3785 |
Nieuw-Assyrische Rijk (668 - 612 v. Chr.) |
![]() |
De laatste in de lange rij van Assyrische veroveraars, In de tweede helft van de 7e eeuw v. Chr. (650-600 v. Chr. ) had Assurbanipal de grootste moeite om de grote steden in Babylonië onder controle te houden. |
![]() |
![]() |
De Chaldeeën, een volk dat de moerasachtige gebieden in het zuiden bewoonde en door de Assyriërs eerder was verslagen, kwamen opnieuw in opstand. Ook in de veroverde gebieden langs de Middellandse Zee (Juda) bleef het onrustig.
De Chaldeeën behoorden tot de Aramese stammen In 640 v. Chr. behaalde Ashurbanipal nogmaals een militair succes door een gewelddadig einde te maken aan de restanten van het onafhankelijke koninkrijk Elam tussen Zuidwest-Perzië en Zuid-Mesopotamië. Assurbanipal pochte dat hij het land "in een wildernis" had veranderd en sleepte behalve de gevangen bevolking en het vee ook het gebeente van de dode koning van Elam mee terug naar Assyrië. Het schijnt dat zijn aanspraken op mensenslachtingen, die vaak uitliepen op volkerenmoord in het geheel niet overdreven zijn geweest. |
Tijdens Assurbanipal's bewind kwamen er steeds zorgvuldiger botsingen voor tussen de Assyriërs en de Meden in het oosten. Verwijzingen naar de "verre Meden" en "de machtige Meden van het oosten" kwamen steeds vaker voor in de Assyrische annalen, waarbij ze gewoonlijk te boek stonden als eerbiedwaardige tegenstanders. De Assyriërs kwamen ervan onder de indruk dat zij de Meden niet alleen in het Zagros Gebergte aantroffen, maar zover naar het oosten als zij maar op het plateau konden doordringen. De Meden vochten te paard. Van de Meden leerden de Assyriërs het gebruik van de cavalerie. Tot dan hadden hun stoottroepen alleen uit strijdwagens bestaan. Sinds die tijd trokken de Assyriërs vaak tegen de Meden ten strijd om paarden te veroveren. De voormalige Elamitische gebieden, die nu werden bevolkt door de Perzen, waren voor Assurbanipal blijkbaar niet interessant: zij waren voor hem te ver afgelegen en de Perzen waren te arm om zich daar verder om te bekommeren. Wel ondernam Assurbanipal verscheidene langdurige en moeizame krijgstochten tegen Urartu in Anatolië rond het Van-meer, dat eveneens vermaard was om zijn paarden. Ondanks zijn militaire successen kon Assurbanipal niet voorkomen dat zijn macht steeds verder afbrokkelde. De vele oorlogen hadden de Assyrische bevolking behoorlijk uitgedund. Door gebrek aan mensen raakte veel grond onbebouwd, waardoor vijandige Aramese veehoeders gemakkelijk grote gebieden van het rijk konden verwoesten. In 640 leidde Chaldou, een broer van Ashurbanipal en gouverneur van Assyrië een opstand onder de Chaldeeën.
Na de dood van |
![]() |
Tussen 614 v. Chr. vielen zij Assyrië binnen. De steden Assur en Kalah werden ingenomen door de Medische koning ![]() |
De verwoesting van Ninivé was zó radicaal, dat een Grieks leger dat ruim 200 jaar later langs deze plek marcheerde, er geen spoor meer van de stad was te ontdekken. De laatste Assyrische koning |
Mannen, vrouwen en kinderen - bijna alles wat Assyriër heette - werd uitgeroeid. In een handomdraai was het Assyrische koninkrijk van de meest trotse hoogte in het niet gezonken en de Assyrische cultuur in stof en as begraven. Na de ineenstorting van het Assyrische rijk, werd het zuidelijke deel van het vroegere Assyrische gebied onderworpen door de Chaldeeën. Zij stichtten in 605 v. Chr. het Nieuw-Babylonische rijk.
laatst bijgewerkt: 15-02-03 |
![]() |