3784

Assyrië (705 - 668 v. Chr.)

Assyrië (792 - 705 v. Chr.)
 

Aan het eind van de 8e eeuw v. Chr. heerste Sargon ll van Assyrië (722 - 705) over het hele gebied tussen de Middellandse Zee in het westen en de Tigris in het Oosten, de woestijnen van Arabië in het zuiden tot het bergland van Armenië in het noorden. Een aantal veroverde gebieden werden provincies; andere kregen een autonoom bestuur, maar met pro-Assyrische koningen.  

  De veroveringszuchtige Assyriërs  waren de eersten die op grote schaal gebruik maakten van de krijgswagens (rechts). Dit nieuwe "wapen" maakten hen superieur aan andere volkeren.

In zekere zin waren al de wreedheden van de Assyriërs ook een teken van zwakte. Assyrië was maar een relatief klein land aan de Tigris in het noorden van Mesopotamië. In feite was heel de oorlogsmachinerie van het rijk ook een economisch mechanisme om een betrekkelijk middelmatig land meer dan normaal te verrijken. Op den duur kon men dit natuurlijk niet volhouden.

Om de veroveringen te behouden waren steeds weer strafexpedities en veroveringen van nog verder weg gelegen streken noodzakelijk. Intussen groeide in heel het Nabije Oosten de haat tegen deze vreemde machthebbers. De belastingen die de Assyriërs hieven, leidden tot verschrikkelijke ontbering. 

 Er kwamen vele opstanden, die wreed werden onderdrukt. Krijgsgevangenen werden tewerkgesteld in reusachtige steengroeven die het materiaal leverden voor de paleizen die de Assyrische koningen voor zichzelf lieten bouwen in hun hoofdstad. 

Sennacherib (Sanherib) (705 - 681)

In ca. 687 ondernam Sennacherib (Sanherib) een strafexpeditie naar Juda, omdat de koning van dit rijk de hem opgelegde schatting weigerde te betalen. Sanherib bestormde 46 steden en bracht meer dan 200.000 mensen tot slavernij. Daarnaast nam hij de gebruikelijke buit van paarden, muilezels, kamelen, runderen, schapen en kostbare metalen mee naar huis. Sanherib probeerde ook Jeruzalem in te nemen, maar er brak pest uit onder zijn soldaten, waarna de Assyrische koning besloot naar huis terug te keren.

In Babylon, de staat ten zuiden van Assyrië (in het midden van het huidige Irak) streden een aantal groepen een wanhopige strijd om zich van het Assyrische juk te bevrijden. 
De opstand, die in 689 v. Chr. uitbrak, werd echter wreed neergeslagen door de Assyrische koning Sennacherib (Sanherib). Ondanks dat streden de Bayloniërs dapper verder.

Esarhaddon (680-669), de zoon en opvolger van Sennacherib, breidde het Assyrische gebied verder uit over Mesopotamië en veroverde Egypte (671-664 v. Chr.). Hij nam Memphis in en dwong de Nubische farao Taharqa naar het zuiden uit te wijken. Esarhaddon bleef niet lang in Egypte, omdat het vrijwel onmogelijk was grip te krijgen op de ambtenarij. Daarom steunde hij de plaatselijke vorsten in de delta. Deze begonnen echter, zodra de Assyrische koning was vertrokken, betrekkingen met Taharqa aan te knopen. Esarhaddon kwam daarop terug en liet alle vorsten van de Nijldelta doden of deporteren naar Assyrië, behalve Necho van Saïs. Hij zette diens zoon Psammetichus op de troon van Athribis. Zo was de 26e Dynastie gesticht en hadden de vorsten van Saïs rond 665 v.Chr. de delta in handen. 

De Kimmeriërs, die ± 750 v. Chr. door de Scythen uit hun vaderland waren verdreven en naar het zuiden waren getrokken, maakten zich weinig bemind bij de beschaafde volkeren die reeds in dit gebied woonden. In 707 v. Chr. versloegen zij Urarteeërs
Samen met de Scythen trokken de Assyriërs nu tegen de Kimmeriërs ten strijde. 
De Assyriërs konden het blijkbaar goed vinden met hun bondgenoten.
In 674 kwam er namelijk een huwelijk tot stand tussen de dochter van de Assyrische koning Esarheddon (680-669) en de Scytische heerser Bartatua

Onder: Assyrisch paleis in Nippur

Assyrië (668 - 612 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 12-02-07

colofon