3802

Kanaän (700 - 597 v. Chr.)

Kanaän (800-700 v. Chr.)
Koninkrijk Israël

Het koninkrijk Israël was sinds de onderwerping door Sargon ll van Assyrië (721) een vazalstaat van Assyrië. Het intellectuele deel van de bevolking (bestuurders, architecten, metaalsmeden, handwerkslieden, kooplieden en schrijvers) was door de Assyriërs weggevoerd naar Mesopotamië. Alleen de boeren die het land verzorgden en de dorpelingen die geen betekenis hadden, mochten achterblijven. Om ze in bedwang te werden gouverneurs aangesteld. Onderdanige vreemdelingen van elders uit het rijk gingen de nieuwe hogere klassen vormen. Als vazalstaat van Assyrië moest Israël de Assyrische machthebbers jaarlijks schatting te betalen.

 

Koninkrijk Juda

Achaz van Juda (735 of 732 - 716 of 715)

Achaz was koning van Juda. Hij was de opvolger van zijn vader Jotam. Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd op 735 v. Chr. tot 715 v. Chr. of van 732 v. Chr. tot 716 v. Chr.. Buiten de Bijbel is niet veel bekend over het leven van Achaz. Hij wordt in de Bijbel beschreven als een slechte en zwakke koning. Hij kwam op twintigjarige leeftijd op de troon. Hij stapte over naar de godsdienst van omliggende volken (verering van Baäl) en liet in het hele land offerplaatsen voor hun goden aanlegen. Hij offerde zelfs één of meerdere van zijn eigen zonen. Op politiek gebied kwam Achaz snel in de problemen toen de koningen Resin van Aram (met als hoofdstad Damascus) en koning Pekach van Israël een coalitie sloten en gezamenlijk tegen Juda ten strijde trokken. Achaz zag zich gedwongen hulp in te roepen van koning Tiglat-Pileser lll (745-727 v. Chr.) van Assyrië. Achaz betaalde grote sommen goud en zilver voor deze hulp en Juda werd feitelijk een vazalstaat van Assyrië. Tiglat-Pileser veroverde hierop Damascus en liet koning Resin ter dood brengen. In 722 v. Chr. veroverden de Assyriërs ook het koninkrijk Israël en werden de inwoners verbannen. Tijdens de regeerperiode van Achaz voerden de profeten Jesaja, Hosea en Micha oppositie tegen zijn beleid op religieus gebied. Volgens de bijbel stierf Achaz op 35-jarige leeftijd en werd hij begraven in Jeruzalem. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hizkia.

Voor zijn echtgenote Jezabel liet Achaz een tempel bouwen ter ere van de god Baäl.

Hikzia van Juda (715 -687)

In Juda zat sinds 715 Hikzia (ook wel Jechizkia) op de troon. Hoewel zijn koninkrijk net als Israël volledig tot vazaldom was gedegradeerd, bleef het niettemin tot op bescheiden hoogte welvaart genieten. Op een tijdstip dat de Assyrirës elders de handen vol schenen te hebben, zag Hikzia zijn kans schoon om de schatting een keer over te slaan, maar hij had de situatie verkeerd beoordeeld. Sanherib, de Assyrische koning, sloeg terug met een niets ontziende invasie van Juda en bestormde 46 steden. Daarna,bracht hij meer dan 200.000 mensen tot slavernij en nam hij de gebruikelijke buit van paarden, muilezels, kamelen, runderen, schapen en kostbare metalen. (z. ook: Assyrische wreedheden)

Manasse van Juda (687 - 643 of 642)

Volgens de bijbel kwam hij op twaalfjarige leeftijd op de troon toen zijn vader Hizkia overleed. Ondanks zijn lange regeerperiode, is relatief weinig van zijn leven bekend. Volgens de bijbel was zijn regeringsperiode zowel op nationaal politiek als op religieus gebied een vervolg op dat van zijn grootvader, koning Achaz. Onder Manasse werden de vereringen van JHWH die zijn vader had ingevoerd weer ongedaan gemaakt. Profeten als Jesaja en Micha voerden oppositie tegen het beleid van Manasse en werden zwaar vervolgd. Jesaja zou hierbij om het leven zijn gebracht. Manasse werd later wel de Nero van Palestina genoemd.

In 687 v. Chr. belegerden de Assyriërs Jeruzalem, maar Sanherib slaagde er niet in de stad in te nemen. Omdat er pest uitbrak onder zijn soldaten moest hij huiswaarts keren. Zo hield het koninkrijk Juda, hoewel verminderd in grootte en aantal mensen, het nog steeds vol. 

Rond 681 v. Chr. werd Manasse gevangengenomen door Esarhaddon (680-669), koning van de Assyriërs. Manasse werd overgebracht naar Babylon. In die tijd werden gevangengenomen koningen bijzonder wreed behandeld: ze werden aan een touw dat verbonden was met een haak of een ring door hun lippen of kaak voor de overwinnende koning gebracht. In de bijbel is een verwijzing naar deze behandeling te vinden in 2 Kronieken 33: Zij bedwongen Manasse met haken, boeiden hem met bronzen ketenen en voerden hem mee naar Babel.).

Tijdens zijn gevangenschap kwam Manasse tot inkeer. Zijn smeekbede tot God werd verhoord en Manasse werd weer koning van Juda. Teruggekomen in Juda liet Manasse alle offerplaatsen voor andere goden slopen of ombouwen tot offerplaatsen voor God. Ook werkte hij aan de verdedigingswerken van Jeruzalem en andere steden. Na een regeringsperiode van (ongeveer) 55 jaar (de langste regeerperiode in de geschiedenis van Juda), overleed Manasse in 643 of 642 v. Chr.. Hij werd begraven in de tuinen van Uzza ("de tuinen van zijn eigen huis") Zijn zoon Amon volgde hem op.

Amon van Juda (642 - 640 of 643 - 641)

Amon werd koning toen hij 22 jaar oud was. Hij herstelde de afgodsbeelden die zijn vader in de laatste jaren van zijn regeerperiode had vernietigd. Na twee jaar regeren werd hij in zijn paleis vermoord door zijn eigen dienaren. Het volk van Juda vermoordde daarop deze dienaren en stelde Amons zoon Josia aan als zijn opvolger. Amon werd begraven in de tuin van Uzza

Josia van Juda (640 - 609 of 641 - 609)

Tussen 640-609 v. Chr. werd Juda geregeerd door koning Josia, een krachtig religieus hervormer, die alle landelijke heiligdommen afschafte in een poging om de erediensten te centraliseren in de hoofdstad en zo het heidendom dat de kop op bleef steken op het platteland te onderdrukken. Ook heroverde Josia wat gebied op de Assyriërs.

Tijdens zijn bewind kon Juda aanvankelijk profiteren van de tijdelijke zwakheid van enkele buurlanden. Assyrië raakte langzaam in verval en het Nieuw-Babylonische Rijk was nog niet sterk genoeg om de rol van Assyrië over te nemen. Ook Egypte beleefde een minder sterke periode. Juda was hierdoor in staat aan macht te winnen. Josia veroverde gebied dat tot de verovering van Israël door Assyrië bij Israël had gehoord. Met Egypte sloot Josia een bondgenootschap tegen Assyrië. In 612 v. Chr. kwam er een einde aan het Nieuw-Assyrische rijk door de verovering van de hoofdstad Niniveh door de Meden, gesteund door de Chaldeeërs en de Scythen

Onder Josia begon Juda met het verzamelen en redigeren van de Bijbelse geschriften. Dit gebeurde nadat bij restauratiewerkzaamheden van de Tempel van Jeruzalem een boekrol met daarin een oude wettekst gevonden was (tegenwoordig denken veel wetenschappers dat het om het Bijbelboek Deuteronomium gaat of om een oude wettekst die later het Bijbelboek Deuteronomium werd). Vooral de profeet Jeremia maakte zich hier sterk voor. Hierdoor werd het geloof in JHWH gecentraliseerd en verdwenen veel lokale religies. Het verzamelen en redigeren werd pas voltooid ten tijde van de Babylonische ballingschap.

Later bond Josia de strijd aan met Egypte, nadat farao Necho II (610-595) met Assyrië oorlog ging voeren tegen Babylonië en Juda had gevraagd om vrije doorgang. Josia viel het leger van Necho echter aan en werd bij Megiddo verslagen. Josia kwam hierbij om het leven. In het Bijbelboek 2 Koningen staat geschreven dat Josia op het slagveld omkwam, in het Bijbelboek 2 Kronieken dat Josia zwaargewond raakte en later in Jeruzalem stierf. 

Joachaz van Juda (609)

Tot opvolger van Josia werd zijn zoon Joachaz (oorspronkelijke naam Shallum) benoemd. Hij  regeerde slechts drie maanden. Toen de Egyptische farao hoorde dat Juda Joachaz had gekozen tot koning, viel Necho II Juda binnen en nam Joachaz gevangen. Zijn halfbroer Eljakim werd door de Egyptenaren op de troon gezet. Eljakim kreeg de naam Jojakim van de Egyptenaren. Juda kreeg van Egypte een zware belasting (schatting) opgelegd. Joachaz werd afgevoerd naar Ribla in Hamat en overleed daar later. Hij was daarmee de eerste koning van Juda die in ballingschap is overleden

Kanaän (609 - 500  v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 05-02-03

colofon