3783 |
Nieuw-Assyrische Rijk (792 - 705 v. Chr.) |
![]() Na de dood van ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]() |
Maar in het midden van de 8e eeuw v. Chr. onder ![]() |
Daarna ondernam hij veldtochten naar Syrië-Palestina (743-740); 738; 734-732) en veroverde daarbij Arpad (740) en Damascus (732), de hoofdstad van Aram (Syrië). Alle vorsten uit deze streken werden zijn vazallen en betaalden schatting. Na de verovering van de kleine koninkrijken van Kanaän en Egypte, de overheersende macht in het Nabije Oosten was zijn rijk het grootste rijk dat de wereld ooit gekend had.
Onder Tiglatpilesers regering waren de oorlogen niet langer hoofdzakelijk veldtochten om zoveel mogelijk buit bijeen te brengen, maar veroveringen van blijvende aard.
|
![]() |
|
Achaz van Juda riep zijn hulp in tegen Israël en Damascus, waarmee de ondergang van het tienstammenrijk werd ingeleid. Daarna streed hij tegen de Chaldese stammen in Babylonië, waarna hij als eerste Assyrische vorst de troon besteeg in Babylonië (728-727) en er een dubbelmonarchie ontstond.Tiglatlpileser heeft door zijn deportaties, executies, folteringen bijgedragen tot de spreekwoordelijke Assyrische wreedheid. Bij de opgravingen in Kalach zijn talrijke reliëfs uit zijn paleis die door Esarhaddon waren hergebruikt, teruggevonden.
Reconstructie van de strijdwagen van Tiglat-Pileser lll |
![]() |
![]() |
![]() In jaren daarna veroverde hij het grootste deel van Syrië en Juda (722) en drong door tot in Egypte tot aan Thebe (Luxor) toe. |
Aan het eind van Sargons veroveringstocht strekte het Assyrische rijk zich uit van het Zagros Gebergte in Iran over het moderne Syrië en Israël, langs de oude Philistijnse sterkten aan de Middellandse Zeekust tot aan de grens met Egypte. Het eens zo machtige rijk van de farao werd door Sargon ll tot een vazalstaat van Assyrië gemaakt. Hoewel hij zijn eigen soldaten in de slag vergezelde, vond hij tijdens de veldtocht toch de tijd om zijn wapenfeiten vast te leggen, een aantal in de vorm van open brieven aan zijn nationale god Assur. | ![]() |
Enkele van deze documenten zijn bewaard gebleven op stèles - de stenen tabletten die oude veroveraars gebruikten om hun verwoestende vooruitgang te markeren - die zijn gevonden op verschillende punten langs het pad dat Sargon van Iran naar de Middellandse Zee voerde. Naast de muurinscripties die zijn opgegraven bij oude stadspoorten, bieden de stèles een ijzingwekkende tegenhanger voor de jammerklachten die opstijgen uit de bladzijden uit het Oude Testament. | ![]() |
Dur-Sharrukin ("Vesting van Sargon", huidige Khorsabad) was de Assyrische hoofdstad in de tijd van Sargon II van Assyrië. In 713 beval Sargon de bouw van een nieuw paleis en stad 20 km ten noorden van Niniveh aan de voet van Gebel Musri. Het land werd gekocht, en de schulden van bouwarbeiders werden te niet gedaan om voldoende arbeidskrachten aan te trekken. Het land dat de stad omgaf werd in cultuur gebracht, en olijfbomen werden aangeplant om de ontoereikende olieproductie van Assyrië te verhogen. De stad had een rechthoekige plan en mat 1760 op 1635 m. De lengte van de muren was 16280 Assyrische lengtematen, wat met de numerieke waarde van de naam van Sargon overeenkwam. De stad werd gedeeltelijk gebouwd door krijgsgevangenen en gedeporteerden onder het toezicht van Assyrische ambtenaren die moesten zorgen dat zij voldoende eerbied aan de Goden en de koning betoonden. Het hof verhuisde in 706 naar Dur-Sharrukin, hoewel het nog niet volledig klaar was. De stad werd voor het eerst opgegraven in 1843 door de Franse consul te Mosoel, Paul-Émile Botta. Botta meende dat Khorsabad de plaats van het bijbelse Niniveh was.
Onder: reconstructietekening van Dur-Sharrukin Dur-Sharrukin - Wikipedia |
![]() |
![]() |
laatst bijgewerkt: 01-05-06 |