1375

Lagasj

Boven: Reliëf van Ur-Nanshe (dit reliëf bevindt zich nu in het Louvre)

Eerste dynastie van Lagash (2550-2342 v. Chr.) (Vroeg Dynastische periode IIIb ( ca. 2500–2334 c. Chr.)

Ur-Nanshe (ca. 2494 - 2465)

Rond 2520 v.Chr. stichtte de priester-koning (ensi) Ur-Nanshe (Ur-Nina of Ur-Nause) een nieuwe dynastie in Lagash, die vijf generaties stand zou houden. Het is onder zijn regering en die van zijn opvolgers dat men voor de eerst keer goed is ingelicht over de geschiedenis van het land van Sumer, dankzij de talrijke archieven die zijn teruggevonden in Girsu voor deze periode. Sumer was in zijn dagen een land waarin de stadstaten onophoudelijk om overwicht streden en het noordelijker gelegen Kish had geruime tijd de rol van hoofdstad opgeëist. Lagash was in een geschil verwikkeld met de buursteden Ur en Umma. Een zeeslag tegen Ur bezorgde Ur-Nanshe de overwinning en overmacht op deze stad, toen nog dichter bij de zee, (thans de Perzische Golf), gelegen. 

Lagash was op dat moment ook in een langdurige strijd verwikkeld met haar noordelijke buur, Umma, over het bezit van een grensgebied. Een veldtocht tegen Umma eindigde in de gevangenneming en waarschijnlijk de dood van Pabilgaltuk, de vorst van Umma.

Ur-Nanshe was vooral een bouwer en maakte van Lagash een zelfstandige welvaartstaat. In een aantal van zijn geschriften pocht hij er over dat het overzeese Dilmun (Bahrein) hem bij wijze van schatting hout leverde. Wat ongetwijfeld mogelijk was als hij enige macht op de havenstad Ur kon uitoefenen. Zelfs als hier slechts handelscontacten achter schuilgaan zullen deze ongetwijfeld de positie van Lagash versterkt hebben. Er zijn van hem een drietal bas-reliëfs bewaard waarop hij en zijn familie geportretteerd zijn.

Eerste dynastie van Lagash (2550-2342 v. Chr.)
Lugal Shuggur  2550 v. Chr.
Gursar 25xx v. Chr.
Gunidu 25xx v. Chr.
Ur-Nanshe 2494-2465 v. Chr.
Akurgal (Akur-Gal) 2464-2455 v. Chr.
Eannatum 2455-2425 v. Chr.
Eannatum l 2424-2405
Entemena 2405-2375
Enannatum II 2374-2365 v. Chr.
Enentarzi 2364-2359 v. Chr.
Lugalanda 2358-2352 v. Chr.
Urkagina 2352-2342 v. Chr.)

Akurgal (Akur-Gal) (ca. 2464-2455 v. Chr.)

De opvolger van Ur-Nanshe was Akurgal. Zijn vrij korte regering werd gekenmerkt door de heropleving van het langdurige geschil met Umma om de vruchtbare streek, Guedina. Akurgal schijnt die strijd tegen Ush, de vorst van Umma, verloren te hebben. Umma nam bezit van de vruchtbare streek. Nochtans had Mesilim van Kish een regeling van de onderlinge grens opgelegd, maar deze was niet van blijvende aard. Ush had de Guedina bezet en de stele van Mesilim waarop verkondigd werd dat het gebied tot Lagash hoorde werd omvergehaald. Lagash was voorlopig niet in staat om zich te weren. Daar zou Ur-Nanshe's kleinzoon, Eannatum van Lagash wel in slagen.

Eannatum l
(2454-2425 v. Chr.)

De grootste vorst uit deze periode is Eannatum l, de derde vorst van het huis van Ur-Nanshe en de zoon en opvolger van Akurgal., die in 2425 v. Chr. het leger van Umma verpletterde en zelf een coalitie die uit het merendeel van vorsten van Mesopotamië bestond versloeg. Lagash bereikte op dat moment zijn hoogtepunt. Zijn opvolger Enannatum werd echter op zijn beurt verslagen door de koning van Umma.

Entemena (2432-2387 v. Chr.)

Enannatum werd opgevolgd door zijn zoon Entemena. Van deze koning is bekend dat hij een groot bevloeiingskanaal liet bouwen dat water van de Tigris naar een streek ten oosten van Lagasj voerde. Deze streek was voordien afhankelijk van water van de Purattu. Hoewel aanvankelijk het kanaal tot recordoogsten leidde was het op langere termijn een ecologische ramp. Er was veel kwelwater aan weerszijde van het kanaal dat tot een verhoging van de grondwaterspiegel, overstromingen en overbevloeiing leidde. Het ergste effect was echter de sterk toegenomen verzilting. Dat is goed te zien aan het feit dat zoutgevoelige tarwe langzamerhand vervangen werd door meer zoutminnende gerst. In de streek rond Lagash en Girsu werd rond 3500 v. Chr. voornamelijk tarwe verbouwd, maar in de tijd van Entemena nam tarwe nog maar een zesde van de oogst voor zijn rekening. Na hem werd het nog erger. In 2100 was er nog maar 2% tarwe en in 1700 nul. Bovendien ging ook de grootte van de oogst achteruit. In Entemena's tijd was de oogst bij Girsu ca. 2400 liter/ha, in 2100 ca 1460 l/ha en in 1700 minder dan 900. Het enige effectieve wapen dat de Soemeriërs hadden tegen de verzilting was het regelmatig braak laten liggen van het land. Wilde planten zorgen er dan voor dat de bovenlaag uitdroogt en het zout erin daarna wegspoelt. Bron: Entemena van Lagash - Wikipedia

Hij wreekte zijn vader en nam de vijandelijke stad Umma in. Deze triomf duurde echter niet lang. Lagash kende daarop een periode van verval. 

Enannatum II (2374-2365 v. Chr.)

Enentarzi (2364-2359 v. Chr.)

Lugalanda (2358-2352 v. Chr.)

De laatste vorst uit het huis van Ur-Nanash werd na enige jaren op de troon verdrongen door een van de priesters van Ninhursag en een tijdlang voerden de priesters een corrupt beleid. Rond 2350 v.Chr., besteeg Urukagina (Uruinimgina de troon. 

Uruinimgina of Urukagina (2352-2342 v. Chr.).

Door het corrupte bewind van de priesters van Ningirsu die de stad twintig jaar voor hun eigen verrijking geregeerd hadden omver te werpen. Hij maakte een einde aan de onrechtvaardige belastingen op o.a. begrafenissen en zorgde voor orde en rust. Van zijn hand zijn sommige van de oudste wetten bekend. 

Soemer was een door onderlinge twisten verscheurd en verzwakt land. In 2342 werd hij na ca. acht jaar te hebben geregeerd werd Urukagina van de troon gestoten door de ensi (gouverneur) van Umma, Lugalzagezi of Lagal Zaggesi  of Lugalzaggisi). Uruinimgina werd gedood en de tempel van Ningirsu geplunderd. 

Lugalzagezi (2370 -2347 v. Chr.) van Umma, zou de volgende twintig jaar de belangrijkste heerser van het Midden-Oosten zou worden. Vervolgens verloor Lagash definitief haar onafhankelijkheid toen ze werd ingelijfd bij het Akkadische rijk van Sargon rond 2340 v.Chr.

Umma (2400 - 2321 v. Chr.); Assyrië (2376 - 1380)

laatst bijgewerkt: 26-02-11

colofon