1374

Uruk (Erech)

Urukcultuur (3500-2900 v. Chr.)
Uruk (in het Oude Testament Erech genaamd), was één van de grotere steden van Soemer.

De stad lag 300 km ten zuiden van waar nu Bagdad ligt. Dus ongeveer 30 km ten oosten van As-Samawah. Het was een van de oudste Soemerische steden in zuid-Mesopotamië. De stad lag in een vruchtbaar, aangeslibd land, waarschijnlijk aan een (later verzande) arm van de Eufraat. 

Uruk gold al in het 4e millennium v.Chr. als een van de oudste stedelijke nederzettingen en werd al in de Obeid-periode (5000 - 3750 v. Chr.) bewoond. 4.500 jaar lang werd de stad ononderbroken bewoond. Volgens de Lijst van koningen van Soemer werd Uruk door Enmerkar gesticht die de officiële koningstitel meebracht uit de stad Eanna. Zijn vader was Mesh-ki-ang-gasher (hij die verdween op zee). Andere historische koningen van Uruk waren: Lugalzagesi (hij die Uruk veroverde) en Utuhegal.

Al vanaf ca. 3.500 v.Chr. was Uruk een groot, stedelijk centrum. Rond 3.400 v.Chr. was de nederzettingsheuvel al 19 m. hoog. Uruk kan als een van de centra of zelfs als het centrum van de Sumerische cultuur beschouwd worden. Deze periode wordt in de archeologie de late Uruktijd genoemd en duurt tot ca. 3.000 v.Chr..

De stad was een belangrijke handelsstad en dreef handel met verre streken, waarbij het verschillende koloniën stichtte. Daardoor werd de bureaucratie erg belangrijk en daarbij ook het schrift. Het schrift is mogelijk mede in Uruk ontstaan (rond 3.300 v.Chr.) en diende waarschijnlijk vooral voor de economie.

In het droge klimaat van Mesopotamië werd het water voor de akkerbouw via kanalen en dammen naar de velden geleid. Altijd bestond het gevaar dat deze installaties door vijanden vernietigd werden. Sommige historici denken dat in Uruk rond 3.000 v.Chr. een catastrofe heeft plaatsgevonden door een breuk van een dam. De schriftelijke optekeningen eindigen plotseling rond deze tijd. Misschien was deze dambreuk het gevolg van gevechten tussen Soemeriërs en Semieten. Mogelijk ligt dit ten grondslag aan het ontstaan van de verhalen over de zondvloed in Mesopotamië.

Rond 3.000 v.Chr. werd de hele nederzettingsheuvel geëgaliseerd en werden er nieuwe gebouwen opgericht. De stad bestond uit twee delen, gescheiden door een vaarwater. Dit water is later verloren gegaan waarschijnlijk toen rondom de stad een stadsmuur werd geboud. Deze stadsmuur was ruitvormig, 9,7 km lang en gebouwd van gebakken tichels en had 900 torens. De stad was enorm groot (5,5 km²) en kende voor zijn tijd een enorm grote bevolking (mogelijk 50.000). Ze was de grootste stad van de oudheid.

Boven: Reconstructie van Uruk (Reconstructions in Art)

Het centrum bestond uit drie heuvels. Boven op de oostelijke heuvel lag het religieuze centrum van de stad, met het heiligdom van de godin Inanna-Isjtar, ook wel de Eanna-tempel genoemd.  Al in het vierde millennium v.Chr. verkreeg dit heiligdom monumentale afmetingen. Het belangrijkste deel ervan was de zgn. “kalksteentempel”, een gebouw van ca. 70 x 30 m dat uit blokken kalksteen was opgetrokken. De façade van de tempel was verdeeld in nissen. In het inwendige bevond zich een T-vormige hof of zaal. Naast deze hoofdtempel bevonden zich andere gebouwen, waaronder de zgn. steenstifttempel, een gebouw waarvan de wanden met geometrische motieven zijn versierd. Er werden ook balken gevonden van 12 m lang, resten van grote beeldhouwwerken en reliëfs, dierfiguren, pompeuze vaten, rolzegels en juwelen. Het tempelcomplex werd meermaals omgebouwd en vergroot en kreeg in de tijd van de derde dynastie ook een ziggoerat, die door Urnammu van Ur (2112-2090 v.Chr.) is gebouwd. De nadien gebouwde tempel van de hemelgod Anu werd het prototype van de latere ziggurat (een getrapte piramide), de witte tempel genaamd.

Eerste dynastie van Uruk (2692-2462)
Koning Regering Koning Regering
E-ana Udul-kalama 2572-2557
Enmerkar 2692-2672 La-ba'shum 2557-2548
Lugalbanda 2672-2652 En-nun-tarah-ana 2548-2540
Dumuzid Mesh-he 2540-2504
Gilgamesh 2652-2602 Melem-ana 2504-2498
Ur-nungal 2602-2572 Lugul-kitun 2498-2462

Enmerkar (2692- 2672), de zoon Mesh-ki-ang-gasher (Meskiagsher), koning van Soemer (2722-2692) wordt gezien als de stichter van Erech (Uruk). Enmerkar, was volgens de lijst van koningen van Sumer de tweede koning van Uruk. Hij volgde zijn vader Mesh-ki-ang-gasher (zoon van Utu) op, nadat deze in de zee was verdwenen. Volgens de legende liet Enmerkar Uruk bouwen en regeerde hij 420 jaar.

Enmerkar is bekend uit een aantal Soemerische legendes, de bekendste is "Enmerkar en de heer van Aratta". In deze legende wordt voor het eerst op een kleitablet geschreven. Hier wordt hij zelf als zoon van de god Utu genoemd. Enmerkar en de heer van Aratta waren eeuwige rivalen. Een gezant van Enmerkar vertelt over een 'gouden eeuw, zonder slangen, zonder schorpioenen… toen de mens nog geen vijand had'. Toen konden alle mensen in dezelfde taal spreken met hun god Enlil. Enki, god van magie en beschaving, was niet over hun gedrag te spreken en besloot 'de tongen in hun mond van elkaar te vervreemden'. Het verhaal van de 'Toren van Babel' zou hier later van afgeleid zijn. De historicus David Rohl zegt dat er overeenkomsten zijn tussen Enmerkar, stichter van Uruk en Nimrod de jager, stichter van Erech ( Bijbelse naam voor Uruk) volgens Genesis 10. Nimrod ondernam volgens de Bijbel ook de bouw van de Toren van Babel.

Na hem regeerde zijn generaal Lugalbanda (Erech-dynastie) (2672-2652). Hij was volgens de lijst van koningen van Sumer de derde koning van Uruk. De legende gaat dat hij getrouwd was met de godin Ninsun en dat zij samen de ouders waren van de legendarische Gilgamesj. De naam Lugalbanda komt een aantal keer voor in de Gilgamesj-epos. Er zijn echter ook twee teksten gevonden waarin Lugalbanda de hoofdrol speelt. In deze teksten vervult hij nog niet de rol van koning; er wordt vooral gesproken over zijn militaire en politieke carrière onder koning Enmerkar. In andere teksten staat dat hij een aantal jaren later Enmerkar opvolgde.

Dumuzi "de visser"

De Sumerische koningslijst vermeldt twee Dumuzi's: een "Dumuzi de herder", die vóór de zondvloed 36.000 jaar in Badtibira geregeerd zou hebben. Achter deze Dumuzi gaar de mythologische figuur was Dumuzi, Dumizid, Doemoezi, Damuzid of Damu schuil, de zoon van de moedergodin en godin van de vruchtbaarheid Nininsinna en werd hij gezien als een herdersgod. Als zodanig is hij in de Bijbel bekend als Tammuz. Evenals Gizzida was hij de bewaker van een hemelpoort. z. verder Dumuzi

Verder wordt er in de koningslijst een "Dumuzi de visser, wiens stad Kua was" genoemd die zou hebben geregeerd tussen Lugalbanda en Gilgamesh. Hij zou 100 jaar over Uruk geregeerd hebben. Van deze koning is vrijwel niets bekend.

Gilgamesj (2652-2602)

Gilgamesj was volgens de Soemerische koningslijst de vijfde koning van de eerste dynastie van Uruk (2757-2703) en held in vele verhalen en legenden. 

Urlugal (Ur-nungal) (2602-2572)

Utulkalamma (Udul-kalama) (2572-2557)

Kort na de dood van Mesannepadda (Meshanepadda) van Ur (2570 - 2530 v.C.) groeide Uruk uit tot politiek centrum. 

Labahsum (La-ba'shum) (2557-2548)

EnnundarAnna (En-nun-tarah-ana) (2548-2540)

Meshgande (Mesh-he) (2540-2504)

Melemanna (Melem-ana) (2504-2498)

Ligalkitun (Lugul-kitun) (2498-2462)

Uruk was de hoofdstad van Soemer totdat Lugalzagesi van Umma het (ca. 2.330 v. Chr) veroverde en tot het centrum maakte van zijn rijk, dat later door Sargon van Akkad ten val werd gebracht (ca. 2.300 v.Chr.).

Na de dood van de laatste Akkadische koning in ca. 2154 v. Chr. viel Soemer ten prooi aan de "de Adders uit de bergen" zoals de Guteïsche stammen door de Akkadiërs  werden genoemd. Als sprinkhanen daalden zij al brandstichtend en plunderend de bergpassen af naar de rijke steden. Niet alleen Akkad, maar ook de Soemerische steden Ur, Uruk en Assur in het noorden werden geplunderd. Een centraal bestuur was er niet meer.

Tweede dynastie van Uruk volgens de Soemerische koningslijst
Koning Regeringsduur Koning Regeringsduur
En-shag-kush-ana 60 jaar Argandea 7 jaar
Lugal-kinishe-dudu 120 jaar

Derde dynastie van Uruk volgens de Soemerische koningslijst
Lugalzagesi (2346-2321)

Vierde dynastie van Uruk
Koning Regeringsduur Koning Regeringsduur
Ur-ningin 7 jaar Puzur-ili 5 jaar
Ur-gigir 6 jaar Lugal-melem 25 jaar
Kuda 6 jaar

Vijfde dynastie van Uruk
Utu Hegal, die 26 jaar regeerde (2124 - 2120 v. Chr.)

± 2124 v. Chr. kwam er een eind aan de periode van onrust en oorlogen in Soemer toen koning  Utu Hegal (Utuhegal, Oetoechengal) van Uruk de Guteeërs (Guti) wist te verslaan en het koningschap van Soemer in ere te herstellen, waarna Uruk een tweede bloeiperiode beleefde.

Later speelde Uruk een belangrijke rol in de strijd van de Babyloniërs tegen het Rijk Elam rond 2.000 v.Chr., waarbij het zware verliezen moest incasseren.

Websites:

  • Uruk (Wikipedia)

laatst bijgewerkt: 01-03-11

colofon