van Jason aan koning Aëtes, zijn ontmoeting met prinses Medea, en zijn terugkeer naar Iolcos met het meisje met de heldere ogen dat hij koos tot zijn liefhebbende vrouw.

In een aantal teksten die als Hesiodisch bekend staan omdat ze eens aan Hesidiodus toegeschreven werden maar waarvan men nu vermoedt dat ze door anderen geschreven zijn, wordt ook verwezen naar Phrixus, naar de jeugd van Jason en naar het avontuur met Phineas en de Harpijen.

Gemaakt: 28-02-03; laatst bijgewerkt: 27-02-07

colofon