3892

Egypte - 22e dynastie (945 - 818 v. Chr.)

Egypte (1070 - 945 v. Chr.)

22e dynastie (945 - 715/ 712 v. Chr.) (Libische dynastie)

De tweeëntwintigste dynastie van Egypte wordt ook wel aan geduid als de Libische dynastie

Ramses II moest zich al verdedigen tegen de Sherden die een reeks forten langs de Libische kust gebouwd hadden, maar onder Ramses III (1194 - 1163 v. Chr.) werd de dreiging pas echt kritiek. Egypte wist zich met moeite staande te houden in deze woelige tijd die wel als de brandcatastrofe bekend staat. Onder de 20e en 21e dynastie vestigden zich aanzienlijke aantallen Meshwesh in de Nijldelta en de 'Opperhoofden van de Ma (Meshwesh)' ontwikkelden zich tot plaatselijke machthebbers. 

Shoshenq (Sheshonq) l (945-924) (22e dynastie)

Shoshenq l, de eerste koning en stichter van de 22e dynastie, stamde af van Libische soldatenlandbouwers die zich in Bubastis gevestigd hadden. Hij had een glansrijke carrière. Voor zijn koningschap was hij zowel opperbevelhebber van het leger als de belangrijkste adviseur van farao, Psoesennes II en was hij getrouwd met Psoesennes’ dochter Maatkare. Hierdoor werd Sheshonq I troonopvolger en werd hij in 945 v. Chr. koning. Toen hij eenmaal farao was, zorgde hij ervoor dat hij steviger in het zadel kwam te zitten, door diverse verbonden te sluiten en zijn zoon Iuput zowel hogepriester van Amon als opperbevelhebber van het leger te maken.
Sheshonq is waarschijnlijk dezelfde farao als de farao Shishak, die volgens de Bijbel asiel verleende aan Jerobeam, de zoon en opvolger van Salomo en  ca. 921 v. Chr. een veldtocht organiseerde naar het koninkrijk Juda (Koningen 11:40; 14:25; II Kronieken 12:2-9), waarbij hij een aantal steden veroverde, waaronder Jeruzalem, waar de Tempel en het Koninklijk Paleis van Salomo werd geplunderd.
De bouwwerken die Shoshenq daarna liet bouwen werden bekostigd met het goud van Salomo. 

Geleidelijk verminderde de invloed van Egypte in de Levant. De koloniën gingen verloren. Hiermee kwam er een einde aan Egypte als grote mogendheid. Toen de hogepriesterlijke opvolging in Thebe uitstierf en tot een einde kwam, maakte hij van de situatie gebruik door zijn zoon in Thebe te installeren als hogepriester van Amon, een post die eerder een erfelijke benoeming was. Op die manier wist hij van Egypte weer een eenheid te maken. 

De karige en fragmentarische aard van de geschreven verslagen uit deze periode maakt dat veel onzeker is. Er schijnen veel groepen opstandelingen geweest zijn die uiteindelijk tot de verwezenlijking van de 23e dynastie zouden leiden. Ook ondernam hij een militaire campagne in Palestina, en werd de handel met Byblos en de Phoeniciërs hervat. Door deze handelsactiviteiten nam de welvaart in het land toe, hetgeen in hernieuwde bouwactiviteiten tot uitdrukking kwam. 

De opvolgers van Shoshenq l zouden er niet in slagen de eenheid van Egypte te handhaven. Vooral Thebe in het zuiden bleef een centrum van opstandigheid. De twee landen vertoonden de neiging steeds meer uiteen te vallen in kleinere stadsstaten. Elke nieuwe farao begon met grote enthousiasme te werken aan hereniging maar zonder duurzaam succes. De Assyrische expansie nam gevaarlijke vormen aan. Egypte nam deel aan de anti-Assyrische coalitie van 10 staten, waaronder Damascus, Byblos en Israël in de slag bij Qarqar (853) om zijn belangen in Syrië veilig te stellen. Shalmaneser (Salmanassar) lll (858-824)) won de slag al behaalde hij geen beslissende overwinning. De Assyrische opmars was in ieder geval tijdelijk tot staan gebracht.

Osorkon l (924-889)

Hij was de zoon van Shoshenq l en Karoma I. De relatief lange regeerperiode van Osorkon is een periode, indien niet van welvaart dan zeker wel van economische stabilisatie. Vele donaties in naam van de tempels van Amon, Re-Horachte, Hathor, Mut, Thot en Bastet zijn een goede verklaring hiervoor. Bouwactiviteiten vonden plaats in Bubastis, Memphis, Atfih, el-Hibe en Abydos. Osorkon I was de vader van koning Takelot I en hogepriester van Amon  - Sheshonq II, Ioewlot en Smendes (III), alsmede Shapenupet I, de eerste van de dynastieke goddelijke aanbidders van Amon, vrouw-priesters die ongehinderd heersten in Thebe.

Portretbuste van Osorkon l, gevonden in Byblos

Shoshenq ll (890 - 889)

Hij was de zoon van Osorkon I en Maatkare, dochter van Psoesennes II en de stiefbroer van Takelot I en hogepriesters: Ioewlot en Smendes. In 924 werd hij door zijn vader hogepriester van Amon te Thebe gemaakt om kort voor diens dood – benoemd als co-regent en sindsdien wordt zijn naam ingeschreven in koninklijke cartouches met alle titels behorend bij een koning van Beneden en Boven Egypte. Sheshonq was de vader van de hogepriester Harsiese. Sheshonq stierf onverwachts. Hij is begraven in de voorkamer van de tombe van Psoesennes I. (Zie de 21ste dynastie) Zijn  rijke begrafenis materiaal bestaat uit een gouden grafmasker, een zilveren sarcofaag, borstschilden, amuletten en andere kostbare objecten. Shoshenq ll werd opgevolgd door zijn stiefbroer, Takelot I

Takelot l (889 - 874)

Takelot l, de zoon van Osorkon I en koningin Tashedchonsu, was de minst bekende farao van deze dynastie en de gehele derde tussenperiode. Geen van de ons bekende relicten kunnen aan hem worden toegeschreven. Het enige bewijs van zijn bestaan is de genealogie door priester Pasenhor in de stela van Serapeum, gedateerd aan het 37ste jaar van de regering van Sheshonq V en getuigen van zijn heerschappij en aftreden. 

Osorkon ll (874 - 850)

Osorkon ll was de zoon van Takelot l en koningin Kapes, vader van hogepriester Nimlot (II) en koning Takelot II.
Osorkon bouwde voornamelijk in Tanis, waar hij de tempel van Amon bouwde. In Bubastis
 decoreerd hij de tempel van Bastet, hij heeft ook nog in andere steden in de delta gebouwd (Leontopolis, Pithom) en Memphis. Zijn politieke aktiviteiten in Azie waren gericht op het verminderen van de Assyrische invloed in Palestina. In de strijd bij Karkar in 853 v. Chr. werd het leger vanaziatische prinsen gesteund door een contigent van 1000 Egyptische soldaten. Osorkon is begraven te Tanis in het complex van de tempel van Amon (tomb V), ontdekt in 1939 door P. Montet.

Harsiese l (870 - 860)

Osorkon ll benoemde Harsiese l, de zoon van Sheshonq II tot hogepriester van Amon te Thebe. Hij riep zichzelf uit tot farao en werd daarbij gesteund door de invloedrijkste clans uit Thebe. Harsiese was zodoende de facto heerser van Egypte. Harsiese plaatste zijn zoon op de troon van Thebe als hogepriester van Amon. Horsiese’s tombe werd geplaatst in het tempelcomplex te Medinet Haboe. Op zijn begraafplaats zijn alleen canopisch, ushebti en schedel van Harsiese met een gat erin gevonden.

Beeldje Oisirs, Isis en Horus met cartouche Osorkon II in het Musée du Louvre

Takelot ll (850 - 825) 

Het toeschrijven van deze farao aan een dynastie is reden tot debat onder de geleerden. Volgens de mening van K.Kitchen was hij de zesde heerser van dynastie XXII Terwijl D. Aston hem beschouwd als de eerste heerser van dynastie XXIII en hem voor Padibastet plaatst. Bovendien zou hij de vader kunnen zijn van Osorkon III. Anderen (including K. Kitchen) zijn het niet eens met deze kijk op Osorkon, de hogepriester van Amon te Thebe, als de zoon van Takelot II, nochtans wou hij niets te maken hebben met koning Osorkon III. Echter, D. Aston geloofd dat zij één en dezelfde waren zodat hij de hogepriester Osorkon identificeert met koning Osorkon III. Een paar objecten toebehorend aan Takelot hebben het tot nu overleefd, er zijn echter geen gebouwen door hem opgericht. Volgens K. Kitchen was Takelot II begraven in de voorkamer van zijn vaders tombe, Osorkon III, echterr D. Astons standpunt is verschillend.

Takelot ll was getrouwd met Karomama Merimut II, de dochter van zijn halfbroer Nimlot, die hogepriester van Amon in Thebe was. Deze Nimlot kwam in Jaar 11 van zijn regering te overlijden wat tot een opstand leidde. Takelot stuurde zijn zoon Osorkon, de kroonprins, naar Thebe om de opstand de kop in te drukken. Dat lukte, waarna deze zichzelf benoemde tot hogepriester van Amon. Echter, na vier jaar brak er opnieuw een opstand uit, wat leidde tot een burgeroorlog die 27 jaar zou duren. In het tiende jaar van deze oorlog overleed Takelot. Hij werd begraven in Tanis. Kroonprins Osorkon, later (Osorkon III) werd, doordat hij in Thebe was gebleven om te strijden tegen Pedubastis I stichter van de 23e Dynastie van Egypte, echter niet de opvolger, maar een jongere broer Sjosjenk (Sheshonq) III 

Vanaf de regering van Osorkon III, hadden diverse rivalen het voorzien op de macht, waarvan de eerste Pedubastis I van de 23e Dynastie was. Deze Dynastie werd naast de 22e Dynastie geaccepteerd. Tegen het einde van de 8e eeuw regeerden diverse koningen gelijktijdig het land, en verliepen de 22e, 23e en 24e Dynastie zij aan zij. Rond 770 v. Chr. werd de Nubische koning Kashta in het zuiden van Egypte geaccepteerd als farao. Deze Nubische invloed in het zuiden van Egypte zou uiteindelijk doordringen tot in het hele land, en de 25e Dynastie gaan vormen. 22e Dynastie van Egypte - Wikipedia

Egypte (825 - 525 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 03-09-08

colofon