3781

Nieuw-Assyrische Rijk (910 -  858 v. Chr.)

Midden-Assyrische Rijk (1115 - 910 v. Chr.)
Na 150 jaar van uiterst moeilijke tijden, begon zich tegen het eind van de tiende eeuw v. Chr. een verbluffende herrijzenis af te tekenen. Assyrië kreeg weer een aantal krachtig regerende koningen. Zij slaagden erin om in korte tijd alle verloren gebieden te heroverden en van Assyrië opnieuw een machtig wereldrijk te maken: van Samarra in het zuiden tot aan de Eufraat in het westen. Zij onderwierpen niet alleen Babylonië, Syrië en Palestina, maar zelfs ook een tijd lang Egypte. Van ± 880 v. Chr. waren zij vrijwel constant in conflict met de Phoeniciërs. De twisten zouden zo'n 250 jaar duren. 
Adad Nirari (Adadnirani) ll (909-889)

Onder Adad Nirani ll werd het land bevrijd van de druk waaraan het overal blootstond. Allereerst werden de Arameeërs die al talrijke malen het Mesopotamische grondgebied hadden geschonden en al door de Assyrische koning Tiglat-Pileser (1115-1077) over de Eufraat waren gejaagd, uit de Tigrisvallei verdreven; vervolgens ranselde Adad Nirani de bergvolken van het Zagrosgebergte eruit, hij versnipperde ze "tot hopen". en weer later ontrukte hij het noorden van Babylonië een aanzienlijk stuk grondgebied.

Tukulti Ninurta ll (888-884), de zoon van Ada Nirani boekte ook terreinwinst en toen hij stierf was Assyrië van een ellendig geslonken stataje aan de Tigris uitgegroeid tot een koninkrijk dat het merendeel van het noorden van Mesopotamië omvatte.

Ashur Nasirpal (Assurnasirpal) ll (883-859)

De eerste waarlijk beroemde heerser van het nieuw verrezen Assyrië was de zoon van Tukulti Ninurta ll, Ashur Nasirpal ll. Samen met het koningschap erfde deze heerser de beste soldaten uit het Nabije Oosten, getraind en gehard door een jarenlang verblijf te velde en talrijke veldslagen. De troepen waren georganiseerd tot korpsen snelle, door paarden getrokken strijdwagens, cavalerie, boogschutters en lansiers. Aan deze eenheden was een afdeling gebie toegevoegd, die uitgerust was met stormrammen waarvan de koppen van ijzer waren en andere belegeringswerktuigen. (z. Assyrische oorlogvoering)
Zoals ook Tiglat-Pileser l bijna twee eeuwen tevoren had gedaan, liet ook Ashur Nasirpal ll de Assyrische legers tot ver over de grenzen van Mesopotamië tot aan de Middellandse Zee marcheren. Hij waste zijn wagens in de Zee, een symbolische handeling om zijn oppergezag over de Phoenicische steden te onderstrepen en trok weer naar huis, dwars door Syrië, beladen met buit, verkregen door allerlei schattingen op te leggen - goud, zilver, tin, koper, ivoor, zeldzame houtsoorten en exotische dieren. De meeste veldtochten die Ashur Nasirpal ondernam hadden echter meer weg van strooptochten, gewapende overvallen, met het doel zovele mogelijk buit te behalen. Op de keper beschouwd verwierf hij weinig nieuw grondgebied. Maar hij slaagde erin Assyrië tot een naam te maken die panische angst zaaide bij de nabuurlanden. Zijn verslagen van de bedreven wreedheden, geschreven in een koele, objectieve stijl.
Op een afstand van 32 kilometer ten zuiden van het tegenwoordige Mosul liet hij een schitterende nieuwe hoofdstad bouwen: Kalach (Calah, Kalchu, Kalhu) (het moderne Nimrud), waar zich mensen moesten vestigen die hij tijdens zijn veldtochten krijgsgevangen had gemaakt. In de onmiddellijke omgeving liet hij grote irrigatieprojecten uitvoeren. Te Kalach resideerde hij in een paleis van ruim 2400 vierkante meter, een rijk versierd labyrinth van staatsiezalen, koninklijke vertrekken, voorraadkamers en koele binnenplaatsen. Volgens Ashur Nasirpals eigen beschrijving, bevestigd door archeologische opgravingen, moet het inderdaad een ontzaglijk ruim bouwwerk geweest zijn: "Een paleis van cederhout, cipressenhout, jeneverbesstruik, palmhout, moerbezie, amandelhout en tamarisk, voor mijn koninklijk verblijf en voor mijn vorstelijk genoegen liet ik daarin voor alle eeuwigheid bouwen. 
Dieren uit het gebergte en uit zee liet ik van witte kalksteen en albast vervaardigen en neerzetten in poorten. Ik maakte het leefbaar, ik maakte het roemrijk... zilver, goud, tin, brons en ijzer, de buit die uit de landen haalde waarover ik de scepter zwaaide, liet ik in grote hoeveelheden daarin onderbrengen." Een inscriptie te Kalach opgegraven, beschrijft tot in bijzonderheden het kolossale banket dat de koning gaf om de voltooiing van zijn koninklijke stad te vieren. Tien dagen lang vierden 69.574 gasten uit zijn nieuwe hoofdstad en alle uithoeken van zijn rijk feest. Er werden 22.000 ossen en 16.000 schapen verorberd en men at gevogelte, gazellen, vis en eieren. Ook dronk men enorme hoeveelheden wijn en bier.

Links: het paleis van koning Ashur Nasirpal in Kalach

In de paleizen konden vreemde gezanten in de audiëntiezalen de zeer gedetailleerde reliëfs opmerken, waarin hun gastheren ook in beeld verslag deden van hun daden. Men kan er de praktijk van de Assyrische oorlogsvoering tot in bijzonderheden uit bestuderen (vele van deze reliëfs bevinden zich nu in het British Museum in Londen). Zo ziet men de verschillende tactische opstellingen van de troepen, het inzetten van strijdwagens als mobiele platforms van waaraf een regen van pijlen naar de vijand geschoten kon worden, het gebruik van belegeringstorens, stormrammen en mijngangen om een vestingstad in te nemen enz. Men ziet de stoeten lastdieren en dragers met de buit, en de koning zelf, op een wagen, of gezeten op een troon waarvoor verslagen tegenstanders in het stof buigen. 

Opvallend zijn de schrijvers die met een tablet in de ene en een pen in de andere hand ijverig optekenden hoeveel er van welk artikel bezit van de koning van Assyrië, of liever van diens heer, de god Assur, geworden is. Bovendien houden de klerken nauwkeurig bij hoeveel vijanden er gedood zijn. Daartoe worden de gedode tegenstanders onthoofd en de hoofden in manden verzameld. Op menig reliëf ziet men zulke manden voor de tellende boekhouders neergezet. Dikwijls zijn daarbij ook de soldaten afgebeeld die nog bezig zijn de verslagenen de hoofden af te hakken.

 

Nieuw-Assyrische Rijk (858 - 792 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 11-03-07

Colofon