1066

Gilgamesj (ca. 2700 - 2650 v. Chr.)

Soemerië (2800 - 2400 v. Chr.)

Gilgamesj
, de beroemdste held uit Mesopotamië, de legendarische en vergoddelijkte koning van de stad Uruk in Soemer, is gekend dankzij zijn heldendaden die beschreven staan op elf spijkerschrifttabletten. De teksten, in 1850 en 1853 ontdekt in de bibliotheek van de neo-Assyrische koning Assurbanipal (668-630 v. Chr.), verhalen de talloze avonturen van koning Gilgamesj en zijn onafscheidelijke vriend Enkidu, half-mens, half-dier. Het is het oudste epos uit de wereldliteratuur.

In zijn oudste vorm gaat het terug tot omstreeks 1700 v. Chr. maar ook daarvoor bestonden er al allerlei teksten over de legendarische koning van Uruk (Oeroek), Gilgamesj, zou omstreeks 2800 v. Chr. hebben geleefd en werd vooral bekend omdat hij de muren van die stad en haar binnenste heiligdom heeft gebouwd, de tempel van Anoe en Isjtar. De muren bestonden uit in de oven gebakken steen en rustten op een fundering die door de zeven wijzen was gelegd, de koningen van vóór de vloed die de mensheid de kunst van beschaving hadden geleerd. 

Het is het verhaal van een woesteling die overliep van dadendrang en de bevolking van zijn stad terroriseerde. Om de dadendrang te kanaliseren en het lot van zijn onderdanen te verlichten brengen de goden hem in contact met Enkidu, een beestmens uit de wildernis. 

Was Enkidu misschien een Neanderthaler? Enkidu betekent:: 'die in de steppe geboren werd': 'Dicht behaard is zijn hele lichaam, toegerust met hoofdharen als een vrouw, hij kent gezin noch thuisland; voedt zich, met de gazellen, met gras; met de wilde dieren worstelt hij aan de drinkplaatsen; in de wemelende schepselen in het water verheugt zich zijn hart.' 

Hij worstelde met hem, maar de strijd bleef onbeslist en ze sloten vriendschap. Vervolgens trokken ze naar het cederwoud, waar het monster Hunbaba werd verslagen; ze schoffeerden zelfs de godin Ishtar en doden de hemelstier. Toen werd Enkidu ziek en stierf. Gilgamesj was ontroostbaar. Hij kon de dood niet accepteren en besloot op zoek te gaan naar het eeuwige leven. Maar toen hij tenslotte, na een bezoek aan Uta-napisjti (de enige overlevende van de zondvloed, die het eeuwige leven had gekregen) het onsterfelijkheidskruid in handen had gekregen, bleek hij niet in staat het te bewaren. Een slang stal het kruid terwijl Gilgamesj zich aan het baden was. Terug in Uruk was Gilgamesj een ander mens geworden. Hij besefte nu dat de enige vorm van onsterfelijkheid die voor stervelingen is weggelegd, die is van eeuwige roem, gebaseerd op prestaties. Daarom eindigt het epos zoals het begon: met een lofzang op de vestingmuren van Uruk, onder zijn leiding gebouwd.


Het terracotta reliëf (afb. links) stelt een bijzonder dramatische episode voor : Gilgamesj, wrede en verwaande koning van Uruk, verslaat de hemelse stier die hem gezonden werd door Anu, vader van de goden, op vraag van zijn dochter Inanna-Isjtar, godin van de oorlog en de liefde.

links: bas-reliëf met de voorstelling van de held Gilgamesj

Verontwaardigd over de minachting van de Mesopotamische vorst wil deze laatste zich wreken. Maar de held, herkenbaar aan zijn gekrulde haren,kan het woeste dier verhinderen de stad te vernietigen en vloert het dankzij zijn onoverwinnelijke kracht. 
Deze terracotta's waren op het einde van het 3de en in het begin van het 2de millennium hooggewaardeerd. Vaak stellen ze beschermgoden, adoranten, muzikanten of legendarische helden voor. Ze werden als ex-voto's in de tempels gebruikt of werden tijdens de reis in de pakzadels van de kamelen meegevoerd om de bescherming van de goden eeuwig te waarborgen. 

laatst bijgewerkt 18-09-02

colofon