2294

Midden-Assyrische Rijk (1275 - 1115 v. Chr.)

Assyrië (1380 - 1275 v. Chr.); z. ook Kar-Duniash (1590 - 1168)

Shalmaneser l (1275-1245)  bracht de Hittieten een zware slag toe, die zich een groot gebied op de Babyloniërs hadden veroverd. Assyrische inscripties uit zijn tijd vermelden voor het eerst de aanwezigheid van  de "Uruartri", de Urarteeërs in Oost-Anatolië. 

Shalmaneser l wist van wat onder Eriba-Adad I nog een vrij onbelangrijk vazalvorstendom van Mitanni geweest was een imperium van formaat te maken. Hij hervormde het bestuur en bouwde een aantal fortificaties. Hij versterkte hij de stadswallen en groef een 20 meter brede gracht eromheen. Hij noemt ook een aardbeving die hem noopte herstelwerkzaamheden aan de tempel van Ishtar te plegen. Verder bouwde hij een nieuw paleis voor zichzelf, maar door latere bouw op dezelfde plek is daar niet veel van over. Hij bouwde echter zelfs een nieuwe stad Tar-Tukulti-Ninurta, zo'n drie kilometer ten noorden van Assur, die korte tijd de nieuwe hoofdstad werd.

Hij hield een veldtocht tegen de noorderburen van Urartu en tegen de Guti die goed wisten te plunderen. Vervolgens richtte hij zich tegen de Hurri (Hoerrieten) vorsten van Mitanni (Hanigalbat) in het westen. Lange tijd waren zij bondgenoten geweest, maar de Hoerrieten stonden nu onder Hittitische invloed. De vorsten werden vervangen door een Assyrische gouverneur en er werden Assyrische kolonisten naar het gebied gestuurd. Door de eliminatie van de laatste resten van het oude Mitanni rijk kwamen Egypte en de Hittieten eindelijk tot een vergelijk. Salmanasser streefde ernaar dat zijn koninkrijk erkend werd als een van de grootmachten van zijn tijd. De groeiende macht van Assyrie was een bedreiging van beider invloed op de Syrische politiek. Onder de bondgenoten van Hanigalbat worden zowel de Hittieten als de Ahlamu genoemd. De laatsten waren mogelijk een groep die verwant was aan de Arameeers die in later eeuwen een grote rol zouden spelen in de geschiedenis van Mesopotamië.

Er is een brief van de Hittitische koning Hattusili III (ca. 1275-ca. 1250) bekend waarin deze zijn verbolgenheid uitdrukt dat een Assyrische koning het gewaagd had hem als 'broeder' (lees: gelijke) aan te schrijven. Mogelijk was Salmanasser (of zijn opvolger) de schrijver. Uiteindelijk zou Assyrië zich inderdaad deze positie verwerven. Er waren in deze tijd waarschijnlijk ook contacten met de westelijke buren van de Hittieten zoals Arzawa en Ahhiyawa (Assuwa), bedoeld om de druk op het Hittitische hof te vergroten. Ook in het zuiden verschoof het politieke evenwicht in Assyrië's voordeel, omdat Elam na vier eeuwen nauwelijks een rol gespeeld te hebben weer in opkomst was. Dit was een welkome bondgenoot in de rivaliteit met erfvijand Babylon (Kar-Duniash). Salmanasser I - Wikipedia

Shalamesar l werd opgevolgd door zijn zoon

Tukulti Ninurta l (1233-1196)

Onder deze opvolger en zoon van Salmanasser I beleefde Assyrie een bloeiperiode. Hij ging een bondgenootschap aan met Untash-Napirisha van Elam, de energiekste vorst die in eeuwen op de troon in Susa (de hoofdstad van Elam) gezeten had. Beiden vielen zij Kashtiliash IV van Kar-Duniash aan en hoewel de Elamieten de grootste klap aan de Kassieten uitdeelden was het de Assyrische koning die 1235 Babylon veroverde en - zij het kortstondig - het Tweestromenland wist te herenigen. Hij nam Kastiliash gevangen en kon erop bogen dat de Perzische golf zijn grens werd, maar de Assyrische gouverneurs die elkaar in snel tempo op de troon van Babylon opvolgden kregen niet echt voet aan de grond. Na 32 jaar kwam Babylon in opstand en de Kassieten keerden terug op hun troon.

De kortstondige hereniging had wel aanzienlijke culturele gevolgen en de Babylonische invloed aan het Assyrische hof nam toe. Tukulti-Ninurta pleegde een daad door zelfs door velen in Assur als riskant en zelfs godslasterlijk beschouwd werd. Hij sleepte namelijk de beelden van de goden van Babylon, waaronder Marduk zelf naar Assur, waar zij voortaan vereerd werden. De koning nam ook een aantal Babylonische geleerden mee naar Assur en een grote verzameling kleitabletten. De Babyloniërs zorgen voor een toename in het op schrift stellen van allerlei zaken. Zijn regering is daardoor veel beter gedocumenteerd dan die van zijn voorgangers. Er is zelfs een heus epos aan Tukulti-Ninurta I gewijd, een unicum in Assur, het telt zo'n 700 regels. De bezetting van Babylon had echter ook een onverwacht gevolg. Zonder Babylonische dreiging wist Elam zich tot een geduchte concurrent te ontwikkelen. Zelf kreeg Tukulti-Ninurta te maken met een opstand van zijn eigen zoon Assur-nadin-apli die hem liet vermoorden en de troon overnam. De onderlinge strijd deed het internationaal aanzien van het Assyrische koninkrijk grote afbreuk. Ook hiervan was Elam de voornaamste begunstigde. Bron: Tukulti-Ninurta I - Wikipedia

Ashur Nadin Apli(1196-1193)

De moord op zijn vader Tukulti-Ninurta I te vermoorden en de achterliggende onderlinge strijd deed het aanzien van Assyrië weinig goed. De vorsten van Elam eisten daardoor een grotere rol in de politiek van Mesopotamië op. De grip die zijn vader enige tijd op het buurland Kar-Duniash gehad ging verloren en Assyrië begon aan een periode van onderlinge twisten waarover niet veel gegevens bekend zijn. Bron: Assur-nadin-apli - Wikipedia

Ashur Nirari lll (1231 -1226)

In 1227 v. Chr. worden de Kassieten van Kar-Duniash weer onafhankelijk van het Assyrische Rijk.

Ashur Nirari lV (1225-1218)

Enlil Kudurri Usur (1217-1208)

Belkudur Usur (1207-1203)

Ninurta Apal Ekur l (1192 -1180)

Zijn koninkrijk was aanzienlijk verzwakt door een periode van onderlinge twisten. Van zijn regering is niet veel bekend behalve dat er een zware aardbeving plaatsvond (ca 1187) die zware schade veroorzaakte en onder andere de tempel van Ishtar in Assur in puin legde. Bron: Ninurta-apil-Ekur - Wikipedia

Ashur Dan l (1179 -1134)

In zijn tijd was Elam een mogendheid van belang die zelfs enige tijd de oostelijke provincies van Assur wist te bezetten. Onder Assur-dan beleefde het Assyrische rijk een tijd van herstel na de dynastieke problemen die ontstaan waren met de moord op Tukulti-Ninurta I. Rond 1166 werden de beelden van Marduk en Zanapitum die Tukulti-Ninurta I uit Babylon had weggehaald teruggeven, mogelijk in een poging groter aanzien in het buurland te verwerven. In 1160 versloeg hij Kar-Duniash. Zijn aanval verzwakte het buurland dusdanig dat drie jaar later de koning van Elam een einde maakte aan de Kassieten-dynastie die er zo'n vier eeuwen aan de macht geweest was. De godenbeelden belandden daarmee in Elam. Hoewel Assur Dan weinig munt wist te slaan uit zijn overwinning op Babylon was zijn lange regering in het algemeen een periode van voorspoed waarin hij aanzienlijke herstelwerkzaamheden kon uitvoeren. Hij liet de bij een zware aardbeving in 1187 vernietigde tempel van Ishtar herbouwden. Hij ontving schatting van de Sutu en wist ook de Ahlamu in bedwang te houden. Hij overleed op hoge leeftijd en werd opgevolgd door Assur-resh-ishi.
Bron: Assur-dan I - Wikipedia

Ninurta Tukulti Ashur (1140-1138); Mutakhil Niskhu (1137-1128)

Ashur Reshishi (ca. 1127-1116)

Midden-Assyrische Rijk (1115 - 910 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 27-02-07

colofon