2363 |
Midden-Assyrische Rijk (1380 - 1275 v. Chr.) |
![]() |
![]() |
Boven: Niniveh ± 1350 v. Chr. wisten de Assyriërs zich van hun Kassitische overheersers te bevrijden. Daarna veroverden zij een enorm gebied en stichtten een groot en machtig rijk aan de bovenloop van de Eufraat en Tigris. |
In Mitanni was een hevige dynastieke strijd gaande tussen koning
Het koninkrijk was nog vrij zwak en werd van drie kanten bedreigd. Enlil-nirari kreeg te maken met een aanval van
Hij volgde trachtte de positie van zijn koninkrijk verder te versterken door een expeditie in het naburige -en altijd roerige- Zagros gebergte. Zijn annalen zijn echter erg fragmentarisch. |
Adad-nirari I dwong de Kassieten tot een nieuw en beter grensverdrag. De Diyala was voortaan de grens. Ook richtte zijn aandacht op de westelijke grens. Hij hield een veldtocht die tot aan Karkemish aan de Eufraat leidde. Hij viel daarmee wat restte van Mitanni -nu een vazalstaat van de Hittieten- aan. Hoewel de vazalvorst van Mitanni het Assyrische gezag daar erkende was de Assyrische invloed er maar beperkt. Toch versterkte dit het aanzien van het Assyrische koninkrijk en legde zo de grondslag voor de machtsuitbreiding onder zijn opvolger Zijn opvolgers vormden voor de Kassieten in Babylonië steeds meer een bedreiging. Tenslotte vielen de Assyriërs Babylonië binnen. De Assyrische vorsten waren nu heer en meester in het gebied aan de bovenloop van de Eufraat en Tigris. Veel van de cultuur van de Babyloniërs namen zij over. Assoer, de hoofdstad van het Assyrische rijk, genoemd naar de beschermgod van de Assyriërs, was het centrum van de handel en van de godsdienst. In deze stad werden de Assyrische koningen begraven. Om strategische redenen echter, verplaatsten de Assyrische koningen hun hoofdstad telkens naar een andere plaats, afhankelijk van de veldtochten die zij op het oog hadden. De groeiende macht van Assyrië bracht de Hittitische koning |
laatst bijgewerkt: 28-02-07 |