3785

Nieuw-Assyrische Rijk (668 - 612 v. Chr.)

Nieuw-Assyrische Rijk (700- 668 v. Chr.)

  Ashurbanipal (Assurbanipal) (± 668-627)

De laatste in de lange rij van Assyrische veroveraars,  Ashurbanipal (Assurbanipal), de zoon van  Esarhaddon, was niet alleen een verwoed jager en een geweldig krijger, maar ook een groot bouwheer en bevorderaar van wetenschap en literatuur. Dankzij hem hebben beschikken wij over een onschatbare voorraad kleitabletten met spijkerschrift uit de tijd van de Soemeriërs. 

Ca. 650 v. Chr.) namen de Assyriërs weer samen met de Scythen deel aan de vernietiging van het koninkrijk Urartu.

In de tweede helft van de 7e eeuw v. Chr. (650-600 v. Chr. ) had Assurbanipal de grootste moeite om de grote steden in Babylonië onder controle te houden. 

De Chaldeeën, een volk dat de moerasachtige gebieden in het zuiden bewoonde en door de Assyriërs eerder was verslagen, kwamen opnieuw in opstand. Ook in de veroverde gebieden langs de Middellandse Zee (Juda) bleef het onrustig. 

De Chaldeeën behoorden tot de Aramese stammen 
die rond het begin van het eerste millennium v.Chr. vanuit de Syrische woestijn het stroomgebied van de Eufraat binnendrongen. In eerste instantie was het Assyrië dat hun het hoofd moest bieden. Tiglat-Pileser (1115-1077) joeg de Arameeërs over de Eufraat terug, waarna de Chaldeeën verder naar het zuiden trokken waar zij zich vestigden in het gebied van het vrij zwakke Babylonisch koninkrijk. 

In 640 v. Chr. behaalde Ashurbanipal nogmaals een militair succes door een gewelddadig einde te maken aan de restanten van het onafhankelijke koninkrijk Elam tussen Zuidwest-Perzië en Zuid-Mesopotamië. Assurbanipal pochte dat hij het land "in een wildernis" had veranderd en sleepte behalve de gevangen bevolking en het vee ook het gebeente van de dode koning van Elam mee terug naar Assyrië. Het schijnt dat zijn aanspraken op mensenslachtingen, die vaak uitliepen op volkerenmoord in het geheel niet overdreven zijn geweest. 

Tijdens Assurbanipal's bewind kwamen er steeds zorgvuldiger botsingen voor tussen de Assyriërs en de Meden in het oosten. Verwijzingen naar de "verre Meden" en "de machtige Meden van het oosten" kwamen steeds vaker voor in de Assyrische annalen, waarbij ze gewoonlijk te boek stonden als eerbiedwaardige tegenstanders. De Assyriërs kwamen ervan onder de indruk dat zij de Meden niet alleen in het Zagros Gebergte aantroffen, maar zover naar het oosten als zij maar op het plateau konden doordringen. De Meden vochten te paard. Van de Meden leerden de Assyriërs het gebruik van de cavalerie. Tot dan hadden hun stoottroepen alleen uit strijdwagens bestaan. Sinds die tijd trokken de Assyriërs vaak tegen de Meden ten strijd om paarden te veroveren. 

De voormalige Elamitische gebieden, die nu werden bevolkt door de Perzen, waren voor Assurbanipal blijkbaar niet interessant: zij waren voor hem te ver afgelegen en de Perzen waren te arm om zich daar verder om te bekommeren. Wel ondernam Assurbanipal verscheidene langdurige en moeizame krijgstochten tegen Urartu in Anatolië rond het Van-meer, dat eveneens vermaard was om zijn paarden. Ondanks zijn militaire successen kon Assurbanipal niet voorkomen dat zijn macht steeds verder afbrokkelde. De vele oorlogen hadden de Assyrische bevolking behoorlijk uitgedund. Door gebrek aan mensen raakte veel grond onbebouwd, waardoor vijandige Aramese veehoeders gemakkelijk grote gebieden van het rijk konden verwoesten. 

In 640 leidde Chaldou, een broer van Ashurbanipal en gouverneur van Assyrië een opstand onder de Chaldeeën

Ashur Etil Ilani (626-621), zoon van Ashurbanipal; Shin Sharishkun (620-612), de tweede zoon van Ashurbanipal en broer van Ashur Etil Ilani.

Na de dood van Assurbanipal (627 v. Chr.) raakte Assyrië verwikkeld in een burgeroorlog. In 626 v. Chr. brak in Babylon opnieuw een opstand onder de Chaldeeën uit onder leiding van  Nabopolassar (626-605). Met steun van de Meden slaagden hij erin de Assyriërs uit Babylonië te verdrijven. De Urarteërs grepen de onrust in het rijk aan om hun territorium verder uit te breiden naar het zuiden, maar intussen vielen de Meden vanuit het oosten het Assyrische rijk binnen en liepen Urartu onder de voet (614-612 v. Chr.). Aan hun zijde streden behalve de Chaldeeërs ook hun vroegere vijanden, de Scythen

Tussen 614 v. Chr. vielen zij Assyrië binnen. De steden Assur en Kalah werden ingenomen door de Medische koning Cyaxares. Een Babylonische kroniek vertelt dat de koning van Babylon en zijn leger niet op tijd kwamen voor de slag en dat de krijgsheren van Cyaxares zonder zijn hulp de stad Assur innamen. De muur van de stad werd geslecht en de Meden richtten een verschrikkelijke slachting aan onder de bevolking van de stad. Twee jaar later (612 v. Chr.)  vielen de gezamenlijke Medische en Babylonische legers de Assyrische hoofdstad Niniveh aan. Na drie hevige veldslagen werd de stad veranderd "in ruïnes en puinhopen" en werden de trotse paleizen aan de vlammen prijsgegeven. 

De verwoesting van Ninivé was zó radicaal, dat een Grieks leger dat ruim 200 jaar later langs deze plek marcheerde, er geen spoor meer van de stad was te ontdekken. De laatste Assyrische koning Ashur Uballit ll (611-605) had daarvoor met Egyptische hulp weten uit te wijken naar Haran, maar in 605 werden de Assyriërs afgemaakt. Om aan de handen van zijn vijanden te ontkomen, zocht de koning de dood in de vlammen. De overwinnaars namen op afschuwelijke manier wraak op het volk, dat hen zo lang wreed had overheerst. 

Mannen, vrouwen en kinderen - bijna alles wat Assyriër heette - werd uitgeroeid. In een handomdraai was het Assyrische koninkrijk van de meest trotse hoogte in het niet gezonken en de Assyrische cultuur in stof en as begraven. Na de ineenstorting van het Assyrische rijk, werd het zuidelijke deel van het vroegere Assyrische gebied onderworpen door de Chaldeeën. Zij stichtten in 605 v. Chr. het Nieuw-Babylonische rijk. 

Nieuw-
Babylonische rijk (605 - 562 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 15-02-03

colofon