3802 |
Kanaän (700 - 597 v. Chr.) |
![]() |
Koninkrijk Israël
Het koninkrijk Israël was sinds de onderwerping door
Koninkrijk Juda |
![]() |
Achaz was koning van Juda. Hij was de opvolger van zijn vader Jotam. Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd op 735 v. Chr. tot 715 v. Chr. of van 732 v. Chr. tot 716 v. Chr.. Buiten de Bijbel is niet veel bekend over het leven van Achaz. Hij wordt in de Bijbel beschreven als een slechte en zwakke koning. Hij kwam op twintigjarige leeftijd op de troon. Hij stapte over naar de godsdienst van omliggende volken (verering van Baäl) en liet in het hele land offerplaatsen voor hun goden aanlegen. Hij offerde zelfs één of meerdere van zijn eigen zonen. Op politiek gebied kwam Achaz snel in de problemen toen de koningen Voor zijn echtgenote Jezabel liet Achaz een tempel bouwen ter ere van de god Baäl. |
![]() |
In Juda zat sinds 715
Volgens de bijbel kwam hij op twaalfjarige leeftijd op de troon toen zijn vader Hizkia overleed. Ondanks zijn lange regeerperiode, is relatief weinig van zijn leven bekend. Volgens de bijbel was zijn regeringsperiode zowel op nationaal politiek als op religieus gebied een vervolg op dat van zijn grootvader, koning In 687 v. Chr. belegerden de Assyriërs Jeruzalem, maar Sanherib slaagde er niet in de stad in te nemen. Omdat er pest uitbrak onder zijn soldaten moest hij huiswaarts keren. Zo hield het koninkrijk Juda, hoewel verminderd in grootte en aantal mensen, het nog steeds vol. Rond 681 v. Chr. werd Manasse gevangengenomen door Esarhaddon (680-669), koning van de Assyriërs. Manasse werd overgebracht naar Babylon. In die tijd werden gevangengenomen koningen bijzonder wreed behandeld: ze werden aan een touw dat verbonden was met een haak of een ring door hun lippen of kaak voor de overwinnende koning gebracht. In de bijbel is een verwijzing naar deze behandeling te vinden in 2 Kronieken 33: Zij bedwongen Manasse met haken, boeiden hem met bronzen ketenen en voerden hem mee naar Babel.). Tijdens zijn gevangenschap kwam Manasse tot inkeer. Zijn smeekbede tot God werd verhoord en Manasse werd weer koning van Juda. Teruggekomen in Juda liet Manasse alle offerplaatsen voor andere goden slopen of ombouwen tot offerplaatsen voor God. Ook werkte hij aan de verdedigingswerken van Jeruzalem en andere steden. Na een regeringsperiode van (ongeveer) 55 jaar (de langste regeerperiode in de geschiedenis van Juda), overleed Manasse in 643 of 642 v. Chr.. Hij werd begraven in de tuinen van Uzza ("de tuinen van zijn eigen huis") Zijn zoon Amon volgde hem op.
Amon werd koning toen hij 22 jaar oud was. Hij herstelde de afgodsbeelden die zijn vader in de laatste jaren van zijn regeerperiode had vernietigd. Na twee jaar regeren werd hij in zijn paleis vermoord door zijn eigen dienaren. Het volk van Juda vermoordde daarop deze dienaren en stelde Amons zoon Josia aan als zijn opvolger. Amon werd begraven in de tuin van Uzza
Tussen 640-609 v. Chr. werd Juda geregeerd door koning Tijdens zijn bewind kon Juda aanvankelijk profiteren van de tijdelijke zwakheid van enkele buurlanden. Assyrië raakte langzaam in verval en het Nieuw-Babylonische Rijk was nog niet sterk genoeg om de rol van Assyrië over te nemen. Ook Egypte beleefde een minder sterke periode. Juda was hierdoor in staat aan macht te winnen. Josia veroverde gebied dat tot de verovering van Israël door Assyrië bij Israël had gehoord. Met Egypte sloot Josia een bondgenootschap tegen Assyrië. In 612 v. Chr. kwam er een einde aan het Nieuw-Assyrische rijk door de verovering van de hoofdstad Niniveh door de Meden, gesteund door de Chaldeeërs en de Scythen. Onder Josia begon Juda met het verzamelen en redigeren van de Bijbelse geschriften. Dit gebeurde nadat bij restauratiewerkzaamheden van de Tempel van Jeruzalem een boekrol met daarin een oude wettekst gevonden was (tegenwoordig denken veel wetenschappers dat het om het Bijbelboek Deuteronomium gaat of om een oude wettekst die later het Bijbelboek Deuteronomium werd). Vooral de profeet Jeremia maakte zich hier sterk voor. Hierdoor werd het geloof in JHWH gecentraliseerd en verdwenen veel lokale religies. Het verzamelen en redigeren werd pas voltooid ten tijde van de Babylonische ballingschap. Later bond Josia de strijd aan met Egypte, nadat farao
Tot opvolger van Josia werd zijn zoon Joachaz (oorspronkelijke naam Shallum) benoemd. Hij regeerde slechts drie maanden. Toen de Egyptische farao hoorde dat Juda Joachaz had gekozen tot koning, viel Necho II Juda binnen en nam Joachaz gevangen. Zijn halfbroer Eljakim werd door de Egyptenaren op de troon gezet. Eljakim kreeg de naam Jojakim van de Egyptenaren. Juda kreeg van Egypte een zware belasting (schatting) opgelegd. Joachaz werd afgevoerd naar Ribla in Hamat en overleed daar later. Hij was daarmee de eerste koning van Juda die in ballingschap is overleden laatst bijgewerkt: 05-02-03 |