2302 |
Heracles (Hercules) (1309 - 1246 v. Chr.) |
![]() |
Heracles was de grootse en meest gevierde heros van de Griekse oudheid. Hij was de redder van de mens in nood, beschermde hem tegen vernietigende monsters, overwon zelfs de dood en werd tenslotte onder de goden opgenomen. men ziet in Heracles wel het oerbeeld van de man die door een leven vol moedige strijd in dienst van de mensheid, zich zegevierend de onsterfelijkheid verwerft. Enerzijds is hij de edele, dappere sprookjesheld, die moeilijke opdrachten krijgt te vervullen; in andere mythen treedt hij op als de ietwat burleske krachtpatser. Voor de latere filosofen was Heracles daarentegen een symbool van humaniteit, een soort goddelijke mens met verheven ethische principes. Misschien ligt in zijn persoon een historische figuur uit de Myceense tijd ten grondslag, maar misschien was hij een louter mythische figuur. Zijn oorsprong ligt vermoedelijk in Argolis. Daar werd hij de heros van de Dorische stam en later van geheel Griekenland. Argolis is ook het land van Hera, die in vele sagen de held vijandig bejegende. De verklaring van zijn naam als "door Hera beroemd (Grieks: Herakleos) wordt daarmee wel problematisch. Een andere sage noemt Thebe als zijn geboorteplaats. Zeus verwekte Heracles bij Alcmene, tijdens afwezigheid van haar echtgenoot Amphitryon die vroeger koning van Tiryns was geweest. In 1311 v. Chr. doodde bij een ongeluk koning |
![]() |
De god Zeus had besloten dat de eerstgeboren kleinzoon van Perseus zou heersen over al diens nakomelingen. Hera wilde dit voorkomen door vóór Heracles Eurystheus, zoon van de Myceense vorst ![]() |
In Thebe aangekomen, bevrijdde Heracles de bevolking van een grimmige leeuw (1292 v. Chr.), voor wiens gewelddaden men in heel de omtrek had gebeefd. Hij stroopte hem de huid af en gesierd met deze jachttrofee keerde hij huiswaarts. Op weg ontmoette hij de afgezanten van de naburige koning |
Hercules |
Zij rustte hem in haar tempel uit met de wapens die er als wijgaven waren opgehangen en de strijdgenoten wapenden zich met de stukken van vroegere buit. Zo voerde Heracles de kleine schare aan, de vijand tegemoet. Hij stelde zijn mannen op in een nauwe bergpas, waar de vijand in zijn strijd van zijn overmacht geen gebruik kon maken. De gehele vijandelijke legermacht werd vernietigd en ook Erginos zelf viel in het gevecht. Maar ook Amphitryon, die moedig aan de strijd had deelgenomen, vond de dood. Heracles maakte van zijn overwinning gebruik en drong tot in de vijandelijke hoofdstad door en stak de koningsburcht in brand.
Uit dank voor zijn overwinning schonk |
![]() |
In 1289-1288 v. Chr. nam Heracles deel aan de tocht van Jason en de Argonauten. Het Delfische orakel had Hercacles beloofd dat als hij twaalf werken die zijn koning Toen besloot hij als boetedoening de twaalf opdrachten van Eurystheus trouw te volbrengen (1277 v. Chr.): 1. het doden van een onkwetsbare leeuw die de omgeving van nemea onveilig maakte, 2. het doden van de Hydra, een zevenkoppige waterslang bij Lerna in Argolis, 3. het vangen van een aan Artemis gewijde hinde met gouden gewei en metalen hoeven bij Ceryneia in Argolis, 4. het vangen van een geweldig everzwijn op de berg Erymanthus in Arcadië, 5. het reinigen van de stal van koning Augias in Elis, 6. het verjagen van de monstervogels uit het moeras Stymfalos in Arcadië, 7. het vangen van de dolle stier van koning Minos op Kreta, 8. het roven van de mensenetende paarden van Diomedes van Thracië, 9. het roven van de met edelstenen bezette gordel van Amazone-koningin |
![]() |
Men heeft wel de - zuiver hypothetische - mening geopperd dat de "twaalf werken" gebaseerd zouden zijn op een verloren gegaan sprookjesepos. Er zijn Egyptische en Oosterse verhalen en natuurmythen die op de figuur van Heracles betrokken en er bestaat met name een verband met het Gilgamesj-epos, waarin de held Gilgamesj ook de onsterfelijkheid zocht. |
In zijn oudste vorm gaat dit epos terug tot omstreeks 1700 v. Chr. maar ook daarvoor bestonden er al allerlei teksten over de legendarische koning van Uruk, Gilgamesj, die omstreeks 2800 v. Chr. zou hebben geleefd. In plaats van strijd te hebben geleverd tegen allerlei monsters is het ook goed mogelijk dat Heracles als huurling in dienst van koning Eurystheus van Mycene heeft deelgenomen aan verschillende militaire expedities. |
![]() |
Behalve deze twaalf opdrachten, zou Heracles nog andere heldendaden verricht hebben, zoals het gevecht tegen de Centauren op de berg Pholoë in Arcadië, nam hij deel aan de strijd tegen de Giganten en de redding van Alcestis. De Thessalische vorst In 1264 v. Chr. keerde Heracles terug uit zijn ballingschap. Hij bevrijdde Hesione, die door haar vader In 1263 v. Chr. keerde Heracles terug naar Mycene om te strijden tegen Elis (een land in het noordwesten van de Pelopponesos, met de hoofdstad Pisatis (Pisa). In 1262 v. Chr. raakte Heracles bevriend met Pirithoos, de leider van de Lapithen, een krijgshaftig volk in Thessalië (in de Griekse mythen vooral bekend om hun strijd met de Centauren - wellicht een weerspiegeling van de strijd die de Thessalische adel moest voeren tegen omringende volken). In Calydon een stad in het zuiden van Aetolië, wilden zij beiden deelnemen aan een grote jacht op een reusachtig everzwijn. Deze Caledonische jacht is in de Griekse mythologie één van de grote gevaarlijke ondernemingen, waaraan allerlei helden zouden hebben deelgenomen. Na te hebben afgerekend met Neleus van Pylos versloeg hij Nadat hij ook de Cercopes - kwaadaardige dwergen - had verslagen, keerde Heracles terug naar Calydon (1260 v. Chr.), waar hij verliefd werd op Deianeira. Dit bracht hem in een duel met de stroomgod Acheloüs. In Trachis in Thessalië aangekomen, streed Heracles met de Lapithen en met Cycnus, waarna hij wraak nam op Eurytus. Eurytus sneuvelde en Iole werd gevankelijk meegvoerd. Door jaloezie gedreven gaf Deianira een met toverzalf bestreken kleed aan Heracles (z. Nessus). De held trok het aan, waarop de vergiftigde zalf hem aantastte en hem verteerde. Ziende dat zijn einde naderde, trok Heracles (1246 v. Chr.) de berg Oeta op, maakte voor zichzelf een brandstapel en vroeg de plaatselijke vorst Poias (volgens anderen diens zoon Philocletes) die aan te steken. Toen de vlam opsteeg werd de held naar de Olympus gevoerd, waar hem Hebe als gemalin ten deel viel. Na de dood van Amphitryon hertrouwde Alkmene met Rhadamanthys. Volgens de Griekse mythologie was hij een zoon van Zeus en de geschaakte prinses Europa. Hij was eerst een rechtvaardig heerser over Kreta, maar moest toen naar Boeotië vluchten voor zijn broer Minos. Later moest Alkmene vluchten voor de vervolgingen van Eurystheus, Zij vluchtte met Heracles' nakomelingen, de Herakleiden, naar Athene, waar zij met gastvrijheid ontvangen werd en bescherming vond. Zij beleefde het nog, dat Eurystheus overwonnen en gedood werd. Toen haar zijn afgehouwen hoofd gebracht werd, was haar wrok nog zo hevig, dat zij hem de ogen uitstak. Zij stierf in hoge ouderdom in Thebe of Megara. 28-02-03; laatst bijgewerkt: 01-02-11 |