1350 |
Soemer |
![]() |
![]() |
± 3500 v. Chr., maar mogelijk ook eerder, vestigen een volk uit Midden-Azië, zich in Soemer, de zuidelijke laagvlakte van Mesopotamië.
Zij zouden hun land later ki-en-gir (= het land van de beschaafde heersers) noemen, waarvan de naam Soemer, het Egyptische woord Sangar en het Bijbelse Sinear is afgeleid. De bewoners van dit land werden bekend als de Soemeriërs. |
In het vierde millennium voor Chr. werd Soemer naast Elam de toonaangevende cultuur in Zuid-Mesopotamië. Dit gebied was arm aan bodemschatten, maar rijk aan koren. Joh. van Buttlar (1991/1992) heeft een fantastische hypothese omtrent de herkomst van de Soemeriërs en van de gehele mensheid. Aan het eind van het 4e mill. v. Chr. vond er een grote culturele opbloei plaats, o.a. dankzij verbeteringen in de landbouw (gebruik van de ploeg en aanleg van irrigatiesystemen). Het schrift, de ploeg, het wiel en de metallurgie deden hun intrede. Er werden nieuwe materialen geïmporteerd, de architectuur ontwikkelde zich en men bekwaamde zich nog meer in de metallurgie (koper en later brons), waardoor de techniek van het zegelsnijden op een hoger plan werd gebracht. De opkomst van de tempel met zijn ingewikkelde geschreven documenten leidde tot een versterking van het bestuur. Dankzij de verbeteringen in de landbouw groeide de bevolking, wat weer leidde tot meer vraag naar consumptiegoederen. Hieraan kon alleen door de handel worden voldaan. De nederzettingen met bakstenen huizen groeiden snel uit tot dorpen en steden en ontwikkelen zich tot stadsstaten. |
![]() |
![]() |
Overal in de nederzettingen werden trapvormige heiligdommen en tempels (zigurrats) gebouwd, gewijd aan de lokale goden die de bewoners tegen overstroming beschermden en zorgden voor een goede oogst.
Ook op het gebied van de architectuur worden opmerkelijke vorderingen gemaakt. Er verschenen nieuwe architectonische vormen, zoals de losstaande lemen zuil die de daken ondersteunt en de halflosstaande zuil die men gebruikte om de muren te versieren en te verstevigen. |
Architecten experimenteerden met andere materialen. Zij maakten hun lemen stenen kleiner en handzamer en introduceerden natuursteen als bouwmateriaal. Om de muren en zuilen te verfraaien en te verstevigen, vonden zij gebakken kleistiften. De koppen werden versierd met witte, zwarte en rode verf, wat een interessant geometrisch patroon opleverde. Soms ook werden de koppen voorzien van koper. uit die in de kleimuur worden gedreven. Een ander type decoratie dat in deze periode verscheen was de muurschildering. Het geheel vrijstaande beeldhouwwerk werd vertegenwoordigd door beeldjes van mensen en dieren, het reliëfbeeldhouwwerk meestal door vazen. Het ging hier om votiefgeschenken of voorwerpen die tot de inventaris van de tempel hadden behoord. Bijna altijd werd kalksteen of albast gebruikt, die beide gemakkelijk bewerkt konden worden. | ![]() |
Door de enorme economische opbloei groeide een aantal daarvan binnen een tiental jaren uit tot steden van enige omvang. Een aantal van deze steden, zoals Ur, Uruk, Lagash, Nippur en Eridu, groeide uit tot stadsstaten. In het Oude Testament (Genesis 10:8-12) wordt Nimrod genoemd als stichter van verschillende Soemerische steden. |
Stond de wieg van de mensheid in Sumer? Is alles daar begonnen? Dankzij Akkadisch-Soemerische woordenboeken waren de geleerden in staat het Soemerisch te ontraadselen. Toen de soemeroloog Samuel N. Kramer een inventarisatie van het letterkundig erfgoed van de Soemeriërs opmaakte, viel hij van de ene verbazing in de andere. De Soemerische stad Nippur bezat alles wat van een stad een grote stad, een metropool maakt: scholen en bibliotheken, een centraal ziekenhuis, openbare badinrichtingen, verzorgde winkelstraten en bierhuizen. In het centrum verhief zich de zigurrat, een zeven etages tellende tempeltoren, welke zowel tempel als observatorium van priesters en astronomen was. De jaartelling, de eerste kalender, stamt uit Nippur en wordt door de archeologen gedateerd in het begin van het vierde millennium v. Chr. Aannemelijk is dat het 'begin van de telling der jaren' in de joodse kalender - het jaar 3761 v.C. - teruggaat op het jaar '0' van de kalender van Nippur. |
laatst bijgewerkt: 04-02-11 |