3891 |
Egypte - 21e dynastie (1070 - 945 v. Chr.) |
![]() Derde tussenperiode (1076 - 712) Nubië en Kanaän zijn verloren gegaan. het land concentreert zich op interne problemen. De koningen regeren vanuit Tanis in de delta; hogepriesters van Amon met koninklijke ambities in Thebe. In de Nijldelta winnen Lybische stamhoofden en huurlingenaanvoerders aan invloed. |
21e dynastie (1070-945 v. Chr.). Na de dood van Ramesses Xl (1069) ontrukten de hogepriesters van Amon in Thebe in de persoon van Herihor de controle van de farao's. Het land werd gesplitst in een noordelijk deel (Beneden-Egypte), geleid door Smendes, de voormalige gouverneur van de Delta., en een zuidelijk rijk (Boven-Egypte), geleid door de hogepriester Herihor.
Hij was de zoon van Pinedjem I en Henuttaui. Het is mogelijk dat hij gedurende enige tijd samen regeerde met zijn voorganger Amenemnesoe als zijn co-regent. Feiten aangaande zijn externe politiek zijn erg wazig, misschien onderhield hij handelscontacten met Assirië, zoals bewezen is door een inscriptie op juwelen die gevonden zijn in zijn tombe. |
Zijn begraafplaats (tombe 3) in Tanis werd in 1939-40 ontdekt door P. Montet. Deze graftombe, werd gebouwd voor Psoesennes I, zijn vrouw Mutnedjemet en hun zoon Ankhefenmut. Ofschoon deze tombe niet geschonden is door grafrovers, werd de tombe later wel gebruikt voor de begrafenis van Amenemipet, Sheshonq II en de hogepriester van alle goden Wendjebwaendjed. De buitenste sarcofaag van Psoesennes is gemaakt van roze graniet. Een tweede sarcofaag die binnenin zat, was van zwart graniet en deze bevatte op zijn beurt een doodskist van stevig zilver . P. Montet vond vele schatten in zijn graf, waaronder een gouden grafmasker, gouden en zilveren voorwerpen en juwelen. Helaas viel de mummie compleet in stukken uiteen. In het zuiden heerste een geslacht van hogepriesters onder Herihor (de eerste zogenaamde priesterkoning), met als centrum Thebe. De betrekkingen tussen beide heersersfamilies bleven nauw. dankzij een huwelijk tussen de kleindochter van Smendes en de kleinzoon van Herihor, Shoshenq (Sjesjonk). Aan Egypte's macht in het Nabije Oosten kwam in de 10e eeuw v. Chr. een eind. Het land werd nu geregeerd door dynastieën van buitenlandse (Lybische) oorsprong. Rechts: De zilveren grafkist van |
![]() |
Hij was de zoon van Psoesennes I en Mutnedjemet, hogepriester van Amon te Tanis.Vermoedelijk was Amenemopet de vader van Osokhor en Siamon. Hij hielp een prins Hadad uit Edom, wie in Egypte een toevluchtsoord zocht. Hij bouwde te Giza (Kapel van Isis) en Memphis (Tempel van Ptah). Begraafplaats, tombe IV, een vrij kleine kamer in de koninklijke necropolis te Tanis. Later, ten tijde van Siamon is zijn mummie verplaatst naar een kamer in de tombe van Psoesennes I, welke primair bedoeld was voor zijn moeder Mutnedjemet. Op 16 april 1940 ontdekte P. Montet de tombe en vond hier verscheidene stukken van goud en zilver materiaal.
Osorkon, vaak ook Osochor, was een Egyptische farao uit de 21ste dynastie. Zijn troonnaam was Aakheperre Setepenre. Dit betekent: 'Groot is de Ziel van Re' `Gekozen door Re'. Hij regeerde zes jaar, van 984 v.C. tot 978 v.C.Over zijn koningschap is weinig geweten, omdat hij vrij kort regeerde.
De herkomst van Siamoen is niet duidelijk. Men denkft dat hij een broer of een zoon zou kunnen zijn geweest van Osochor. De bouwaktiviteiten van Siamoen zijn vermeldingswaardig. De uitbreiding van de tempel van Amon te Tanis, in Memphis bouwde hij ook een tempel ter ere van deze god. Er zijn vele overblijfselen bewaard gebleven met de naam vaan de koning er op. Hij voerde oorlog tegen Philistines residerend te Palestine en de veroverde stad van Gezer werd een bruidsschat voor zijn dochter getrouwd met Salomon, wat het bondgenootschap tussen Egypte en Israël consolideerde.
Het is moeilijk om deze heerser te identificeren. J. Beckerath beweert dat Psoesennes II en Psoesennes III, de hogepriester van Amon te Thebe, één en dezelfde persoon zijn. Het is mogelijk dat Psoesennes II een lokale heerser in de regio Abydos was en de heerschappij nog kort in handen had gedurende de tijd van Shoshenq (Sheshonq) I, echter in dit geval houdt de theorie dat zijn heerschappij, aan het eind van de 21ste dynastie, 14 jaar duurde geen stand. Een van de dochters van Psoesennes II, Tenetsepeh, was de vrouw van Shedsunefertum, de hogepriester van Ptah in Memphis. Zijn tweede dochter, Maatkare, trouwde met Shoshenq, zijn opperbevelhebber van het leger en tevens zijn belangrijkste adviseur van farao, Psoesennes II. Deze Shoshenq stamde af van Libische soldatenlandbouwers die zich in Bubastis gevestigd hadden. In het Egyptische rijk was van een krachtig bestuur weinig sprake. Met de handel ging het slecht. Stakingen, corruptie en misdaad veroorzaakten een binnenlandse crisis. In 950 (945) nam een militaire dictator, een officier van de Libische hulptroepen, de macht over. De residentie werd Boebastis (Bubastis) in de delta. |
![]() |
De Oudegyptische naam van deze stad was Per-Bastet, waarvan ook de huidige naam Tell Basta is afgeleid. In deze stad werd de godin Bastet in haar tempel vereerd. De restanten van deze tempel werden in 1887-1889 opgegraven door de archeoloog Édouard Naville. De plaats wordt ook door Herodotus beschreven (Boek II. 59-60). In de omgeving werden duizenden gemummificeerde katten, een dierlijke verschijning van Bastet, gevonden. Bubastis werd misschien een koninklijke verblijfplaats onder ![]() ![]() ![]() ![]() |
De tijd van de 21e dynastie was een tijd van koninklijke zwakte en de hoofdlieden van de Ma vervulden belangrijke posten in het leger. De laatste koning van de 21e dynastie Psoesennes II huwelijkte zijn dochter Maatkare uit aan een van hen, de vorst van Bubastis en opperbevelhebber van zijn leger, Sheshonq. Deze volgde hem op en werd daarmee de grondlegger van de Libische dynastie. |
laatst bijgewerkt: 03-09-08 |